Robert Slippens & Danny Stam: "Voor Nederlanders is winnen in Rotterdam groots"
Matthijs van den Broek

Danny Stam en Robert Slippens mogen iconen van de baansport genoemd worden, en in het bijzonder van de WielerZesdaagse. Ze hebben meerdere Zesdaagsen gewonnen, ook samen in Rotterdam. We spreken ze maandagavond op het middenterrein.
Hoe voelt het om hier weer terug te zijn?
Slippens: "Het voelt altijd een beetje als thuiskomen. Zodra je de trap op loopt, het publiek hoort, het startschot… ja, dan komt het gevoel meteen terug. Het is als thuiskomen."
Stam: "Er is niet zoveel veranderd, eigenlijk Het publiek is er weer, het middenterrein ziet er nog net zo uit. Het gevoel en de sfeer komt meteen terug."
Jullie waren het gouden koppel. Iedereen weet dit natuurlijk allang, maar goed: wat hebben jullie hier allemaal gewonnen?
Slippens: "We wonnen de twee openingsedities in 2005 en 2006. Daarna ben ik gestopt en heeft Danny nog een aantal keer hier mogen rijden. Hij heeft helaas daarom wat meer overwinningen in Rotterdam dan ik, haha.
Stam: "Voor Nederlanders is winnen in Rotterdam echt groots. Ik ben er trots op dat ik hier heb kunnen zegevieren. Het is altijd leuk om je naam op de borden te zien staan."
Hoe kijken jullie naar het huidige niveau? Het gaat behoorlijk hard hier!
Slippens: "Indrukwekkend. Het niveau blijft groeien en dat is mooi. Je kunt het niet echt meer vergelijken met vroeger, maar elke periode heeft zijn eigen charme, wat mij betreft!"
Wat vinden jullie het allermooist aan baanwielrennen?
Stam: "Het publiek!"
Slippens: "Misschien klinken we nu een beetje als oude mannen, maar vroeger waren er veel meer zesdaagses. Nu zijn het er nog maar twee. Het werd naast fysiek ook een strategisch spel om tien zesdaagses per seizoen op topniveau te rijden. En dan kon je net dat beetje extra geven in je thuiszesdaagse, in Amsterdam of hier, in Ahoy Rotterdam."
"Ik kwam hier als kleine jongen en dat deed bij mij de vonk overslaan om zesdaagse-wielrenner te worden. Het is de combinatie van publiek, spectaculaire races, hoge snelheden en dat gevoel van door de massa gedragen worden terwijl je over de baan giert!"
En lukte het dan om dan je hoofd erbij te houden hier in deze gekte?
Stam: Ja, uiteindelijk is het je werk en wil je zo goed mogelijk presteren. Je sluit je soms een beetje af, maar het publiek helpt juist. Die adrenaline maakt je scherper.
Fietsen jullie eigenlijk nu nog veel op de weg?
Stam: "Heel af en toe nog recreatief."
Slippens: "Ik ben niet voor niets baanwielrenner geworden. Ik ben nu nog steeds een mooi-weer-fietser.
Stam: "Laten we het erop houden dat we hobbyisten zijn."




