Upgrades

Nieuwe wielset kopen? Begin niet bij de velghoogte

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Een nieuwe wielset is de populairste upgrade voor je racefiets, en meteen de meest verwarrende. Merken als Zipp, Enve, Cadex, DT Swiss, Roval en Scope beloven allemaal watts, maar welke set past eigenlijk onder jouw fiets en bij jouw ritten? Deze keuzegids loopt de beslissingen langs die echt uitmaken, in de volgorde waarin je ze moet nemen. Spoiler: de velghoogte waar je in de fietsenwinkel over begint of online als eerst naar kijkt, komt pas als derde.

Stap 1: check eerst waar je fiets mee overweg kan

Voordat snelheid, comfort of kleur meedoet, bepaalt je frame welke wielen er überhaupt in passen. Loop deze vijf punten langs in de specificatielijst van je fiets en van de wielset die je op het oog hebt:

  • Remsysteem. Schijfrem of velgrem is geen voorkeur maar een harde beperking. Wielen voor velgremmen hebben een remvlak op de velgwand, wielen voor schijfremmen niet.
  • Asstandaard. Steekas of snelspanner, en bij steekas de maat die jouw frame en vork voorschrijven.
  • Remschijfbevestiging. Center Lock of zesgaats, want dat bepaalt of je schijven kunt overzetten.
  • Cassettebody. Shimano en SRAM tot elf speed delen dezelfde body, maar SRAM twaalf speed op XDR, Campagnolo en Campagnolo's nieuwere standaard vragen een eigen body. Vaak is dat achteraf te wisselen, soms niet.
  • Maximaal systeemgewicht en bandbreedte. Fabrikanten geven per wielset op wat het totaalgewicht van renner, fiets en bagage mag zijn en welke bandbreedtes zijn goedgekeurd. Die getallen staan in de handleiding, niet in de webshopbanner.

Klinkt saai, maar hier gaat het in de praktijk mis. Ik heb zelf ooit een zadelklem half gesloopt omdat ik aannam dat "past wel" bestond in fietsland. Bij wielen is die aanname duurder.

Wil je zien welke complete sets onze redactie in de test goed bevielen, kijk dan naar de door Bicycling geteste favoriete wielsets voor de racefiets. Daar staat per set precies welke standaarden je krijgt.

Stap 2: bepaal welke band je wilt rijden, dan pas de velg

De interne velgbreedte bepaalt welke banden goed op je velg staan, en dus hoe je fiets rolt en aanvoelt. Moderne racevelgen zitten rond de 21 tot 23 mm intern, precies omdat 28 en 30 mm banden de standaard zijn geworden. Wielmerken optimaliseren hun profielen inmiddels rond een specifieke bandbreedte: Hunt geeft in zijn eigen whitepaper aan dat de 54/58-uitvoering is doorgerekend op 28 en 30 mm banden, en Roval adviseert bij de Rapide-serie 28 of 30 mm.

Dat is dus de goede volgorde: je kiest de band die bij je wegdek en je gewicht past, en daarna de velg die die band netjes ondersteunt. Rijd je liever wat comfortabeler op lagere druk, lees dan hoe je de juiste bandenspanning voor je racefiets bepaalt en hoeveel bar je tubeless banden echt nodig hebben.

Getty Images© Getty Images

Stap 3: hookless of hooked, en waarom die 5 bar telt

Hookless velgen hebben een rechte velgwand zonder haakje. Ze zijn eenvoudiger en sterker te produceren en geven een vloeiende overgang van band naar velg, maar ze stellen twee harde eisen. Je mag er alleen goedgekeurde tubeless banden op monteren, en de druk is begrensd. Schwalbe wijst er in zijn technische FAQ op dat de ETRTO-norm voor hookless racefietsvelgen een maximum van 5 bar aanhoudt, ook als op je band een hogere waarde staat. Aanhouden dus, en bij verschil tussen band en velg altijd de laagste van de twee.

Hooked velgen laten hogere druk toe en zijn compatibel met vrijwel elke clincher of tubeless band. Weeg zwaarder dan gemiddeld of rijd je graag 25 mm? Dan is hooked simpelweg minder gepuzzel.

