Pogacars grootste zwakke plek: Eindelijk gevonden...
Getty Images

Drie weken zoeken we een barst in Tadej Pogacar. We hebben er heel wat gevonden. Op papier. Vooraf hadden we een hele lijst. Een Vingegaard die als Girowinnaar eindelijk op een hoger plan zat (wat ook zo was alleen 1 renner zat nog hoger). Een Pogacar die zijn klassiekerlichaam niet meer om zou kunnen bouwen tot Tourlichaam. Acht bergritten. Eén tijdrit van 26 kilometer. Hitte. En natuurlijk de uitdagers die we in april optelden.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Wat is daarvan overgebleven?
Vingegaard begon met geel na de openingsploegentijdrit in Barcelona en verloor op de Tourmalet in één rit twee minuten en 42 seconden. De hitte? Pogacar gaf zelf toe dat je lichaam er vermoeider van raakt, en won daarna nog. De nachtelijke dopingcontrole? Hij sliep er zo'n vier uur van, zei hij bij Eurosport, en zat de volgende dagen weer vooraan. De tijdrit? Verloren van Evenepoel met bijna een halve minuut. In het klassement veranderde niets.
En nu hopen we op een virus. Ziekte bij UAE: Brandon McNulty uit koers, maagproblemen bij Adam Yates, keelpijn bij Tim Wellens, een kwetsuur bij Florian Vermeersch. Volgens Cyclingnews gaan er nog drie ploeggenoten volledig fit het Alpenweekend in. Geef toe: je hoopt erop. Ik ook. Dat is waar drie weken Tour ons hebben gebracht.
De zwakke plek zit in zijn gezicht
Pogacar rijdt met geel én de bollentrui, dus we zien hem elke dag twee keer op het podium. En juist daardoor zie je iets wat je bij andere renners mist net na een loodzware etappe (soms in de oven): zijn gelaatsuitdrukking.
De grap krult nog om zijn mond, de antwoorden zijn nog steeds gevat, maar bij de finish van etappe 18 viel journalisten op dat hij bleker oogde dan de dagen ervoor. Diezelfde dag reed hij voor het eerst sinds 2022 met een zwarte broek onder de gele trui, waar in het peloton meteen om werd gegrapt. Voor de Alpe sprak hij niet over aanvallen maar over de rit doorkomen en dan kijken wat er nog mogelijk is.
No shit, Sherlock. Natuurlijk is hij er een beetje klaar mee. Drie weken koersen, drie weken geel, plus podiumceremonies, persmomenten, controles, boegeroep en een land dat op je stuk hoopt.
Maar precies dat is het punt. Vorig jaar zag je hetzelfde: in de derde week van 2025 raakte hij duidelijk vermoeid. Hij won niet op de Mont Ventoux, op de Col de la Loze zei hij bij Sporza dat hij "echt leeg" was aan de voet, en in Parijs was Van Aert hem op de Montmartre te sterk. In 2023 klonk op diezelfde Loze "I'm gone, I'm dead" over de radio. Dit jaar? Zijn laatste ritzege dateert alweer van Le Markstein, etappe 14. Daarna won hij niets meer. Drama. Paniek.
Daarom spaart hij zich niet
Als je slechtste week de derde is, heb je twee opties. Je spaart je voor die week, of je maakt hem irrelevant. Pogacar kiest het tweede. Vier ritzeges, 4 minuten en 32 seconden op Evenepoel, de bollentrui erbij: het overgrote deel daarvan is in de eerste twee weken naar binnen geharkt. Hij gaat all in zolang hij god is, zodat hij later een engel met een snotneus mag zijn.
'Hij gaat all in zolang hij god is, zodat hij later een engel met een snotneus mag zijn.'
Dat laatste is mijn lezing, geen ploegstrategie die iemand heeft uitgesproken. Maar het patroon past: hij pakt tijd wanneer hij het kan, niet wanneer hij het moet. Want het haast godelijke verschil met de rest wordt met elke week kleiner.
Conclusie: week 4
Week één is hij onaantastbaar. Week twee is hij heel sterk. Week drie is hij een mens met een gezicht dat verraadt hoe lang deze Tour al duurt.
De grootste zwakke plek van Tadej Pogacar is dus week 4 van de Tour de France. Die bestaat niet. En dat is precies de wrange grap van dit slotweekend: twee keer Alpe d'Huez, in zijn zwakste week, op een klim die nog altijd ontbreekt op zijn palmares. Vrijdag, zaterdag, en dan Parijs. Als er nog iets te zien is, is het nu.












