Op zoek naar de ziel van het fietsen

Update: 27 november om 10:03

James Startt

James Startt

We verklappen maar direct waar de ziel van het fietsen te vinden is: Italië. Tradities worden in het land van de laars nog in ere gehouden. Is traditie de rem erop, of juist de kern van alles wat Italiaans wielrennen uniek maakt? In Italië heeft iedereen een mening.

Italië noemt zichzelf het Bel Paese, het mooie land. En niemand die dat tegenspreekt. Niet alleen om zijn eeuwenoude cultuur, maar ook om het alledaagse decor van olijfgaarden, cipressenlanen, middeleeuwse dorpen en wijnvelden waar de tijd lijkt stil te staan. Voor wielrenners is het een plek waar landschap, stijl en emotie samensmelten, waar fietsen niet alleen beweging is, maar kunst.

“Het is de beste plek ter wereld om te fietsen,” zegt Pier Bergonzi, hoofdredacteur van Sportweek, de weekuitgave van La Gazzetta dello Sport. “Het heeft alles: bergen, eilanden, zon, routes voor elke renner — van Sicilië tot Puglia.”

Want hoewel Frankrijk vaak het centrum van de wielerwereld lijkt, geldt Italië al meer dan een eeuw als een spirituele thuisbasis van de sport.

Het erfgoed: Van Coppi tot de Giro

In de vroege ochtend van 13 mei 1909 startten 127 renners vanaf Piazzale Loreto in Milaan in de allereerste Giro d’Italia. De vroege edities waren Italiaans domein, maar de rivaliteit tussen Gino Bartali en Fausto Coppi tilde het evenement naar mythische hoogte. Italië werd verdeeld in kampen — Bartaliani versus Coppiani — en wielrennen werd religie.

Later werd de Giro internationaler. Anquetil, Merckx, Hinault, Induráin en onze eigen Dumoulin, allemaal passeerden ze eerst door Italië alvorens Tour-legendes te worden. Win je de Giro, dan behoor je tot het hoogste wielerniveau. Zo simpel was het en is het eigenlijk nog steeds.

De realiteit van vandaag

Maar nu? Italië heeft geen enkel mannenteam meer in de WorldTour. De laatste Italiaanse mannenwinnaar van een grote ronde, Vincenzo Nibali, stopte in 2022. Campagnolo, ooit het summum van techniek en begeerte, vecht om relevant te blijven tegenover Shimano en SRAM.

“Het is een diep dal,” erkent Bergonzi. “De sport werd wereldwijd en wij gingen niet snel genoeg mee.”

Het land heeft nog talenten: Jonathan Milan sprint met macht en stijl, Filippo Ganna is wereldkampioen tijdrijden en Olympisch kampioen. Maar een nieuwe klassementsrenner laat op zich wachten.

Nibali ziet het probleem duidelijk: “Zonder een Italiaanse WorldTour-ploeg is er geen route voor jong talent.” En zo’n team bouwen kost minstens €90–100 miljoen over vijf jaar. Niet iets wat je doet zonder superster die exposure garandeert.

Nieuwe klassiekers: De Strade Bianche

Gelukkig is Italië nog steeds meester in het creëren van wielerbeleving. Het beste bewijs: Strade Bianche, gelanceerd in 2007 en nu al beschouwd als een moderne wielermonument. De witte Toscaanse gravelwegen, de finale in Siena, geen renner die het niet op zijn bucketlist heeft staan. Winnaars als Pogacar, Van Aert, Van der Poel en Alaphilippe zeggen genoeg.

Ook de vrouwenwedstrijd, over exact dezelfde route en op dezelfde dag, is een instant klassieker geworden. In tijden waarin Italië zoekt naar een nieuwe identiteit, toont Strade Bianche dat traditie en innovatie elkaar niet hoeven te bijten.

Het industriële hart: Ambacht als wapen

Waar het Italiaanse topwielrennen momenteel wankelt, lijkt de fietsindustrie sterker dan ooit. Het land blijft synoniem voor elegantie en obsessieve aandacht voor details in de afwerking.

Merken als Colnago, Pinarello, Campagnolo en Cinelli zijn legenden, maar Italiaanse innovatie leeft vandaag vooral bij nieuwe namen. Kask maakt helmen die stijl en veiligheid combineren; Nimbl verandert de markt voor ultralichte raceschoenen; Q36.5 produceert high-tech wielerkleding binnen een straal van 200 kilometer rond hun Dolomieten-hoofdkwartier.

“Ambacht zit in het DNA van Italië,” zegt Bergonzi. “Of het nu gaat om zadels, sturen, schoenen, mensen willen kwaliteit. En wij maken kwaliteit.”

Waarom Italië altijd Italië blijft

Misschien is dat Italiaans wielrennen in één zin: meer ziel dan resultaten. Zelfs zonder glorie in de uitslagenlijsten blijven de wegen vol fietsers, gran fondo’s uitverkocht, en wielrennen verweven met espresso, terracotta en zonovergoten beklimmingen.

“Misschien komt de volgende kampioen morgen,” zegt Bergonzi. “Zoals in tennis: decennia niets en dan ineens Jannik Sinner.”

Maar zelfs als dat moment nog even op zich laat wachten, blijft Italië voor fietsers één ding: het hart van de sport. Want nergens anders ruikt asfalt naar geschiedenis. Nergens klinkt schakelen als opera. En nergens voelt fietsen zo vanzelfsprekend als ademen.

Italië hoeft niets te winnen om belangrijk te blijven. Het is wielrennen, met hart, erfgoed, passie en ziel.

Video