Stap 4: velghoogte, en waarom 40 tot 50 mm voor de meesten klopt

Nu mag de aerodynamica meedoen. De vuistregel uit onafhankelijke tests: BikeRadar houdt 40 tot 60 mm aan als beste balans tussen aerodynamica, gewicht en hanteerbaarheid, en Cyclingnews noemt 40 tot 50 mm typisch voor de beste allroundprestaties. Hoger wordt sneller op het vlakke, maar ook onrustiger bij zijwind en zwaarder.

Belangrijker is de nuance die diezelfde tests laten zien: de verschillen tussen goede wielsets zijn klein. In de windtunneltest van Cyclingnews in de Silverstone Sports Engineering Hub, waarin achttien sets naast elkaar gingen, zaten de deelnemers dicht bij elkaar; in een eerdere editie was de achtste set nog maar ongeveer 1,7 watt sneller dan de langzaamste op 40 km/u. Je koopt dus geen ander vermogen, je koopt marges.

Wielbouwer William Keith zei eerder in ons artikel over de vraag of een lichtgewicht wielset echt sneller is precies dat: buiten de bergen valt er in Nederland meer te halen uit aerodynamica dan uit grammen, maar 80 mm hoge velgen zijn iets voor profs die de hele dag boven de 40 km/u rijden.

Mijn eigen ervaring, als oud-tijdritrenner die jaren op diepe velgen reed: op een open Nederlandse dijk bij 30 km/u voelt een heel diep voorwiel vooral onrustig, en die onrust kost je meer dan het profiel je oplevert. Dat is een observatie, geen meting.

Stap 5: carbon of aluminium, en wat je na twee jaar merkt

Carbon is lichter en laat diepere, slimmere profielen toe. Aluminium is goedkoper, prima betrouwbaar en met schijfremmen slijt het remvlak niet meer weg. Onze redactie woog een carbon set van 50 mm op 1365 gram, terwijl een degelijke aluminium trainingsset richting de 1800 tot 1900 gram gaat. Dat verschil voel je bergop en bij het aanzetten, niet zozeer op je gemiddelde.

Waar je na twee jaar het verschil merkt, is service: hoeveel spaken erin zitten, of die spaken los verkrijgbaar zijn, of de naaf een gangbaar systeem gebruikt en hoe snel je een lagerset of freehub krijgt. Goedkope wielen met exotische spaken zijn duurkoop zodra er één breekt. En zeker bij tubeless helpt het om te weten hoe je lekke banden voorkomt en je banden in topconditie houdt.

Eerlijk over de onzekerheid: prijzen en modellen wisselen per seizoen, en de aero-claims van fabrikanten zijn onderling nauwelijks te vergelijken omdat iedereen een eigen testprotocol gebruikt. Cyclingnews zegt dat zelf ook, en dat is precies waarom ze wielen naast elkaar in dezelfde tunnel legden.

Wat betekent dit voor jou?

Rijd je vooral in Nederland, in de groep of solo op vlakke wegen? Dan is een set van 40 tot 50 mm met een interne breedte rond 21 mm, hooked of hookless afgestemd op de band die je nu al rijdt, voor bijna iedereen de logische keuze. Ga je twee keer per jaar de bergen in, dan verlies je met die set niets van betekenis.

Praktisch:

  1. Schrijf eerst je remsysteem, asmaat, cassette en gewenste bandbreedte op. Zonder dat lijstje niets kopen.
  2. Kies daarna de bandbreedte, en dan de velg die daarbij hoort.
  3. Beslis bewust over hookless: alleen goedgekeurde banden en niet boven de laagste maximumdruk.
  4. Neem de aero-claims van merken met een korrel zout en gebruik onafhankelijke tests als richting, niet als rangschikking op de komma.
  5. Reken de service mee: spaken, naaf, freehub en garantie zijn op jaar twee belangrijker dan vijftig gram.

Wie honderden euro's wil omzetten in snelheid en nog twijfelt: begin bij je banden en je bandenspanning. Dat is de goedkoopste watt die er bestaat, en die winst neem je gewoon mee naar je volgende wielset.