Onze Giro: 2 vrienden, 6.000 kilometer, 1 land
Gerard Dielessen & Oege Boonstra

Wat begint als een wild idee tussen twee vrienden, groeit uit tot een tocht van 6.000 kilometer door Italië. Maar onderweg gaat het allang niet meer alleen over fietsen. Want wie met elkaar op pad gaat voor zo’n afstand, komt niet alleen Italië tegen, maar ook zichzelf.
>>> Dit artikel is geschreven door Thomas Braun en verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.
Hij ziet er nog steeds uit om door een ringetje te halen. Gerard Dielessen, voormalig NOS- en NOC*NSF-directeur, is inmiddels de zeventig gepasseerd, maar er zit nauwelijks een grammetje vet aan zijn lijf. In de afgelopen vijftien jaar maakte hij de nodige kilometers: Tour for Life, Alpe d’HuZes, en meer. Maar dat valt in het niet bij het plan van zijn vriend Oege Boonstra (68). Dielessen moet meteen lachen bij het woord ‘plan’. ‘Het is zo bijzonder hoe zoiets ontstaat’, zegt hij hoofdschuddend. ‘Oege is een enorme wielerfan. Toen ik in 2016 met ons Arnhemse clubje weer meedeed aan Alpe d’HuZes, zei hij opeens: ik wil ook mee. Hij kocht een fiets en sloot aan. En toen zijn vrouw de Via Francigena liep van Cambridge naar Rome, dacht Oege: dat wil ik ook. Maar dan op de fiets, door Italië, langs alle grenzen. Alleen. Mijn eigen Giro.’
Pure grootspraak
Maar plannen zijn er om te schuiven. Dus vroeg Boonstra zijn vriend of hij af en toe een stukje mee wilde fietsen. ‘Ik zou in Tokyo zijn voor de Spelen en had weinig tijd, maar het idee bleef hangen. Als de finish voor jou in zicht komt, fiets ik wel een stukje mee, zei ik. Pure grootspraak.’
Toch vond zijn vrouw dat het groter kon. ‘Waarom fiets je niet helemaal mee? zei Kaya. Eerst zei ik nee. Ik zat helemaal in de werkmodus en had helemaal geen ruimte in mijn hoofd om er überhaupt over te kunnen nadenken. En hoe kon ik nou maanden van huis zijn, mijn vrouw al die tijd alleen achterlaten? Maar toen stelde Oege voor om het in blokken van twee weken te doen, verspreid over twee of drie jaar. Toen begon het te kriebelen. Ik dacht ook: ik heb het nu druk, maar wat ga ik doen na Tokyo, als mijn pensioentijd begint? Ik wist dat ik meer tijd zou krijgen en misschien moest ik die ook wel echt némen. Mijn leven vertragen, op de fiets, door mijn geliefde Italië. Waarom zou ik het niet doen? En zo belde ik hem terug: ik fiets de hele tocht mee. Hij vond het meteen geweldig.’
© Gerard Dielessen & Oege BoonstraDielessen en Boonstra bij Monte Sant Angelo
Al denkt Oege daar zelf iets genuanceerder over, zegt hij later bij de presentatie van Dielessens boek Onze Giro in Amerongen. Hij laat weten dat Gerard zich ‘een beetje had opgedrongen’. Dielessen lacht: ‘Typische humor van Oege. Natuurlijk klopt dat ook wel een beetje. Maar met z’n tweeën is toch fijner dan alleen. En we hebben geen seconde irritatie gehad. Wat ook zo mooi was: soms zeiden we onderweg uren niets tegen elkaar, zonder dat het ongemakkelijk voelde. Ook stiltes kunnen vriendschappen verdiepen, dat heb ik echt zo ervaren.’
