Opzetstuur bij ultra's: Waarom fietst bijna iedereen ermee?
Getty Images

Sta je aan de finish van de Transcontinental Race, Race Across America of NorthCape4000, dan valt één ding meteen op: bijna elke deelnemer heeft een opzetstuur op zijn racefiets gemonteerd. Deze ultra's, de zwaarste fietskoersen ter wereld met afstanden vanaf 500 tot ruim 4.000 kilometer, trekken toprenners als Christoph Strasser, zesvoudig winnaar van de Race Across America, en Fiona Kolbinger, die in 2019 als eerste vrouw ooit een race van deze omvang op algemeen klassement won. Waarom kiest bijna iedereen in de ultracycling-scene voor dat extra stuurtje, en gaat het alleen om snelheid, of zit er meer achter? Wij zochten het uit.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Wat is een opzetstuur en waarom duikt het overal op bij ultra's?
Een opzetstuur, ook wel tribar of aerobar genoemd, is een los stuk stuur dat je aan je bestaande drops klikt. Het bestaat meestal uit twee armsteunen en twee naar voren wijzende extensions, waardoor je op je onderarmen leunt in plaats van op je handen. Het idee komt oorspronkelijk uit de tijdrit- en triatlonwereld. In de ultracycling-scene is het inmiddels net zo gewoon als een bidonhouder: op de deelnemerslijst van vrijwel elke race boven de 1.000 kilometer duikt het opzetstuur op, van beginnende bikepackers tot de snelste renners vooraan.
Aerodynamica: waarom lucht ook onder de 40 km/u je grootste vijand is
De meest voor de hand liggende reden is aerodynamica. Minder frontaal oppervlak betekent minder luchtweerstand, en luchtweerstand bepaalt bij een normaal fietstempo verreweg het grootste deel van de weerstand die je moet overwinnen. Uit een veelgeciteerde analyse van de wetenschappelijke literatuur over fietsaerodynamica (Debraux e.a., 2011, Sports Biomechanics) blijkt dat luchtweerstand bij snelheden boven de 50 km/u al zo'n 90 procent van de totale weerstand voor zijn rekening neemt.
Ook op ultra-tempo, meestal ergens tussen de 25 en 35 km/u, is lucht al de dominante factor. Bicycling.nl rekende eerder uit vanaf welke snelheid aerodynamica écht belangrijk wordt voor wielrenners, met als conclusie dat je al vanaf zo'n 20-25 km/u voornamelijk lucht aan het verplaatsen bent, niet je gewicht.
Daar komt bij dat ongeveer 80 procent van die luchtweerstand door je eigen lichaam wordt veroorzaakt, niet door je fiets. Dat is ook de reden waarom profs steeds vaker kiezen voor smallere sturen: hoe compacter je frontale silhouet, hoe minder lucht je hoeft te verplaatsen. Een opzetstuur doet in feite hetzelfde, maar dan in een houding die je ook na tien uur in het zadel nog volhoudt.
Comfort blijkt minstens zo belangrijk als snelheid
Toch is aerodynamica volgens materiaalkenners niet eens de belangrijkste reden waarom ultrarenners voor een opzetstuur kiezen. Bikepacking-journalist Alee Denham analyseerde op CyclingAbout waarom langeafstandsfietsers het stuurtje monteren, en zijn conclusie is veelzeggend: comfort weegt zwaarder dan pure snelheid.
Door je gewicht op je ellebogen te leggen in plaats van op je handen, verlaag je de druk op je polsen en handpalmen aanzienlijk. Op een dag met 300 tot 400 kilometer en 15 tot 20 uur in het zadel is dat het verschil tussen doorrijden en stoppen met een doof gevoel in je vingers.
Een opzetstuur geeft je bovendien een extra handpositie naast je stuurhaken en het bovenstuur. Ultra-veteraan Torsten Frank, die op zijn blog uitgebreid schrijft over materiaalkeuzes voor meerdaagse races, legt uit dat ultracyclisten daarin anders te werk gaan dan triatleten: zij willen vooral hun handen rust geven van de constante druk op een normaal stuur, zonder dat hun gewone stuurposities in de verdrukking komen.
