Remmen, sprinten, remmen, sprinten: waarom achterin rijden zo slopend is
Photo by Yomex Owo on Unsplash

Iedere wielrenner kent het gevoel. Je rijdt in een groep, het tempo lijkt prima te doen, maar toch zit je voortdurend te remmen, aan te zetten, weer te remmen en opnieuw te sprinten. Je hartslag schiet alle kanten op terwijl de renners voorin ogenschijnlijk rustig doorrijden.
Welkom in het accordeon-effect van het peloton.
Het is een van de meest onderschatte fenomenen in het wielrennen. En tegelijk een van de belangrijkste redenen waarom positioneren in een koers zoveel verschil maakt.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Wat is het accordeon-effect?
Het accordeon-effect ontstaat wanneer het peloton continu in- en uitrekt, net als een accordeon.
Dat gebeurt meestal in situaties waarin het tempo verandert, bijvoorbeeld:
- bij bochten
- bij versmallingen van de weg
- bij korte klimmetjes
- bij aanvallen voorin het peloton
- bij plots remmen of inhouden
Wanneer de renners vooraan vertragen, bijvoorbeeld voor een bocht, moet elke renner daarachter ook remmen om niet op het wiel van zijn voorganger te rijden. Omdat elke reactie een fractie van een seconde later komt, wordt dat effect steeds groter naarmate je verder achterin zit.
Het resultaat is dat het peloton samendrukt.
Zodra de eerste renners na de bocht weer versnellen, gebeurt het tegenovergestelde. De groep rekt uit, en renners achterin moeten vaak veel harder versnellen om het gat weer te dichten.
Waarom renners achterin het zwaarst hebben
Dit is precies waar het accordeon-effect pijn begint te doen.
Voorin gebeurt ongeveer dit:
- licht remmen
- door de bocht rollen
- weer rustig versnellen
Maar achterin gebeurt iets anders:
- hard remmen
- bijna stilvallen
- sprinten om terug te keren
Die herhaalde acceleraties kosten enorm veel energie. Niet zozeer het gemiddelde tempo, maar juist die explosieve pieken in vermogen maken het zwaar.
In criteriums zie je dit extreem. Daar kan het accordeon-effect elke ronde opnieuw optreden, vooral op technische parcoursen met veel bochten.
Het verschil kan enorm zijn
Data van koersanalyses laten vaak zien dat renners achterin het peloton:
- meer piekvermogens rijden
- vaker moeten sprinten
- grotere variaties in tempo hebben
Voorin is het vermogen veel constanter.
Dat verklaart ook waarom twee renners in dezelfde koers totaal verschillende ervaringen kunnen hebben. De een rijdt 200 watt gemiddeld en voelt zich comfortabel, terwijl een ander achterin constant pieken boven de 600 watt moet leveren.
Waar zit je het beste?
De meeste ervaren renners proberen zich in het peloton in een soort gouden zone te positioneren:
ongeveer in het eerste derde deel van de groep.
Daar profiteer je van de slipstream, maar voorkom je de grote schokken van het accordeon-effect.
Helemaal vooraan rijden kan ook energie kosten, omdat je:
- aanvallen moet beantwoorden
- gaten moet dichtrijden
- meer wind vangt
Helemaal achterin rijden is zelden een goed idee. Daar krijg je de volle klap van elke versnelling.
Kun je het accordeon-effect ook gebruiken?
Soms wel.
Slimme renners gebruiken het moment waarop het peloton samendrukt in een bocht om posities te winnen. Anderen laten juist bewust een klein gat vallen voor een bocht, rollen met meer snelheid door de bocht en sluiten daarna weer aan.
Maar dat vereist ervaring, koersinzicht en vertrouwen in de groep.
In de meeste gevallen geldt simpelweg:
hoe verder achterin je zit, hoe zwaarder de koers wordt.
Waarom dit in het profpeloton nog extremer is
In WorldTour-wedstrijden is het accordeon-effect vaak nog heftiger. Het tempo ligt hoger, de nervositeit is groter en het peloton reageert sneller op elke versnelling.
Een kleine vertraging vooraan kan achterin zomaar veranderen in een sprint van tien seconden op meer dan 800 watt.
Dat is ook waarom ploegleiders zo vaak roepen:
“Blijf voorin.”
Niet alleen om valpartijen te vermijden, maar ook om energie te sparen.
Want in het wielrennen geldt een simpele waarheid.
De koers kan hetzelfde zijn.
Maar de plek in het peloton bepaalt hoe zwaar hij voelt.









