Rillen na een regenrit: Waarom je binnen pas koud wordt
Getty images

Je komt thuis na een lange fietsrit in de regen. Tijdens het fietsen voelde je je eigenlijk nog prima, maar zodra je stopt, begint je lichaam ineens te rillen. Hoe kan het dat je tijdens de rit nauwelijks last hebt van de kou, terwijl je eenmaal binnen juist steeds kouder lijkt te worden?
Het heeft alles te maken met de manier waarop je lichaam warmte produceert en vasthoudt. Vooral je spieren, je natte kleding en je kerntemperatuur spelen daarbij een belangrijke rol.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen. Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!
Tijdens het fietsen produceer je veel warmte
Zolang je blijft fietsen, zijn je spieren voortdurend aan het werk. Daarbij komt niet alleen energie vrij die je gebruikt om de pedalen rond te krijgen, maar ook veel warmte. Hoe harder je fietst, hoe groter de warmteproductie over het algemeen is.
Dat is een van de redenen waarom je tijdens een koude regenrit vaak nog redelijk warm kunt blijven. Je lichaam produceert continu warmte en probeert tegelijkertijd de temperatuur van je lichaam binnen bepaalde grenzen te houden.
Je kunt tijdens een intensieve inspanning zelfs zo warm worden dat je lichaam juist warmte moet afvoeren. De bloedvaten in de huid kunnen zich verwijden, waardoor warmte gemakkelijker naar de omgeving kan worden afgegeven.
Lees ook: Fietsen in de regen: hoe erg is dat voor je wedstrijd?
Regen voert ondertussen warmte af
Daar staat tegenover dat regen en natte kleding ervoor zorgen dat je lichaam sneller warmte verliest. Water voert warmte veel beter af dan droge lucht. Een doorweekt fietsshirt houdt je daardoor een stuk minder goed warm dan een droge laag kleding.
Ook verdamping speelt een rol. Wanneer water op je huid of kleding verdampt, kost dat energie. Die energie wordt aan je lichaam onttrokken in de vorm van warmte. Tijdens het fietsen kan je lichaam dat warmteverlies vaak nog goed compenseren. Je spieren blijven immers warmte produceren.
>>> Lees ook: Fietsen in de herfst: hoe ga je om met kou, regen en wind
En dan stop je met fietsen
Het grote verschil ontstaat wanneer je thuiskomt en stopt met trappen. Je spieren leveren op dat moment ineens veel minder warmte. Tegelijkertijd ben je nog steeds nat en verlies je daardoor relatief gemakkelijk warmte.
Dat verklaart waarom je soms pas binnen begint te rillen. Het is niet zo dat de kou pas op dat moment ontstaat. Tijdens de hele rit verloor je al warmte, maar je lichaam produceerde tegelijkertijd veel nieuwe warmte door de inspanning. Zodra die warmteproductie sterk afneemt, kan de balans omslaan.
Je kerntemperatuur speelt een belangrijke rol
Daarbij is vooral je kerntemperatuur belangrijk. Dat is de temperatuur van de diepere delen van je lichaam, zoals je organen. Je lichaam probeert die temperatuur voortdurend binnen een relatief nauw bereik te houden.
Tijdens het fietsen kan je kerntemperatuur door de inspanning oplopen. Je spieren produceren immers veel warmte. Wanneer je stopt, valt die warmteproductie snel terug. Als je ondertussen veel warmte blijft verliezen, kan je lichaam reageren door de productie van warmte weer op te voeren. Dat gebeurt onder andere door te rillen.
>>> Lees ook: Word je een betere renner van afzien in kou en regen?
Rillen is je ingebouwde verwarming
Rillen is eigenlijk een automatische manier van je lichaam om warmte te produceren. Je spieren trekken daarbij heel snel en onwillekeurig samen. Dat kost energie en zorgt ervoor dat er extra warmte vrijkomt. Je hebt daar zelf nauwelijks controle over. Je lichaam probeert simpelweg te voorkomen dat je kerntemperatuur te ver daalt. Dat verklaart ook waarom je na een koude regenrit soms met klapperende tanden in de keuken staat, terwijl je een paar minuten eerder nog stevig aan het fietsen was.
Waarom je binnen soms kouder wordt dan buiten
Dat je binnen begint te rillen, betekent overigens niet dat het buiten per se warmer was. Tijdens het fietsen had je namelijk een flinke warmteproductie en werd je lichaam als het ware van binnenuit verwarmd.
Eenmaal gestopt valt die warmteproductie grotendeels weg. Je natte kleding blijft ondertussen warmte aan je lichaam onttrekken. Daardoor kan het koude gevoel juist na de inspanning heel sterk worden. Het effect wordt nog duidelijker als je eerst je fiets gaat schoonmaken, douchen uitstelt of nog uitgebreid blijft opruimen. Je beweegt minder, maar blijft wel in natte kleding staan.
Trek daarom snel droge kleding aan
Na een koude regenrit is het daarom verstandig om niet te lang in je natte fietskleding te blijven rondlopen. Trek zo snel mogelijk droge kleding aan en warm rustig op.
Een warme douche kan prettig zijn, maar je hoeft jezelf niet direct onder een extreem hete straal te zetten. Het belangrijkste is dat je uit je natte kleding komt en je lichaam de kans geeft om de warmtebalans weer te herstellen.
De volgende keer dat je na een regenrit binnen ineens begint te rillen, weet je dus waar het vandaan komt. Tijdens het fietsen hielden je werkende spieren je warm. Zodra je stopt, valt die warmteproductie weg terwijl je door je natte kleding nog steeds warmte verliest. Je lichaam zet vervolgens zijn eigen noodverwarming aan: rillen.