Druiven en Fiat 500
In 2022 vertrokken de twee vanuit hun startplaats Como. Dielessen haalt de ‘droge, ondeugende humor’ van zijn vriend nog maar eens aan. ‘Ik weet nog dat we in een van de eerste etappes langs druivenvelden fietsten. Oege kneep ineens in de remmen en zei: kom, we gaan druiven plukken. Daar zou ik zelf nooit op gekomen zijn, daar ben ik veel te netjes voor. Nog geen minuut later kwam er een Fiat 500 aangescheurd, stapte een woedende vrouw uit en kregen we de huid volgescholden. Ondanks mijn excuses bleef ze tieren met wilde armgebaren, dus zijn we maar snel weer op de fiets gestapt.’
Helemaal alleen waren de twee onderweg niet. Judith, de vrouw van Oege, besloot een paar etappes met de auto achter het duo aan te rijden om onderweg voor steun en bevoorrading te zorgen. ‘Dat was eigenlijk helemaal niet de bedoeling’, zegt Dielessen. ‘Ik had zelfs allemaal bikepacking-spullen gekocht, want we zouden onze bagage gewoon zelf meenemen. Maar Judith zei al snel: die eerste ritten over de Stelvio en al die andere bergen, dat wordt helemaal niks. Dus reed ze mee. Dat zouden eerst maar een paar etappes zijn, maar ze vond het zó leuk dat ze uiteindelijk de hele Giro onderdeel van het avontuur bleef. Daardoor hoefden wij alleen maar te trappen. En ik heb ooit van Maarten Ducrot geleerd: als je maar blijft trappen, kom je er vanzelf.’
© Gerard Dielessen & Oege BoonstraItaliaanse borden naar Marrara en Bova
Italië echt ontdekken
Zo reden de twee pensionado’s kilometer na kilometer door Italië. Vaak niet eens naast elkaar, maar achter elkaar. Gerard op kop, Oege honderd meter daarachter. ‘Dat zegt eigenlijk alles over onze vriendschap’, vertelt Dielessen. ‘Het ontstond vanzelf en voelde heel natuurlijk. Stel je voor dat je de hele dag naast elkaar móet rijden en voortdurend gesprekken gaande moet houden omdat je denkt dat de ander dat verwacht. Daar moet je toch niet aan denken?’
Juist die stilte gaf ruimte om Italië echt te beleven. ‘Ik ben vaak in Italië geweest, maar nu had ik voor het eerst het gevoel dat ik het land écht leerde kennen. In Zuid-Tirol merk je hoe Oostenrijks het nog voelt, terwijl het zuiden weer totaal anders is: chaotisch, rommelig, maar ook prachtig. Lecce bijvoorbeeld, of Bari met die fantastische boulevards. Op de fiets zie je een land langzaam veranderen.’
Het tweetal reed tussen de 80 en 140 kilometer per dag. De routes waren bedacht door Oege, met behulp van Google Maps. ‘Dat klopte natuurlijk voor geen meter’, lacht Dielessen. ‘Google stuurde ons vaak over grote, drukke wegen, dus ik probeerde het nog wat bij te schaven met Komoot. Maar ook daar hielden fietspaden soms opeens op, ergens in the middle of nowhere. Dan moesten we improviseren om weer in een dorpje uit te komen. Maar dat hoort erbij. Om Ducrot nog maar eens te citeren: je kunt wel een plan hebben, maar het uiteindelijke doel is belangrijker. Het plan wordt toch altijd anders.’
Mattis rijdt mee
Voor Gerard Dielessen kreeg de tocht onderweg nog een extra lading. Zijn zoon Mattis, in de Utrechtse wielerwereld bekend als renner en trainer bij CS030, lag ziek thuis met leukemie. Vanaf de bank volgde hij de reis op de voet. ‘Hij vond het buitengewoon interessant dat zijn oude vader zo’n enorm project aan het doen was’, vertelt Dielessen. ‘Bijna dagelijks appte hij om te vragen hoe het ging. En als wij onderweg pech hadden, kwam hij vaak met creatieve oplossingen zodat we weer verder konden.’ Mattis keek niet alleen mee, hij dacht ook nadrukkelijk mee over de route. Vooral Napels zag hij liever vermeden worden. ‘Veel te gevaarlijk om doorheen te fietsen, pas nou toch op!’ appte hij. En eerlijk is eerlijk: hij had ook wel gelijk. Napels is rauw en chaotisch. Maar Oege wilde per se naar het beroemde koffiecafé Gambrinus. Jullie zijn gek, schreef Mattis toen.’
