voor- en achterband

Moet je voor- en achterband even hard oppompen?

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Of je voor- en achterband even hard mag oppompen, is een van die vragen waar je in de fietsenstalling drie antwoorden op krijgt. Toch geven vrijwel alle grote drukcalculators, van Silca tot Zipp, twee verschillende getallen. De vraag is dus niet óf er verschil is, maar hoeveel. En daar zijn de experts het opvallend minder eens over dan je zou hopen.

Het korte antwoord: je achterband mag iets harder, maar minder dan je denkt

Op je achterwiel rust meer gewicht dan op je voorwiel. Dus heeft je achterband iets meer druk nodig om even diep in te veren. Zo simpel is de logica, en zo werken de calculators ook. De Zipp-drukgids van SRAM vraagt om je gewicht, je totale fietsgewicht, je rijstijl en of het nat of droog is, en geeft daarna een aparte voor- en achterdruk, die het merk zelf uitdrukkelijk een startpunt noemt waarmee je verder mag experimenteren.

Alleen: het verschil is klein. Kleiner dan de oude vuistregel van 40/60 suggereert. Dat is meteen de belangrijkste correctie in dit verhaal, en het hangt samen met hoe modern bandenadvies werkt. Hoe breder je band, hoe lager de druk waarmee je überhaupt begint, en dus hoe kleiner het absolute verschil tussen voor en achter. Wie daar meer over wil weten: we schreven eerder over de optimale breedte van jouw racefietsbanden voor snelheid en comfort.

De gewichtsverdeling is eerder 48/52 dan 40/60

Wil je weten hoe klein dat verschil is, kijk dan naar wat Silca zelf in zijn calculator heeft gezet. Je kiest daar je gewichtsverdeling uit vier standen: 50/50 voor triatlon-, tijdrit- en baanfietsen, 48/52 voor racefietsen, 47/53 voor gravelbikes en 46,5/53,5 voor mountainbikes.

Lees dat nog eens: voor een racefiets rekent Silca met 48/52. Niet met 40/60. Op een totaalgewicht van pakweg 85 kilo scheelt dat een paar kilo per wiel, en dus een paar tienden bar. Geen halve bar.

Belangrijk om te vermelden: die percentages verschillen per bron en per zithouding. Jan Heine van Bicycle Quarterly gaat voor de fietsen die hij test uit van een verdeling waarbij achter ongeveer twee keer zoveel gewicht draagt als voor, maar dat zijn randonneurs en gravelfietsen met bagage, geen strak gepositioneerde racefiets. Wie het exact wil weten, weegt het gewoon zelf: voorwiel op de weegschaal, achterwiel op een boek van dezelfde hoogte, in fietskleding en op de fiets. Dat is nauwkeuriger dan elke vuistregel.

Waarom je voorband juist niet te zacht mag zijn

Hier wordt het interessant, en hier zit ook de reden dat het verschil klein moet blijven. Heine legt uit dat Bicycle Quarterly zelf medeverantwoordelijk is voor de mythe dat je voorband flink zachter mag: het blad publiceerde de drukkentabel van Frank Berto en concludeerde dat je de achterband dan ook maar twee keer zo hard moest oppompen. In de praktijk werkt dat niet, want bij hard remmen verschuift het gewicht naar voren en draagt de voorband tot ongeveer drie keer zoveel als normaal. Is de druk dan te laag, dan kan de zijwand bezwijken en verlies je remkracht en stuurcontrole precies op het moment dat je die het hardst nodig hebt. Zijn advies: bereken de achterdruk op basis van de werkelijke gewichtsverdeling, maar reken bij de voorband alsof daar de helft van je gewicht op rust.

Dat is dus geen theoretisch dingetje, maar exact het scenario van een afdaling met een onverwachte bocht. Je voorband is je stuur, je rem en je grip in één. Dat is ook waarom de merken die de andere kant kiezen dat voorzichtig doen: Vittoria adviseert een iets lagere voordruk voor meer grip en betere bochtcontrole, en BikeRadar-tester Simon von Bromley rijdt op ruw en vaak nat asfalt zelf 4,0 bar voor en 4,2 bar achter. Dat is 0,2 bar verschil. Niet meer.

