Stijl en souplesse

Mooi op de fiets: Wanneer ben je dat precies?

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Tijdens de Vuelta viel het me weer op bij Marco Frigo. De Italiaan zit op zijn fiets zoals een tekenaar hem zou tekenen: stil bovenlichaam, sterke rug, ronde tred, en een gezicht dat niet verraadt of hij 200 of 400 watt trapt. Mooi rijden is een oordeel dat elke wielerliefhebber binnen drie seconden velt en vervolgens niet kan uitleggen. Waar bestaat het uit, en kun je het leren?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!

De oervorm reed met een kammetje in zijn achterzak

Wie mooi zegt, zegt Hugo Koblet. De Zwitser won de Giro van 1950 en de Tour van 1951 en kreeg van de Franse zanger en wielerfan Jacques Grello de bijnaam die hem nooit meer losliet: pédaleur de charme. Die sloeg op zijn elegante positie en zijn soepele tred, maar Koblet hielp de mythe zelf een handje. Hij had een kammetje, een natte spons en eau de cologne in de zakken van zijn gele trui, zodat hij bij de finish nog toonbaar was.

Getty Images© Getty Images

Bedenk even wat dat betekent. De man reed 140 kilometer solo en dacht daarna aan zijn haar.

Het begrip bleef hangen als aanduiding voor de verzorgde renner, en in Nederland werd het na Parijs-Roubaix massaal aan Dylan van Baarle geplakt. Toen ik hem sprak, legde hij precies de vinger op de zere plek: hij vergeleek het met de ontspanning van Usain Bolt op de honderd meter, en noemde ontspanning de sleutel tot presteren. Frank Vandenbroucke staat in vrijwel elk lijstje van elegante renners, al is dat een oordeel van kijkers en geen meting.

Dat is meteen het probleem met dit onderwerp: iedereen is het eens en niemand kan zeggen waarover.

Vier dingen bepalen of iemand mooi rijdt

Uit wat kijkers en commentatoren noemen, komen steeds dezelfde vier terug. Een stil bovenlichaam, dus geen wiegende schouders en geen meebewegend hoofd, met alle beweging onder de heup. Een vlakke rug met gestrekte armen, wat voor een deel bouw is en voor een groter deel bikefit. Souplesse, een ronde tred zonder zichtbare dode punten. En het gezicht: geen grimas, geen open mond, geen scheve nek.

Die laatste weegt misschien het zwaarst, want daaruit lees je dat het makkelijk gaat. Frigo helpt daarbij dat hij volgens zijn profiel 1,88 meter is bij ongeveer 65 kilo, en die verhouding tekent nou eenmaal mooier dan een gedrongen postuur.

Alleen: mooi trappen is niet hetzelfde als efficiënt trappen

Hier wordt het interessant, want de aanname onder al dat kijkplezier is dat mooi ook snel is. Dat blijkt niet te kloppen.

In een onderzoek van Korff en collega's uit 2007 lieten acht getrainde renners op 90 omwentelingen per minuut en 200 watt vier technieken uitvoeren: hun eigen voorkeurstred, rondjes draaien, nadruk op duwen en nadruk op optrekken. Het optrekken leverde de hoogste mechanische effectiviteit op, dus de grootste fractie nuttig gerichte kracht op de pedaal. Het bruto rendement lag daarbij juist significant lager. De conclusie van de auteurs is er een om in te lijsten: mechanische effectiviteit zegt niets over bruto rendement.

Anders gezegd: de tred die er op papier het netst uitziet, kost je meer zuurstof. Wie zichzelf aanleert om mooi rondjes te draaien, traint iets aan dat hem waarschijnlijk langzamer maakt.

De schoonheid zit dus niet in de tred zelf, maar in wat de tred verraadt: dat iemand veel uren heeft gemaakt, goed op zijn fiets zit en op dat moment ruim binnen zijn vermogen rijdt. Souplesse is een symptoom, geen techniek.

Kun je als lelijke renner alsnog mooi worden?

Gedeeltelijk. Wat vastligt is je bouw: de lengte van je bovenbenen ten opzichte van je romp, je schouderbreedte, de vorm van je rug. Daar valt niet aan te trainen.

Wat wel te winnen is, begint bij de bikefit. Dat is verreweg de grootste knop. Een zadel dat te hoog staat geeft wiegende heupen, en dat is de meest herkenbare vorm van lelijk rijden. Een stuur dat te ver weg zit geeft een bolle rug en opgetrokken schouders. Wie denkt dat op te lossen door naar voren te schuiven op zijn zadel verandert in één beweging drie parameters tegelijk, en dat is precies hoe een nette houding onrustig wordt.

Daarnaast rompstabiliteit. Het stille bovenlichaam komt niet van je armen maar van je romp. Wie na twee uur begint te wiegen is niet lelijk, maar moe. En losse handen: de meeste amateurs knijpen hun stuur fijn. Bewust de duimen ontspannen en de ellebogen laten zakken verandert je silhouet binnen één rit.

En je gezicht. Ja, echt. Kaak los, mond dicht bij rustige inspanning, blik vooruit in plaats van naar je voorwiel. Dat verandert je vermogen niet, maar het verandert wel wat anderen zien.

Wat betekent dit voor jou

  • Ga niet trainen op een ronde tred. Het onderzoek wijst erop dat je daar niet sneller van wordt, en mogelijk zelfs minder efficiënt.
  • Zet je geld in op je bikefit. Dat is de enige ingreep die tegelijk je uiterlijk, je comfort en je vermogen raakt.
  • Werk aan je romp, niet aan je pedaalslag. Het stille bovenlichaam waar je jaloers op bent is rompkracht, geen techniek.
  • Ontspanning is geen bijzaak maar het hele punt, zoals Van Baarle het zelf verwoordde.