Wat wetenschappelijk onderzoek zegt over opzetsturen en vermogen
De wetenschap volgt de praktijk inmiddels. Recent onderzoek naar de wisselwerking tussen opzetstuurpositie, luchtweerstand en vermogensproductie laat zien dat de precieze stand van je opzetstuur, de hoogte, breedte en hoek van de extensions, een meetbare invloed heeft op zowel je CdA-waarde als het vermogen dat je duurzaam kunt blijven leveren. Voor renners die dagenlang op hetzelfde tempo moeten fietsen is dat een cruciale nuance: de meest aerodynamische stand is niet automatisch de stand waarop je het langst je wattages kunt volhouden.
>>> Kanttekening: harde cijfers over wattbesparing onder specifieke ultra-omstandigheden zijn schaars, simpelweg omdat er weinig windtunneltests bestaan die het tempo én de vermoeidheid van een meerdaagse race nabootsen. Onderzoekers baseren zich vooral op tijdritdata en extrapoleren die naar de duurbelasting van een ultra.
Er kleeft ook een risico aan een te enthousiast gemonteerd opzetstuur. Frank waarschuwt voor Shermer's neck, een aandoening vernoemd naar RAAM-deelnemer Michael Shermer, waarbij overbelaste nekspieren het na tientallen uren simpelweg begeven en renners hun hoofd niet meer omhoog kunnen houden. Zijn advies: monteer de pads niet te laag, ook al is dat aerodynamisch net iets gunstiger.
Hoe je dit terugziet in het deelnemersveld van ultra's
Kijk je naar de deelnemersvelden van de Transcontinental Race, de monsterwedstrijd voor wie graag afziet, dan zie je het patroon overal terug. In openbare materiaaloverzichten van eerdere edities noemen renners als Sebastian Breuer, Antoine Gary en Richard Gate stuk voor stuk expliciet hun aerobars als vast onderdeel van hun fietsopstelling, naast tientallen andere deelnemers in hetzelfde veld.
Opvallend: vrijwel niemand van hen rijdt een volwaardige tijdritfiets. Logisch, want wat een tijdritfiets zo veel sneller maakt is dezelfde diepe zitpositie en het stijve, aerodynamische frame die hem onhandelbaar maken met bepakking op grind, in bochten en bij zijwind over een meerdaagse rit. Een gewone racefiets of gravelfiets met een los opzetstuurtje erbij is dan het compromis: bijna dezelfde aerodynamische winst, met het stuurgedrag en de bagageruimte die je nodig hebt voor dagen onderweg.
Wat betekent dit voor jou als (ultra)fietser?
Je hoeft geen record te jagen om baat te hebben bij deze inzichten. Rijd je regelmatig lange toertochten, een graveltocht van 200 kilometer of je eerste bikepacking-avontuur, dan is een los opzetstuurtje op je eigen racefiets een relatief goedkope manier om zowel iets sneller als comfortabeler te fietsen, zonder dat je meteen een aparte tijdritfiets hoeft aan te schaffen.
Let wel op een paar dingen. Oefen eerst op een rustige weg voordat je in het verkeer of in een groep op de extensions gaat leunen, want je stuurt minder direct en remt minder snel vanuit die houding. Check ook vooraf het wedstrijdreglement als je meedoet aan een georganiseerde rit of race: veel evenementen met een groot peloton staan opzetsturen om veiligheidsredenen niet toe, terwijl vrijwel elke ultra ze juist toejuicht omdat je daar alleen of in kleine groepjes rijdt. Regels verschillen per organisatie, dus check dit altijd in het technisch reglement van het evenement waar je aan meedoet.
Wil je die stap zelf een keer zetten? Bekijk dan dit overzicht van tien pittige ultra's om zelf te proberen en kijk welke afstand bij jouw ambities past.













