Ochtend versus avond: wanneer trap je het beste?
© Getty Images

Waar sommigen zweren bij een rit in alle vroegte en ochtendglorie (nog vóór de rest van het huishouden ontwaakt!), komen anderen juist pas ’s avonds tot leven en volledig tot hun recht op de fiets. Maar is één van de twee nu echt beter?
Om gelijk met de spreekwoordelijke deur in huis te vallen en het eerlijke antwoord op deze vraag te geven: het hangt af van je bioritme, je agenda én je doel. Laten we bij het begin beginnen. En dat is dat eenieders lichaam werkt volgens een zogeheten circadiaan ritme. Simpel gezegd wordt daarmee de interne, biologische 24-uursklok van het lichaam en bijbehorende processen zoals slaap-waakcycli, hormoonafgifte, lichaamstemperatuur en stofwisseling bedoeld.
Vermogen leveren of liever betrouwbaar tijdstip?
Wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat het merendeel van de mensen aan het einde van de middag en aan het begin van de avond nét iets meer vermogen kunnen leveren. Dat komt omdat je lichaamstemperatuur dan hoger is, je spieren soepeler voelen en je reactievermogen wat beter is. Zou je dus puur naar maximale prestaties kijken, denk bijvoorbeeld aan VO2max-intervallen of sprinttrainingen, dan zou later op de dag dus een klein fysiologisch voordeel opleveren.
En toch kiezen veel fanatieke recreanten voor de ochtendtraining. Niet omdat ze dan dus per se sterker zijn, maar vaak omdat het moment 'betrouwbaarder' is. Een training in de allervroegste ochtenduren – bijvoorbeeld een uurtje rammen van 06.30 uur tot 07.30 uur – wordt namelijk zelden ingehaald door een uitgelopen vergadering, gezinsverplichtingen of stevige vermoeidheid na een lange werkdag. Ochtendtrainingen draaien daarom vaak om consistentie. Bovendien kan rustig trainen op een relatief lege maag, mits verstandig toegepast, bijdragen aan een efficiëntere vetverbranding tijdens duurtraining. Het is wel belangrijk om intensieve sessies niet nuchter af te werken: hoge inspanning vraagt immers om voldoende brandstof.
Niet het tijdstip bepaalt, maar de regelmaat
Avondtrainingen afwerken heeft op haar beurt weer andere voordelen en valkuilen. Zoals reeds benoemd, ben je vaak beter opgewarmd in de (na)middag en kun je dan net een tikkeltje meer vermogen leveren. Tegelijkertijd is je mentale energie, na bijvoorbeeld een intense werkdag, juist weer wat beperkter rond dat tijdstip. Dat kan dan weer de kwaliteit van een (zware) training beïnvloeden. Daarnaast kan een intensieve sessie dicht tegen de avond je slaap verstoren, zeker als je hartslag en stressniveau nog hoog zijn wanneer je naar bed gaat.
Wat uiteindelijk het zwaarst weegt, is niet het tijdstip, maar juist de regelmaat. Structureel trainen op een moment dat in jouw leven past, levert meer progressie op dan het najagen van het theoretisch ideale uur. Voor veel wielrenners blijkt de ochtend ideaal voor duurtraining en het opbouwen van routine, terwijl de late middag of vroege avond zich goed leent voor intensievere blokken. Maar persoonlijke voorkeur speelt een grote rol. Een uitgesproken ochtendmens presteert vaak beter bij zonsopgang dan een avondmens - en andersom.
De conclusie is daarmee vrij simpel: zoek niet naar het perfecte tijdstip op papier, maar naar het moment waarop jij fris, gemotiveerd en consequent kunt trainen. Het beste schema is het schema dat je maandenlang volhoudt. Of dat nu in de ochtendlucht is, of in het laatste licht van de dag.