Hoeveel verschil is verstandig? Reken op 0,1 tot 0,3 bar

Als je alle bronnen naast elkaar legt, kom je op een smalle bandbreedte uit. Alpecin Cycling houdt als richtlijn 0,2 tot 0,5 bar minder in de voorband aan, en wijst erop dat op tijdrit- en triatlonfietsen door de houding juist veel gewicht op het voorwiel komt. De calculators zelf komen op de racefiets meestal lager uit, richting 0,1 tot 0,3 bar.

Ik hou het eerlijk: er is geen peer-reviewed getal voor het ideale verschil tussen voor en achter. Wat er is, zijn modellen op basis van veldmetingen en de ervaring van testers. Silca zegt daar zelf ook nadrukkelijk bij dat de calculator de snelst mogelijke druk schat op basis van data van professionele atleten met professioneel onderhouden materiaal, en dat je nooit boven de limieten van je eigen velg of band mag gaan. Als iemand je een exacte formule verkoopt, wees dan sceptisch.

Zelf pompte ik als junior en later als triatleet jarenlang gewoon twee keer hetzelfde getal, omdat de manometer op mijn vloerpomp toch al niet te vertrouwen was. Op mijn tijdritfiets bleek dat trouwens nog het minst verkeerd: door die agressieve houding zit je daar het dichtst bij 50/50. Op mijn racefiets was het simpelweg lui.

Uitzonderingen die je echt moet kennen

Regen. Op nat wegdek kan 0,5 tot 1 bar lager, in beide banden, de grip verbeteren, omdat er meer rubber contact maakt met het asfalt. Dat is een grotere winst dan het hele voor-achterverhaal.

Hookless velgen. Rijd je hookless of tubeless op straight-side velgen, dan geldt een maximum van 72 psi, ongeveer 5 bar. BikeRadar noemt dezelfde grens en waarschuwt dat je bij overschrijding een blow-off riskeert, waarbij de band van de velg loopt. Die limiet gaat altijd voor op elke calculator.

Tubeless. Rijd je zonder binnenband, dan kun je in absolute zin lager rijden, waardoor het verschil tussen voor en achter nog kleiner wordt. Hoe dat precies uitpakt, staat in ons stuk over de juiste tubeless bandenspanning en hoeveel bar je echt nodig hebt. En waarom tubeless op de racefiets in de praktijk soms tegenvalt, beschreef ik in waarom het met tubeless tobben is op de racefiets.

Wat betekent dit voor jou?

Je hoeft geen ingenieur te zijn om hier winst uit te halen. Drie stappen:

  1. Bepaal je achterdruk eerst. Gebruik de calculator van Silca of de Zipp-drukgids van SRAM, met je totale systeemgewicht en je gemeten bandbreedte, niet de maat die op de band staat. Dat getal is je uitgangspunt.
  2. Haal er 0,1 tot 0,3 bar af voor je voorband. Niet meer, tenzij je heel bewust op comfort mikt op slecht asfalt. Rijd je veel in de bergen of stuurt de fiets vaag aan in een bocht, ga dan richting gelijke druk in plaats van verder omlaag.
  3. Koop een losse digitale drukmeter. Dit is de goedkoopste upgrade in dit hele verhaal. Een verschil van 0,2 bar meet je niet met de manometer op een vloerpomp van vijftien jaar oud, en al helemaal niet met je duim.

Kortom: nee, even hard is niet ideaal. Maar het is ook geen doodzonde, en veel minder erg dan het klassieke euvel waar de meeste wielrenners écht last van hebben: allebei de banden veel te hard. Wil je daar systematisch mee aan de slag, begin dan bij zo vind je de perfecte bandenspanning voor racefiets, gravel en mountainbike.

Video