Staren in de grote glazen gravelbol: Hoe ziet de gravelrace van morgen eruit?
© Getty Images

Met een eigen WK in eigen land vorige maand en groeiende populariteit rijst de vraag: wat staat er allemaal nog meer te gebeuren? Gravelbondscoach Laurens ten Dam en gravelprofs Jasper Ockeloen en Piotr Havik blikken vooruit.
>>> Dit artikel verscheen eerder in Bicycling Magazine, de Gravel & Bikepacking special 2025! Wil je nu al meer van dit? Abonnee worden kan hier! Los dit laatste nummer bestellen kan ook, dat doe je hier.
De allereerste editie van het WK Gravel vond plaats in 2022 in het Italiaanse Veneto. Met Belgische en Franse winnaars, Gianni Vermeersch en Pauline Ferrand-Prévot, zette het evenement meteen een krachtige eerste stap. Vorig jaar in Leuven stonden onder anderen Mathieu van der Poel, Jasper Stuyven, Matej Mohorič en Tim Merlier aan de start. Bij de dames streden grote namen als Lotte Kopecky, Lorena Wiebes, Puck Pieterse, Marianne Vos en Lucinda Brand om de titel. Met zo’n groei rijst onherroepelijk de vraag: hoe ontwikkelt gravelracen zich? Worden het wedstrijden die steeds meer voor de profs zijn? Of blijft het toegankelijker? En hoe ziet het materiaal er straks uit? Nog bredere banden, meer vering, of juist terug naar de basis?
Wat verwachten jullie van de toekomst van gravelraces?
De drie zijn het erover eens: de huidige mix moet blijven staan. Piotr Havik, Jasper Ockeloen en Laurens ten Dam hopen dat gravelraces niet veel veranderen, zowel in de breedte als bij het WK Gravel. Ten Dam: ‘De kracht van gravel zit in de community. Iedereen fietst samen, de profs doen mee met de amateurs in plaats van dat de amateurs meedoen met de profs. Bij het WK is de elitecategorie slechts een paar honderd man, terwijl er duizenden amateurs meedoen.’
Havik: ‘Die duizenden amateurs die deelnemen vormen de financiële ruggengraat van de sport. Ik hoop dat er niet te veel losse races komen die alleen toegankelijk zijn voor profs. Het is juist mooi dat gravelracen nog vaak één tegen één is, zonder grote ploegen of wegstrategieën. De parcoursen zijn gewoon vaak te smal voor dat soort tactiek. Laten we dat vooral zo houden!’
Ockeloen nuanceert: ‘Je ziet nu al wel dat er meer in teamverband geracet wordt. Misschien komen daar in de toekomst regels voor. Ik hoop het eerlijk gezegd niet, want dan wordt het een exclusief clubje eliterenners. De kracht van gravel is juist de breedte.’
Gaat de trend naar langeafstandsraces, en verliezen kortere races van twee of drie uur terrein?
Ockeloen: ‘Langeafstandsraces zijn wel geinig, maar niet voor een heel breed publiek interessant. Het aantal deelnemers is relatief klein, al is het leuk om die vanaf je laptop via de GPS van dotwatching te volgen. Ik denk dat die trend sneller overwaait dan de ‘normale’ gravelraces.’
Havik ziet juist wel een toekomst voor de races over een langere afstand: ‘De drang naar avontuur zit in het DNA van gravel. Ik verwacht dat de races van de internationale wielerunie UCI, waarbij je korte lusjes rijdt, minder populair worden en dat de avontuurlijke series zoals Gravel Earth, Unbound en Traka360 juist groeien.’
Hoe zien jullie de toekomst van het WK Gravel? Wordt dat vooral een prof-evenement?
Ockeloen: ‘Er doen al veel wegprofs mee en dat zal alleen maar toenemen. Net als bij de andere gravelraces, combineert het WK Gravel topsport met breedtesport. Amateurs kunnen zich kwalificeren in verschillende leeftijdsgroepen. Daardoor gaat het WK alleen maar groter worden.’
Havik: ‘Nee. Houd het zoals het nu is. Die mix trekt deelnemers, volgers en toeristen aan. Dat geeft sfeer, en dat moet zo blijven.’
Welke ontwikkeling zien jullie op het gebied van gravelbikes? In het begin waren het een soort racefietsen met bredere banden. Nu zien we steeds bredere banden en zelfs geveerde vorken…
Ten Dam verwacht dat voor- en/of achtervering geen blijvende trend is, mede dankzij bredere banden. Ockeloen denkt juist dat comfort, vering en aerodynamica nog wel evolueren. Havik wil terug naar de basis en de oorsprong van het gravelbiken: ‘Ik zie in het peloton steeds meer ‘Frankenstein-bikes’, zoals ik ze noem. Dus inderdaad met geveerde vorken en mountainbikebanden. Voor mij hoeft het niet verder te ontwikkelen, ik hou van hardtails en vaste voorvorken. Het mooie in gravel is om het zo simpel mogelijk te houden.’
Wat mist de huidige gravelbike nog?
Ten Dam: ‘Ik ben heel blij met mijn nieuwe Specialized Diverge. Maar voor Tour Divide ben ik nog steeds op zoek naar de perfecte fiets. De fiets waar ik Race Around the Netherlands op reed is fantastisch, maar heeft misschien weer net iets te weinig clearance en comfort. Verder mis ik niks.’
Ockeloen: ‘Een extreem aerodynamische fiets met veel clearance ontbreekt nog. Dat zou voor mij de ideale gravelbike zijn.’
Havik: ‘Ik mis niks. Houd het simpel, dat is de charme van gravelbiken en ook hoe het ooit is begonnen. Een racefiets met bredere banden, meer heeft het niet nodig.’
Waar moet de ideale gravelbike aan voldoen?
Ten Dam: ‘De ideale gravelbike bestaat niet. Het hangt helemaal af van je doel. Wil je racen, dan wil je een snelle fiets. Rijd je liever ontspannen op de Veluwe, dan zou ik een fiets kiezen met meer comfort. Fiets je voornamelijk op de weg en pak je af en toe een Goois gravelpad, dan kan dat prima op een allround racefiets.’
Havik: ‘Mijn ideale gravelbike is van carbon, zo licht mogelijk, met vaste voor- en achtervork. De mogelijkheid om 2.1, misschien zelfs 2.2 banden te steken. Met SRAM RED Explorer achterderailleur, en Classified-naafversnelling achter voor een groot schakelbereik. En natuurlijk genoeg ruimte voor tassen, want als gravelbiker moet je minstens één bikepack-avontuur hebben beleefd. Anders ben je misschien geen echte gravelbiker.’




