Afzien

Pijn is tijdelijk, Strava voor eeuwig: Waarom fietsers zo graag afzien

Update: 1 maart 2026 om 15:02

Gijs Ferkranus

Gijs Ferkranus

Er bestaat een moment tijdens een zware klim waarop je jezelf serieus afvraagt waarom je ooit dacht dat fietsen een goed idee was. Je longen staan in brand, je bovenbenen voelen als beton en ergens diep vanbinnen klinkt een stem die zegt: “Je had ook gewoon kunnen wandelen.”

>>> Wil je op de hoogte gehouden worden van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met iedere maandagochtend om 09.00 5 topartikelen.

Toch doen we het afzien iedere keer opnieuw. Vrijwillig. Sterker nog: we zoeken het op. Steiler. Langer. Harder. Maar waarom eigenlijk? Waarom hebben fietsers zo’n vreemde fascinatie met de pijngrens en is dat wel gezond?

Afzien als hobby (ja, echt)

In vrijwel geen andere sport is lijden zo’n openlijk onderdeel van de cultuur. Kijk maar naar de heroïsche verhalen uit de Tour de France, waar renners dagenlang bergen over kruipen terwijl commentatoren spreken over “karakter tonen” en “diep gaan”.

Dat romantische beeld sijpelt door naar recreatieve fietsers. De zware klim, de lange solo tegen de wind of dat ene intervalblok dat nét te ambitieus was: het hoort erbij. Maar het is niet alleen stoerdoenerij.

Je brein houdt stiekem van pijn

Pijn is een beschermingsmechanisme dat er mogelijk gevaar of schade optreed (brainline.org). Maar wanneer je jezelf fysiek pusht, gebeurt er iets interessants in je lichaam. Intensieve inspanning zorgt voor de aanmaak van endorfines en dopamine, stoffen die pijn dempen en een gevoel van beloning geven. Het bekende 'runner’s high' bestaat dus echt.

Je lichaam zegt eigenlijk: dit was zwaar, maar goed gedaan. Dat verklaart waarom je na een rit waarbij je onderweg meerdere keren wilde stoppen, thuis op de bank ineens denkt: morgen weer?

De aantrekkingskracht van de grens

De pijngrens opzoeken heeft ook een psychologische kant. Fietsen is één van de weinige momenten waarop alles simpel wordt. Geen inbox. Geen deadlines. Alleen wattages, ademhaling en asfalt. Door diep te gaan ervaar je controle. Je ontdekt wat je aankunt. Veel fietsers beschrijven het als een vorm van actieve meditatie, al voelt dat tijdens een klim van twintig procent eerder als existentiële crisis (waldenuniversity.com).

Daarnaast speelt vergelijking een rol. Apps zoals Strava maken prestaties zichtbaar. Segmenten, PR’s en KOM’s geven directe feedback. Een klein digitaal kroontje kan soms verrassend motiverend zijn. Voor sommigen zelfs verslavend.

Wat bereik je ermee?

Het goede nieuws: jezelf af en toe kapot rijden heeft daadwerkelijk voordelen (school.tv).

Verhogen van de pijntolerantie

Je traint je lichaam en brein om pijn langer te verdragen, waardoor pijnlijke sensaties minder snel als ondraaglijk worden ervaren.

Verbeterde sportprestaties

Actievere mensen en sporters hebben vaak een hogere pijngrens. Het opzoeken van de grens (bijv. tijdens krachttraining) helpt om spieren verder te ontwikkelen.

Pijnstillend effect (lichaamseigen)

Het herhaaldelijk opzoeken van de pijngrens kan ervoor zorgen dat het lichaam eigen 'pijnstillers' (zoals endorfine) aanmaakt.

Mentale weerbaarheid

Je leert omgaan met oncomfortabele situaties en leert dat je "verder kunt dan je denkt".

Beter inzicht in eigen lichaam

Je leert het verschil herkennen tussen 'goede pijn' (vermoeidheid, training) en 'slechte pijn' (blessure).

Maar… wanneer wordt het ongezond?

Zoals bij alles geldt: meer is niet automatisch beter. Continu op of over je limiet rijden kan leiden tot:

  • overtraining;
  • slechter herstel;
  • blessures;
  • chronische vermoeidheid;
  • en verrassend genoeg: slechtere prestaties.

Het lichaam wordt sterker tijdens herstel, niet tijdens het kapotgaan zelf. Wie elke rit als een finale-etappe behandelt, rijdt zichzelf uiteindelijk leeg.

Een handige vuistregel: als je hartslag ’s ochtends verhoogd blijft, je humeur onder nul zakt of je ineens geen zin meer hebt om te fietsen, dan is rust waarschijnlijk productiever dan nog een intervalblok.

Waarom we het toch blijven doen

Misschien is het simpel. In een comfortabele wereld zoeken we momenten die écht voelen. Een zware klim geeft directe feedback. Geen discussie mogelijk. Of je haalt de top, of niet. Dat maakt fietsen eerlijk. En ergens onderweg, tussen verzuring en euforie, gebeurt iets bijzonders: je ontdekt dat je meer kunt dan je dacht.

Dus ja, fietsen is soms pijn lijden. Maar het is ook vrijheid, voldoening en dat onverklaarbare gevoel wanneer je boven komt, naar beneden kijkt en denkt:

Dit was verschrikkelijk. Wanneer gaan we weer?

 

Video

Pijn is tijdelijk Strava voor eeuwig: waarom fietsers zo graag afzien