Hoe plan je een seizoen als je geen wedstrijden rijdt?
© Getty Images

Geen startnummer, geen klassement, geen officiële piekdatum waarop het écht moet gebeuren. Voor veel recreanten is dat toch wel de realiteit. Ze trainen fanatiek, rijden lange ritten en investeren in materiaal, maar hebben anderzijds geen wedstrijdkalender die richting geeft aan hun seizoen. Betekent dat dat je maar wat moet aanrommelen? Zeker niet! Integendeel. Juist zonder externe druk kun je slimmer en persoonlijker plannen.
Een seizoen zonder wedstrijden begint met één simpele vraag: wat wil je kunnen aan het einde van dit jaar? Dat hoeft dus logischerwijs geen podiumplek te zijn. Sterker nog, misschien wil je 'gewoon' voor het eerst 150 kilometer comfortabel en zonder al te veel pijn en moeite uitrijden of een specifieke klim bedwingen zonder stil te vallen. Misschien wil je je vaste ronde gemiddeld één kilometer per uur sneller rijden, of bijvoorbeeld met gemiddeld 5 watt meer.
Zulke concrete, meetbare doelen geven focus aan je trainingen. Ook wanneer je geen rugnummer hoeft op te spelden. Het is in dat kader slim om één of twee momenten in het jaar aan te wijzen als je persoonlijke pieken. Dat kan een (iconische) granfondo zijn, maar ook een meerdaagse fietsvakantie in de bergen. Vooropgesteld staat in ieder geval dat zo'n datum als ankerpunt in je schema werkt. Je bouwt ernaartoe, plant gerichter je intensieve blokken en gunt jezelf ook hersteltijd.
Deel je wedstrijdloze seizoen op in thema's of fasen
Met het uitblijven van zo'n piekmoment blijven veel recreanten het gehele jaar in dezelfde trainings- en hartslagzones hangen: ze blijven daarmee weliswaar redelijk fit, maar komen zelden naar hun beste punt (terwijl ze dat misschien wel heel graag zouden willen). Ook Strava-segmenten kunnen in dit verhaal een rol spelen (al zijn er ook de nodige 'bezwaren' hiertegen). Een lokaal klimmetje of stukje dijk waar je regelmatig langs zoeft, fungeert op die manier als informele graadmeter (weersomstandigheden daargelaten!). Het gaat dan niet om obsessief elk weekend een snelste tijd najagen, maar wel om progressie zichtbaar te maken.
Door op die manier bijvoorbeeld eens per maand een vaste inspanning te herhalen, creëer je een zekere structuur (en automatisch ook feedback). Wat je daarnaast ook zou kunnen doen als je geen koersen op je planning hebt staan, is werken met themaperioden. Laat de winter zich lenen voor duur- en krachttrainingen, het voorjaar voor intensiteit en tempoblokken en de zomer voor lange etappes en specifieke uitdagingen. Op deze manier voorkom je dat alle weken op elkaar gaan lijken. Variatie is daarnaast niet alleen goed voor je lichaam, maar simpelweg ook voor je motivatiespier.
Maak van vrijheid je allergrootste vriend
Misschien wel het grootste voordeel van een wedstrijdloos seizoen is vrijheid. Je hoeft niet op een bepaalde dag in topvorm te zijn. Je kunt experimenteren met gravelritten, bikepacking of een nieuwe trainingsaanpak zonder prestatiedruk. Die speelsheid houdt het plezier levend. En plezier is dan weer - we kunnen het niet vaak genoeg benadrukken! - de brandstof van consistentie.
Een seizoen zonder startnummer is geen seizoen zonder richting. Allesbehalve zelfs. Het vraagt alleen dat jij zelf de koers bepaalt (no pun intented). Kies voor doelen die bij je leven passen, plan bewust je piekmomenten en maak van je eigen ontwikkeling het klassement. Dat is minstens zo motiverend!