Cranck-Jorum
Het bleek een van de laatste adviezen van zoon aan vader. In april 2024 overleed Mattis Dielessen, slechts 36 jaar oud. ‘Brigitte, de partner van Mattis, had thuis nog een paar dozen met gloednieuwe wielersokken staan’, vertelt Gerard. ‘Nog helemaal in de verpakking, want Mattis was ervan overtuigd dat hij beter zou worden en weer zou gaan fietsen. Op één paar stond links ‘Cranck’ en rechts ‘Jorum’. Ik maakte daar in mijn hoofd ‘krankjorum’ van, precies zoals Mattis zei: jullie zijn gek.’ Gerard besloot de sokken mee te nemen op de tocht. ‘De ochtend dat we naar Napels reden, trok ik ze alleen aan op mijn hotelkamer. Toen dacht ik: nu is hij bij me. Het ontroert me nu weer…’ Na een korte stilte: ‘We zaten ’s avonds bij café Gambrinus, met uitzicht op de Vesuvius, en ik begon een blog te schrijven: Krankjorum door Napels. Na twee zinnen brak ik volledig. Oege zag dat meteen. Hij stond op, liep naar me toe en legde alleen even een hand op mijn schouder. Dat vergeet ik nooit meer. Vriendschap betekent zó veel.’ Rond dat moment besloot Dielessen ook definitief een boek over de reis te schrijven. ‘In eerste instantie dacht ik aan een luchtig verhaal over twee gepensioneerde mannen die door Italië fietsen. Maar onderweg kreeg het een heel andere betekenis. Door de ziekte en het overlijden van Mattis werd het veel meer dan alleen een fietsverhaal.’
Dat gold ook voor Oege en zijn vrouw Judith, die bevriend waren geraakt met Mattis. ‘Vlak voor zijn overlijden ging het gezin van Mattis op vakantie naar Spanje om even op adem te komen. Mattis kon niet mee, omdat hij dicht bij het ziekenhuis moest blijven. Toen stelde Oege zijn huis in Gorredijk beschikbaar, zodat Mattis daar al z’n vrienden kon uitnodigen om Parijs-Roubaix te kijken. Ze hebben toen zelfs nog samen een klein rondje gefietst. Tweeënhalve week later overleed hij.’
In het boek zijn daarom geen gewone foto’s opgenomen, maar artistieke illustraties gebaseerd op beelden van onderweg. ‘Eerst wilden we gewoon foto’s gebruiken’, vertelt Dielessen. ‘Maar dat voelde te veel als een reisgids. Deze illustraties passen veel beter bij het gevoel van het verhaal. Eerlijk gezegd vind ik ze mindblowing.’
© Gerard Dielessen & Oege BoonstraUitzicht in Urbino
De lange weg naar dichtbij
Onze Giro gaat over 31 etappes fietsen door Italië, maar uiteindelijk vooral over iets anders: ouder worden, vriendschap, verlies en opnieuw betekenis vinden. En het verhaal is nog niet af. Het tweetal wil dit jaar samen met vrienden de laatste twee blokken van 1.000 kilometer richting Milaan fietsen. ‘Dat voelt symbolisch’, zegt Dielessen. ‘Het is een missie geworden. Daarom is de subtitel ook De lange weg naar dichtbij. Want uiteindelijk ben je onderweg vooral op zoek naar jezelf. En die weg houdt nooit op.’
© Gerard Dielessen & Oege BoonstraNieuwsgierig naar dit avontuur?
Het boek Onze Giro van Gerard Dielessen is nu verkrijgbaar voor € 24,99. Voor meer informatie: www.onzegiro.nl
.png?width=1800)















