Pasta, polenta en Pinot Grigio: waarom iedere fietser ooit naar Trentino moet

Update: 12 augustus 2026 om 18:21
Praat mee!

Ties Wijntjes

Ties Wijntjes

Ruige Dolomietenpassen, stille fietspaden langs wijngaarden, cappuccino’s op zonnige pleinen en lange lunches na een rit. In Trentino komt alles samen waar wielrenners van houden. Vier routes laten zien waarom deze Noord-Italiaanse regio misschien wel de perfecte fietsbestemming is.

>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

Het passeren van de Italiaanse grens vind ik altijd een magisch moment. De vriendelijke mensen, de warme sfeer, de prachtige omgeving en de liefde voor alles wat het leven mooi maakt; ik geef het maar meteen toe: ik ben Italofiel. Italië heeft mijn hart. Of het nu op de Brennerpas is, de Splügenpas of ergens anders, ik moet mijn best doen om geen vreugdekreet te slaken zodra ik weer Italië binnenrijd. Toch voelt het in het noorden van Italië soms alsof je twee keer een grens oversteekt. Want de noordelijke grensgebieden hebben stuk voor stuk een eigen cultuur en soms zelfs een autonome status. Je passeert eerst de officiële grens, maar een stukje zuidelijker rijd je eigenlijk pas écht Italië in. Dat merk je bijvoorbeeld in Trentino-Alto Adige, de regio tegen Oostenrijk aan.

Duits in het noorden, Italiaans in het zuiden

Trentino-Alto Adige geldt al eeuwenlang als een brug tussen Italië en Oostenrijk. De regio kent een bewogen geschiedenis en werd lange tijd heen en weer geslingerd tussen verschillende machthebbers. Die invloeden zijn nog altijd zichtbaar. In Alto Adige – ook bekend als Zuid-Tirol – wordt veel Duits gesproken en voelen bewoners zich sterk verbonden met Oostenrijk. Het zuidelijke Trentino is juist uitgesproken Italiaans.

Voor fietsers is vooral dat Trentino een droomgebied. De streek omvat een groot deel van de Dolomieten, maar ook groene valleien, prachtige meren (waaronder het Gardameer) en kilometers aan fietspaden. Steile bergpassen wisselen af met glooiende wegen door wijngaarden en charmante dorpjes, terwijl panoramische uitzichten nooit ver weg zijn. Juist die afwisseling maakt fietsen hier zo bijzonder. En de bergen bepalen niet alleen het landschap, maar ook de lokale keuken.

>>> Lees ook: Fietsen rond Nice: De mooiste routes langs kust en bergen van de Côte d’Azur

Bergkeuken als ideaal fietsvoer

De gastronomie van Trentino is ontstaan vanuit het leven in de bergen. Op grote hoogte waren de mogelijkheden voor landbouw beperkt en het groeiseizoen kort. Daardoor draaide de keuken vooral om eenvoudige, voedzame ingrediënten die voldoende energie leverden voor het fysiek zware werk in de bergen. Eigenlijk ook perfect krachtvoer voor fietsers dus. Akkerbouw was maar beperkt mogelijk, maar veeteelt speelt nog altijd een grote rol in de streek. Grote kans dat je tijdens het fietsen een malga tegenkomt: een traditionele bergboerderij waar koeien ’s zomers op hoogte grazen en waar kaas en vleeswaren worden gemaakt. Uit die traditie ontstond bijvoorbeeld Trentingrana, de lokale variant van Parmigiano Reggiano. Iets milder en frisser van smaak dankzij melk van koeien die hoog in de bergen grazen. Nog zo’n typisch streekproduct is Speck Trentino. Pekelen en drogen waren vroeger noodzakelijk om voedsel te bewaren tijdens lange winters. Daarnaast werden in de bossen kruiden, bessen en paddenstoelen verzameld. Nog altijd zie je dat terug op de menukaart: stevige polenta’s, pasta’s met paddenstoelen, wildgerechten en kruidenlikeuren gemaakt van lokale planten. 

Fietsen door de wijngaarden


Niet alleen het eten is een reden om naar Trentino te gaan, ook wijnliefhebbers zitten hier goed. Ten noorden van de stad Trento ligt de Piano Rotaliano, een vruchtbare vallei vol wijngaarden. Druiven als Teroldego en Marzemino stelen hier de show, naast bekendere soorten als Chardonnay, Pinot Grigio en Pinot Nero. Dankzij het relatief koele alpiene klimaat staan de wijnen uit Trentino bekend om hun frisse karakter. De hoogte van de wijngaarden en de grote temperatuurverschillen tussen dag en nacht zorgen voor fraaie, levendige wijnen. En misschien nog mooier: het gebied is geweldig om doorheen te fietsen. Een uitgebreid netwerk aan fietspaden voert je dwars door de wijngaarden, terwijl de Dolomieten voortdurend op de achtergrond opduiken. Er is in Trentino dus veel te zien én veel te proeven. Daarom zetten we vier routes op een rij waarmee je de regio optimaal beleeft: op de fiets, op je bord én in het glas.

