De talenten van morgen #6

Rick Versloot: "Ik raakte op slag verliefd op Parijs-Roubaix"

Patrick Brunt

Patrick Brunt

Grote rondes, Monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in deel 6: Rick Versloot.

Wanneer ben je precies begonnen met wielrennen?
“Op mijn zesde begon ik met mountainbiken. Vanaf het begin ging het goed, want de eerste twee wedstrijden waaraan ik meedeed, won ik. Dan is het makkelijker inrollen. Een jaar later ging ik ook crossen. Ik heb een jaartje zelfs alle disciplines gecombineerd. Ik ben uiteindelijk blijven crossen tot mijn tweede jaar bij de junioren. Ik reed de Wereldbekers, maar ik ben gestopt puur vanwege het doel om prof te worden. Die kans acht ik normaal gesproken het grootst op de weg.”

Wanneer kreeg je door dat je talent hebt voor de sport?
“Dat vind ik moeilijk te zeggen. Ik reed in mijn jeugd vaak podium, maar vaak was er altijd wel iemand iets beter. Bij de junioren kun je normaal gesproken pas echt zeggen of iemand iets kan.”

Ik zag dat je ook best wat andere sporten hebt gedaan.
“Ja, zeker. Ik heb een jaartje de zelfverdedigingssport Jiujitsu gedaan. Soms zie ik dat terugkomen in de sport. Bijvoorbeeld doordat ik een val makkelijker opvang. Ik heb ook een tijdlang Freerunning gedaan. Dat is een sport waarbij je over muurtjes springt, of salto’s maakt van een obstakel af. Ik denk dat ik daar ook iets aan heb gehad, want dat is een sport die explosiviteit vraagt. En ik denk dat ik daardoor ook soepeler ben.”

Wanneer ben je ermee gestopt?
“Als eerste- of tweedejaars nieuweling. Ik mis het ook niet, hoor. Ik ging steeds meer trainen op de weg, waardoor het niet meer met elkaar viel te combineren. Wielrennen werd gewoon steeds belangrijker voor me.”

Ben je altijd een sprinter geweest?
“Ja. Het kan heel stressvol zijn, maar als je een sprint afmaakt, geeft dat zo’n goed gevoel. Ik kan het spelletje naar de sprint ook vrij goed lezen, denk ik. Al merk ik dat het bij de beloften moeilijker is geworden, omdat het gehele peloton veel harder rijdt. Het is moeilijker om überhaupt voorin te komen. Of ik enkel sprinter ben? Bij de junioren kon ik een klimmetje van een kilometer ook overleven. Het lijkt me goed om dat te onderhouden, want het is ook belangrijk om in een sprint fris te zitten.”

Het is je eerste seizoen bij de opleidingsploeg van Team Picnic PostNL. Ben je anders gaan trainen?
“Ik ervaar het niet als heel anders, maar qua details verschilt het uiteraard wel. Zo doe ik meer krachttraining dan vorig jaar, want het staat toch zeker één à twee keer per week op de planning. Qua trainingen op de fiets is het iets gestructureerder qua blokjes op training, want vorig jaar deed ik toch vooral langere duurtrainingen. Qua aantal uren is het verschil te verwaarlozen.”

Je reed vorig jaar goed bij de junioren, maar het was in de schaduw van land- en leeftijdsgenoten als Michiel Mouris, Gijs Schoonvelde en Daan Dijkman. Hoe kwam Team Picnic PostNL bij jou terecht?
“Als eerstejaars junior heb ik al een eerste keer getest. Zowel aan het begin als aan het eind van het jaar. Toen ik vorig jaar een aantal knappe resultaten boekte, heb ik weer getest. Nadien werd me gevraagd of ik bij de ploeg wilde komen rijden. Verder had ik geen concrete opties, maar het gevoel bij Team Picnic PostNL was meteen goed. Vanuit de ploeg en vanuit mezelf.”

Waar hoop je over pakweg vijf jaar te staan?
“Over vijf jaar hoop ik prof te zijn in de WorldTour. Wat er verder uitkomt, is moeilijk te zeggen. Mijn droomkoers is Parijs-Roubaix. Ik reed ‘m vorig jaar bij de junioren en dit seizoen bij de beloften. Ik raakte op slag verliefd op die koers.”

Video