Pogačar de grootste Argentijn in de Tour de France
Getty Images/AI

Wat heb ik me gisteren geërgerd aan de Argentijnen. Als Ajax-fan koester ik nog altijd warme herinneringen aan Nicolás Tagliafico: die heerlijke Argentijnse grinta op linksback. Ook het Argentijnse nationale elftal kon ik altijd waarderen om dat spel op het scherpst van de snede. Niet het gepolijste voetbal van buurland Brazilië, maar iets rouws. Iets ongepolijsts. Op het randje spelen is een kunst en niemand beheerst die kunst zo goed als de Argentijnen.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Gisteren gingen ze ver over dat randje. Niet een beetje. Nicolás T, Leandro P, Julián Á en vooral Giuliano S: prachtige straatvechters op hun dag, maar gisteren gewoon een stel criminelen in de WK-finale. Jammer. Heel jammer. Maar het zette me aan het denken over iets heel anders: wielrennen.
Het peloton mist zijn Argentijnen
In het brave, keurige peloton van vandaag mis ik renners die op het randje rijden van wat mag. Ik heb het niet over doping, en ook niet over onverantwoord risico in een afdaling. Ik heb het over elkaar binnen de lijnen van het reglement een beetje pesten. Het randje opzoeken. Zeker als je Tadej Pogačar wilt kloppen, zul je een tandje, of een randje, grimmiger moeten worden. Want laten we eerlijk zijn: Pogačar was gisteren, in etappe 15, zelf de grootste Argentijn van het hele peloton.
Pogačar vs. Del Toro: vernedering per radio
Over de boordradio overleggen of hij nog harder mag doortrappen, terwijl Isaac del Toro er bijna huilend achteraan hobbelt met een wanhopig "please do not drop me!" Hoe vernederend wil je het hebben?
Iedereen zag bovendien hoe de Sloveen zijn benen in de sprint tegen Remco Evenepoel bewust leek in te houden. Een ritzege die meer aanvoelde als een vernederend afdankertje dan als een eerlijk gevecht. En dan met die lieve blauwe onschuldige ogen in de camera beweren dat het qua wattages een maximale inspanning was. Sure, Tadej. Sure. Gewoon klote dat de beste renner van het peloton tegelijk ook de grootste Argentijn blijkt. Dat maakt hem alleen maar moeilijker te kloppen.
Pleidooi voor meer 'Argentijnen' in het peloton
Ik pleit voor meer Argentijnen in de Tour de France. Renners die:
- een bocht zó aansnijden dat de concurrent alle moeite moet doen om er zelf nog doorheen te komen;
- iemand inhuren om in de nacht voor de start een nep-dopingcontrole te ensceneren in het hotel van de tegenstander;
- stiekem banden saboteren van de concurrentie;
- in een bidon pissen en die afgeven aan iemand met wie nog een rekening openstaat;
- veel brutaler dan nu de weg blokkeren zodra een ploeggenoot in de ontsnapping zit.
Nee, ik zit niet te wachten op verschrikkelijke valpartijen. Ik ben geen ramptoerist. Maar ik wil wél strijd zien. Op leven en dood. Op het randje.
Het is aan de UCI en de ASO om te bepalen waar precies dat randje ligt. Maar renners: zoek het op. Wees een beetje Argentijn.












