Profs kiezen steeds vaker voor smallere sturen: is dat ook slim voor jou?

Praat mee!
Online Editor

Luc Claessen//Getty Images

Luc Claessen//Getty Images

Smallere sturen zijn niet langer alleen iets voor tijdritspecialisten. In het profpeloton lijken de traditionele sturen van 42 of 44 centimeter vrijwel verdwenen. Maar levert een smaller stuur echt gratis snelheid op? En is het ook een slimme keuze voor recreatieve wielrenners?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Wie tegenwoordig een WorldTour-koers bekijkt, zal het vroeg of laat opvallen: de sturen lijken steeds smaller te worden. Waar enkele jaren geleden sturen van 42 of 44 centimeter de norm waren, rijden veel profs inmiddels met een stuur van 38 of zelfs 36 centimeter breed. Zonder ingrijpen van de UCI zouden sommige renners waarschijnlijk nóg smaller gaan.

Die ontwikkeling komt niet uit de lucht vallen. Al jaren experimenteren renners met smallere sturen, vooral wanneer aerodynamica een grote rol speelt. Het verschil is dat deze trend inmiddels ook op gewone racefietsen zichtbaar is geworden.

Waarom een smaller stuur sneller kan zijn

De gedachte achter smallere sturen is eenvoudig: ze verbeteren de aerodynamica.

Ongeveer 80 procent van de luchtweerstand tijdens het fietsen wordt veroorzaakt door de renner zelf, niet door de fiets. Wanneer je je handen dichter bij elkaar plaatst, bewegen vaak ook je ellebogen en schouders naar binnen. Daardoor wordt je frontale oppervlak kleiner en vang je minder wind.

In een sport waarin teams al veel aandacht besteden aan aerodynamische helmen, skinsuits, sokken en zithouding, is het logisch dat ook stuurbreedte steeds belangrijker wordt.

Wat zeggen de cijfers?

Uit een test van Bicycling bleek dat smallere sturen daadwerkelijk tijdswinst kunnen opleveren. Twee redacteuren vergeleken een standaard stuur van 42 centimeter met varianten van 38/42 en 36/40 centimeter.

Het smalste stuur bleek voor beide testers het snelst. Eén renner won twaalf seconden over een afstand van acht kilometer, terwijl de andere vijf seconden sneller was dan met het standaard stuur op hetzelfde vermogen.

Toch zat er een opvallende kanttekening aan de test. Het stuur van 38/42 centimeter bleek juist langzamer dan het standaardmodel. De oorzaak lag waarschijnlijk in de fietshouding. Door de smallere positie gingen beide renners iets rechter zitten, waardoor een deel van de aerodynamische winst verloren ging.

Smal is niet automatisch beter

De belangrijkste les is daarom niet dat iedereen zo snel mogelijk een extreem smal stuur moet monteren.

Voor veel fietsers kan het wel interessant zijn om één maat smaller te proberen. Een overstap van 42 naar 40 centimeter, of van 40 naar 38 centimeter, is geen radicale verandering en levert vaak weinig nadelen op.

Zelfs renners die jarenlang de voorkeur gaven aan brede sturen merken vaak dat een iets smaller stuur verrassend comfortabel kan zijn, mits de fiets goed wordt afgesteld.

Pas je positie eventueel aan

Wie overstapt op een smaller stuur doet er verstandig aan dit geleidelijk te doen. Zo kun je wennen aan het stuurgedrag tijdens afdalingen en groepsritten.

Daarnaast verandert een smaller stuur meer dan alleen de breedte van je handpositie. Doordat je handen dichter bij elkaar staan, wordt de effectieve reikwijdte naar het stuur iets korter. Daardoor kan het nodig zijn om bijvoorbeeld een iets langere stuurpen te gebruiken om dezelfde comfortabele houding te behouden.

Moet jij ook een smaller stuur kiezen?

Voor profrenners is het antwoord duidelijk: alles wat de luchtweerstand verlaagt, is meegenomen. Daarom zie je steeds meer renners met smalle sturen rijden.

Voor recreatieve wielrenners hoeft het echter geen alles-of-niets-verhaal te zijn. Je hoeft niet direct het meest extreme stuur uit het peloton te kopiëren. Maar ben je nieuwsgierig naar mogelijke aerodynamische winst, dan is één maat smaller gaan rijden een logische en relatief veilige eerste stap.

Wie tegenwoordig een WorldTour-koers bekijkt, zal het vroeg of laat opvallen: de sturen lijken steeds smaller te worden. Waar enkele jaren geleden sturen van 42 of 44 centimeter de norm waren, rijden veel profs inmiddels met een stuur van 38 of zelfs 36 centimeter breed. Zonder ingrijpen van de UCI zouden sommige renners waarschijnlijk nóg smaller gaan.

Die ontwikkeling komt niet uit de lucht vallen. Al jaren experimenteren renners met smallere sturen, vooral wanneer aerodynamica een grote rol speelt. Het verschil is dat deze trend inmiddels ook op gewone racefietsen zichtbaar is geworden.

 Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com, is geschreven door Dan Chabanov en is een bewerking voor Bicycling.nl.