Door de wijngaarden fietsen© Ties Wijntjes

Door de wijngaarden fietsen

Route 1: Lago di Molveno en de Passo Duron

70 km, 1.500 hm

Het Lago di Molveno wordt al jaren op rij uitgeroepen tot het mooiste meer van Italië. Begrijpelijk ook, want het diepblauwe water ligt spectaculair tussen de pieken van het Brentamassief. Vanuit Molveno start een van mijn favoriete rondjes in Trentino, over de Passo Duron en door Val Giudicarie. Eerst kronkelt de weg vlak langs het meer, ideaal om rustig op te warmen. Je passeert nog het kleinere Lago di Nembia en daarna volgt een afdaling richting Ponte Arche, waar de grote beklimming van de dag begint: de Passo Duron. Met zijn 10,2 kilometer aan gemiddeld 5,8 procent een echte loper. Maar onderschat hem niet, zeker op warme dagen kan de klim verraderlijk zwaar worden omdat grote delen door open terrein lopen. Boven wacht een snelle afdaling richting Preore. Vanaf hier pak je het parcours van de zeventiende etappe van de Giro d’Italia van dit jaar op. De weg loopt geleidelijk omhoog door Val Giudicarie, terwijl het uitzicht op de omliggende bergen steeds indrukwekkender wordt. Voor een culinaire tussenstop is Agriturismo Il Ritorno een aanrader. Vrijwel alle groenten, kruiden en fruit komen uit eigen tuinen rondom het restaurant. Zelfs de siropen en mocktails worden gemaakt van eigen oogst. Nog energie over? Pak dan vlak voor de tunnel naar Molveno de oude weg langs de bergwand. Het uitzicht over de vallei en het dorpje Deggia maakt die extra kilometers meer dan waard.

Route 2: Door de wijngaarden van de Piano Rotaliano

80 km, 800 hm

Vanuit Trento verken je via rustige fietspaden eenvoudig de wijngaarden van de Piano Rotaliano. De route start in het historische centrum van die stad, voor de Duomo di San Vigilio. Na enkele kilometers bereik je al de eerste fietspaden, die je tientallen kilometers door en langs de wijngaarden voeren. Op de terugweg klim je vanuit San Michele all’Adige richting Palù di Giovo. Dat is een echt wielerdorp, want het is de geboorteplaats van onder meer Francesco Moser. De voormalig wereldkampioen en Giro-winnaar is tegenwoordig wijnboer. Zijn wijnhuis ligt net buiten Trento en is een verplichte stop voor wielerliefhebbers. Een kort maar steil klimmetje in de buitenwijken van de stad brengt je naar zijn proeflokaal waar je niet alleen zijn wijnen kunt proeven, maar ook een kijkje kunt nemen in zijn eigen mini-museum. Je vindt er onder meer de Trofeo Senza Fine van zijn Giro-overwinning, de fiets van zijn werelduurrecord en meerdere kasseien van Parijs-Roubaix.

>>> Lees ook: Wijn en wielrennen horen gewoon bij elkaar

Het wijnhuis van Giro-winnaar Francesco Moser© Ties Wijntjes

Het wijnhuis van Giro-winnaar Francesco Moser

Route 3: De mythische Monte Bondone


56 km, 1.600 hm

Wie van lange beklimmingen houdt, kan in Trentino niet om de Monte Bondone heen. De klim staat ook bekend als de Salita Charly Gaul, vernoemd naar de legendarische Giro-etappe van 1956. Die dag eindigde op de klim net buiten Trento, maar onderweg naar de voet van de klim werd het peloton geteisterd door sneeuw, regen en hagel. Na meer dan 220 kilometer koers bereikten slechts 42 van de 83 renners uiteindelijk de finish boven op de Bondone. De Luxemburger Charly Gaul reed iedereen uit het wiel en won met acht minuten voorsprong. De weersomstandigheden en zelfs verschillende landverschuivingen die de weg blokkeerden, leken hem niks te doen. ‘Charly heeft de huid van een nijlpaard’, zei concurrent Raphäel Geminiani daar achteraf over. Nog altijd hangt er iets heroïsch rond deze klim. Over 17,4 kilometer stijgt de weg gemiddeld 7,7 procent en win je 1.337 hoogtemeters. Geen explosieve muur, maar een lange klim die langzaam in de benen kruipt.

Route 4: In de voetsporen van Il Pirata


Deze route brengt koershistorie en gastronomie perfect samen. Vanuit Tione di Trento klim je eerst naar Madonna di Campiglio, het bekende skioord waar Marco Pantani in 1999 zijn Giro-zege leek veilig te stellen. Hoe anders hing de vlag er één dag later bij, toen hij niet meer in de slotrit mocht starten vanwege een te hoge hematocrietwaarde. Nadat je die klim hebt gehad, daalt de route af richting Val di Sole, een vallei vol appelgaarden. Samen met het naastgelegen Val di Non is dit gebied verantwoordelijk voor een groot deel van de Italiaanse appelproductie. Een perfecte plek dus voor een tussenstop, met een lokaal appeltaartje (strudel di mele) of een glas verse appelsap. Ondertussen heb je constant zicht op de toppen van de Brentagroep; de pieken van het Dolomietenmassief torenen overal bovenuit. Ook later in de route blijven de uitzichten indrukwekkend. Langs het Lago di Santa Giustina, op de klim naar Spormaggiore en uiteindelijk terug via het meer van Molveno wisselen fruitgaarden, bergmeren en steile rotswanden elkaar voortdurend af. De slotkilometers in dalende lijn zijn ideaal om even rustig uit te trappen.