Mijn gravelseizoen in vogelvlucht: over vallen, opstaan en 'living the dream'
Yael Prenger

Tien maanden. Dat is hoe lang - of hoe kort - geleden het is dat ik de keuze maakte om vol voor het gravelen te gaan. Na meer dan twintig jaar in het schaatscircuit te hebben gebivakkeerd, was ik toe aan een nieuwe uitdaging. Ik had geen idee wat ik kon verwachten, welke races ik zou rijden en hoe dat in zijn werk zou gaan, maar ik had er ongelofelijk veel zin in. Aangezien ik de afgelopen weken na het EK ziek thuis zat, leek het me een mooi moment om eens terug te blikken op de periode die achter me ligt. Because what a ride it has been…
Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Calpe en de switch van de ijsbaan naar het asfalt
De voorbereiding op het seizoen begon al in december. Ik weet van mezelf dat ik slecht ga op de korte, donkere dagen in Nederland en voor het eerst had ik geen reden om voor het schaatsen in het land te blijven, dus koos ik ervoor de zon op te zoeken. Met de luxe van online werk en studie bracht ik het grootste deel van december door in Calpe. Voor het eerst ervaarde ik wat een fietsspecifiek schema inhoudt: ik draaide weken van meer dan twintig uur en leerde veel nieuwe mensen kennen. Bij thuiskomst zat ik vol nieuwe energie en verhalen.
© Yael PrengerImposter syndrome in Girona
Het gravelseizoen zelf begon in februari in Girona. Daar wordt traditiegetrouw het seizoen afgetrapt met Santa Vall, een tweedaagse koers. Via een vriendin kon ik bij een groepje andere rijders aansluiten. Dat was vooraf best spannend, aangezien we elkaar niet tot nauwelijks kenden, maar vanaf moment één was er een geweldige vibe. Die twee weken in Girona behoren nog steeds tot mijn favoriete herinneringen van het seizoen.
Mijn allereerste wedstrijd was een week voor Santa Vall, in een dorpje zeven kilometer buiten Girona. Ik weet nog goed hoe zenuwachtig ik was voor deze eerste race bij de elite dames. Een typisch geval van het imposter syndrome. Wat als ik niet goed genoeg ben? Wat als ik er direct af gereden word? Wat als, wat als… Nooit had ik verwacht dat ik na ruim vier uur koers als derde zou finishen. Het was misschien niet het sterkste deelnemersveld, maar wel de bevestiging dat ik op mijn plek zat. De week erna, tijdens Santa Vall, maakte ik voor het eerst kennis met een elitepeloton op volle sterkte. Het werd een kwestie van leren, ervaring opdoen en vooral motivatie verzamelen voor alles wat nog ging komen.
Gebroken neus, getankt zelfvertrouwen
Ondanks de positieve ervaringen in Girona en de voortgang die ik boekte in trainingen, stond ik voorafgaand aan de eerste UCI-koers in het Belgische Turnhout opnieuw strak van de spanning. Een vlak parcours en de wetenschap dat dit type terrein mij theoretisch heel goed zou liggen, dus dat wilde ik graag laten zien.
De koers in een paar woorden? Honderd kilometer mee in de kopgroep, sterke benen en een crash op 10 kilometer voor de finish door een noodzakelijke uitwijkmanoeuvre. Het resultaat: een gebroken neus, een kapotte fiets en acht hechtingen tussen mijn ogen. Hoewel mijn moeder nog altijd alleen de hechtingen kan zien als resultaat, herinner ik me vooral het zelfvertrouwen dat ik toen tankte voor de rest van het seizoen.
Vrijheid, zandstroken en dom boren
In april mocht ik weer los, tijdens de Gravel One Fifty. De wedstrijd waar ik twee jaar geleden voor het eerst in aanraking kwam met gravelracen bij de Age Group, maar waar ik deze keer met duidelijke verwachtingen en doelen startte bij de elites. Ik had het parcours meerdere keren verkend, wist onderhand een beetje wat ik kon en wilde echt voor een uitslag gaan. Wederom een vlak parcours met veel zandstroken, oftewel: 'dom boren', precies wat ik kan. En dat lukte. Ik forceerde de kopgroep en eindigde na een race van vijf uur, waarin ik voor het eerst serieus met kramp te maken kreeg, als vijfde.
Een dergelijke start van mijn eerste gravelseizoen had ik nooit voor mogelijk gehouden. En los van de resultaten, sprokkelde ik een waslijst aan nieuwe ervaringen en leermomenten bijeen: uitvogelen welke banden je het lekkerst vindt rijden, steeds meer tooltjes kopen om je fiets te onderhouden, de juiste voedingsstrategie testen, je eigen limiet opzoeken in de races en ga zo maar door.
De tol van de graveldroom
Vanaf mei kwam alles voor m’n gevoel in een stroomversnelling. Ik ging terug naar Girona voor de 'babyversie' van Traka, incasseerde een teleurstelling doordat ik door ziekte Marly Grav in Limburg moest missen (terwijl ik me beter voelde dan ooit) en verbaasde mezelf met een sterke klimrace bij Eislek Gravel in Luxemburg. Waar ik tijdens alle koersen het meest van genoot? Het afdalen. In de afdalingen was er ten opzichte van de andere elitedames nog een hoop te winnen, maar in de afdalingen had ik vanaf het begin de juiste flow. In plaats van volgen kon ik daar druk zetten of gaten dichtrijden. Elke race keek ik uit naar de afdalingen: vechten voor de beste uitgangspositie vooraf, de juiste lijnen kiezen en nét niet over het randje gaan in de bochten.
Dat 'nét niet over het randje gaan' lukte me in de afdalingen wel, maar in het dagelijks leven niet altijd. Hoe leuk ik het ook had, de opeenvolging van nieuwe ervaringen en het vele reizen eiste op een gegeven moment zijn tol. Zo vaak van huis zijn, een fysieke trainingsload die totaal anders is dan ik vanuit het schaatsen gewend ben én de normale stress van het dagelijks leven, zorgde ervoor dat ik een paar keer over mijn grenzen ging. Doordat de eerste races zo goed gingen, wilde ik alleen maar meer en beter. Méér uren trainen om zo betere uitslagen te rijden.
© Yael PrengerDat streven naar meer trainingsuren, gecombineerd met de decompressie van een afgeronde scriptie, (te) veel schrijfopdrachten, mentale stress door zadelproblemen en het negeren van lichamelijke signalen, bleek het recept voor een paar moeizame weken. Weken waarin de wil er wel was, maar mijn lichaam aan zijn taks zat. Ik zou liegen als ik zeg dat ik daardoor niet gefrustreerd ben geweest, maar desondanks kijk ik met een dankbaar gevoel terug op de afgelopen acht maanden en kijk ik met heel veel zin vooruit.
Ik had nooit verwacht dat ik in mijn eerste seizoen bij de elites top-5 en top-10 zou rijden, dat ik in zeven verschillende landen op de startlijst zou mogen staan en zulke leuke nieuwe mensen zou ontmoeten. Living the graveldream, inclusief alle uitdagingen die daarbij horen.
En we zijn nog niet klaar: de komende weken staan er nog een paar mooie koersen op het programma. En ondanks een suboptimale voorbereiding door de griep, heb ik er zin in om er een mooi slotstuk van te maken!













