Reizen

S0, S1, S2, S3 en S4 wegen, wat betekent deze codering van onverharde wegen?

Update: 18 juni 2026 om 08:33
Praat mee!

Rutger Jan van 'tHoff

Rutger Jan van 'tHoff

Niet elk onverhard pad is gelijk. Met de Singletrail Skala (S0–S5) kun je snel zien hoe technisch een route is, welke obstakels je kunt verwachten en of je beter een gravelbike of mountainbike pakt.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Rijden op gravel is populairder dan ooit, maar niet elk onverhard pad is hetzelfde. Om jou beter inzicht te geven in moeilijkheid en berijdbaarheid, wordt vaak gebruikgemaakt van de Singletrail Skala (STS). Deze schaal loopt van S0 tot S4 en geeft aan hoe technisch een pad is. Handig, want zo weet je of jouw gravelbike volstaat of dat je beter een mountainbike kunt pakken. Of er helemaal niet met de fiets moet komen.

De codering

S0 – soepel en toegankelijk

Een S0-pad is een onverhard pad zonder noemenswaardige obstakels. Denk aan brede bos- en weidewegen met harde ondergrond of vastgereden gravel. Geen rotsen, trappen of worteltapijten om rekening mee te houden. Het verloop is licht tot hooguit gematigd, met ruime bochten.

Zelfs zonder speciale fietstechniek zijn S0-routes eenvoudig en veilig te rijden. Ideaal terrein dus voor gravelbikes, toerders en iedereen die ontspannen wil genieten van onverhard rijden.

Buitenland het gravelwalhalla? Ook in Nederland kun je mooie tochten maken. Lees het in Bikepacking hotspots van eigen bodem: Kootwijk.

S1 – lichte uitdaging

Op een S1-pad kom je al kleine obstakels tegen: vlakke wortels, losse steentjes en af en toe een uitgesleten watergootje of erosiespoor. De ondergrond is niet altijd even stevig en kan soms wat mul zijn. Het stijgingspercentage blijft beperkt, en scherpe haarspeldbochten hoef je hier niet te verwachten.

Vanaf dit niveau is wat basis fietstechniek nodig. Je moet alert blijven, je remmen goed doseren en soms je gewicht verplaatsen om controle te houden. De meeste obstakels zijn prima te overrollen, maar vaak is het verstandiger om uit het zadel te rijden en actief met je fiets te werken.

S2 – echt mountainbikewerk

Bij S2-routes wordt het pittiger: grotere wortels en stenen blokkeren geregeld het pad en de ondergrond is vaak los of mul. Je kunt traptreden en kleine drops verwachten, en er zitten regelmatig krappe bochten in. Sommige passages zijn steil.

Hier is techniek onmisbaar. Je moet actief met je gewicht werken, constant spanning op je lichaam houden en je remmen precies doseren. Obstakels kun je niet simpelweg “uitrollen”, je moet er bewust overheen sturen en je zwaartepunt verplaatsen. Dit terrein vraagt om een mountainbike en een geoefende rijder.

Op zoek naar een prachtige route in de Dolomieten? Denk dan aan Innsbruck als prima uitvalsbasis voor een prachtige huttentocht.

S3 – technisch en steil

S3-trails zijn echte beproevingen: denk aan blokkerige paden vol grote rotsen en worteltapijten. Hoge traptreden, scherpe haarspeldbochten en schuine passages zijn eerder regel dan uitzondering. Vlakke stukken om even te herstellen zijn zeldzaam. Daarbovenop is de ondergrond vaak los, glad of bezaaid met steenslag. Steile passages waar gelopen moet worden komen geregeld voor.

Voor dit type terrein is serieuze techniek nodig. Hoewel trial-achtige skills meestal nog niet vereist zijn, moet je jouw fiets volledig onder controle hebben. Constante focus, nauwkeurig remmen, perfecte balans en actieve lichaamshouding zijn een must. Alleen ervaren mountainbikers met veel technische bagage voelen zich hier op hun gemak.

S4 – extreem en specialistisch

S4-trails zijn het domein van de echte diehards. Ze bestaan uit extreem steile, blokkerige singletrails met grote rotsblokken, technische wortelpassages en losliggend puin. Verwacht smalle haarspeldbochten, hoge traptreden waar je kettingblad gemakkelijk op vastloopt en hellingspercentages die allesbehalve vergevingsgezind zijn.

Om hier überhaupt te kunnen rijden, zijn trial-technieken onmisbaar. Denk aan het verplaatsen van voor- en achterwiel in krappe bochten, feilloos doseren van je remmen en een perfecte balans. Zelfs voor zeer ervaren mountainbikers is dit niveau een uitdaging. Voor de meesten geldt: afstappen en lopen is veiliger, al is zelfs dát op S4-terrein vaak een riskante onderneming.

Nog nooit aan een bikepacking avontuur begonnen, maar wil je dit wel heel erg graag? In ons artikel Bikepacking voor beginners: Zo haal je alles uit je eerste tocht, lees je hoe je je goed voorbereid.

S5 - extreem en onbegaanbaar

S5-trails zijn extreem en bijna onmenselijk: blokkerig terrein met steile tegenhellingen, losse rotsvelden, aardverschuivingen en haarspeldbochten die nauwelijks te nemen zijn. Voeg daar hoge, opeenvolgende traptreden, omgevallen bomen en andere obstakels aan toe, vaak op loodrechte hellingen. Remmen of uitrollen is bijna niet mogelijk, en obstakels moeten soms in combinatie worden overwonnen.

Slechts een handvol echte experts waagt zich aan S5. Obstakels moeten soms gesprongen worden, en in krappe bochten is het verplaatsen van wielen nauwelijks nog uitvoerbaar. Zelfs het dragen van de fiets is hier een uitdaging: je moet jezelf vasthouden, klimmen en springen om überhaupt vooruit te komen. Voor iedereen behalve de meest extreme mountainbikers is dit terrein praktisch onbegaanbaar.

Hoe gebruik je de codering?

De S0–S5 schaal helpt je beter inschatten of een route past bij jou en je fiets. Voor gravelrijders zijn S0 en S1 ideaal, soms een stukje S2 als je avontuurlijk bent. Alles daarboven vraagt echt om een mountainbike.

Tip: bekijk van tevoren de route in Komoot, Google Maps of Trailforks. Vaak staat daar de moeilijkheidsgraad al aangegeven. Zo voorkom je dat je met je gravelbike in een onmogelijke rockgarden belandt.