De slechtste wielertips ooit (die wel vaak worden gegeven)
© Getty Images

Vrijwel alle fietsers kennen ze wel: wieleradviezen die, vaak door een goede vriend of kennis, met de grootst mogelijke overtuiging worden rondgestrooid alsof het pepernoten zijn. Het zijn tips die in de regel bijzonder logisch klinken en daarom juist ook hardnekkig blijven rondgaan.
Je knikt, onthoudt ze ergens achterin de bovenkamer en voor je het weet ben je er alsnog ingetrapt. Want eerlijk is eerlijk: een slechte tip herken je meestal pas als het te laat is en je hijgend langs de weg staat bij te komen.
Alsof er een eeuwenoude wielerwet uit de doeken wordt gedaan.
Op die manier worden allesbehalve helpende wieleradviezen vaak gedeeld. Niet zelden gebeurt dit tijdens een koffiestop of juist halverwege de trainingsrit. Of 'gewoon' tijdens de zoveelste kringverjaardag waar de wielerwereld en al haar facetten weer eens besproken worden. Uit beleefdheid neem je de later lulkoek gebleken adviezen aan voor waarheid. Immers: misschien heeft die oom toch wel ergens een punt, nietwaar? Tot het moment dat je al peddelend compleet kapotgaat en denkt: waarom heb ik hier ooit naar geluisterd?
Hard van start gaan en niet eten tijdens korte trainingen
Neem bijvoorbeeld het idee dat je gewoon volle bak moet starten om lekker in het ritme te kunnen komen. Het is één van de meest frequent terugkerende raadgevingen, maar helaas totaal niet waar. Het voelt de eerste minuten van je tocht inderdaad fantastisch om even volle bak te beginnen. De benen draaien nog vanzelf en je denkt voor een aantal minuten dat je een topdag tegemoet gaat. Maar dan slaat het om. Meestal sneller dan je lief is. Wat begon als soepel maar snel de omstandigheden trotseren mondt uit in happen naar adem, maximale verzuring en het stille besef dat je eigenlijk toch nog best een eindje moet. Hard starten tijdens een (lange) rit werkt vrijwel nooit, omdat je lichaam gewoon de tijd nodig heeft om op gang te kopen. Wie dat negeert, bepaalt hoe dan ook - vroeg of laat - de prijs.
In dat rijtje hoort ook het nogal doordrammende advies dat eten onder de zestig kilometer niet per se nodig is. ''Dat is goed voor je vetverbranding!'', hoor je dan vaak zeggen. Alsof het lichaam een soort vaste grens heeft waarbij het ineens denk: tot hier lukt het me wel zonder brandstof. Maar in de praktijk blijkt dat je halverwege toch wat moe begint te worden. Je benen voelen leger aan, het hoofd waziger en kleine irritaties onderweg worden grote pijnpunten. Die momenten zijn vaak een indicatie c.q. gevolg van te laat begonnen zijn met eten (of zelfs helemaal niet eten). Het is nog geen desastreuse hongerklop, maar wel vervelend en ingrijpend genoeg om je rit te vergallen. Kortom, om met de almaar terugkerende woorden van wielergoeroe José De Cauwer te spreken: ''Eten en drinken, eten en drinken!''
De pijn verbijten en nieuw materiaal aanschaffen
Dan is er ook nog de klassieker die vaak wordt gebracht met een bizar serieuze blik: gewoon door de pijn heen fietsen. Het zijn woorden die met speels gemak veelvuldig over de tong rollen. Alsof alle pijn hetzelfde is, vergelijkbaar is en te allen tijde overwonnen dient te worden. Uiteraard hoort ongemak bij inspanning, maar er is een wereld van verschil tussen vermoeidheid en signalen dat het echt niet meer gaat en er dus gewoon iets niet klopt. Wie dat verschil negeert, loopt juist uiteenlopende risico's. En die zijn dat middagje nóg meer afzien echt niet waard.
Uiteraard moeten we dan nog een materiaal-gerelateerde mythe noemen. De gedachte dat een duurdere fiets je automatisch véél sneller maakt is verleidelijk. Zeker omdat het een tastbare oplossing lijkt. Het voelt controleerbaar, want je kan iets kopen dat je sneller maakt. Tot op zekere hoogte misschien waar, maar het gaat natuurlijk altijd nog om degene die op de fiets zit. Een betere fiets kan zaken weliswaar gemakkelijker maken (een aantal procentjes winst is dan ook zeker te boeken!), maar het verandert nul komma nul aan jouw conditie, pacing of keuzes onderweg. Sorry, de magie zal toch écht ergens anders vandaan moeten komen.
Nóg harder gaan? Vergeet niet te genieten!
Ook zijn er adviezen die technisch bekeken niet volledig onjuist zijn, maar wel bijzonder simplistisch. En dus bieden ze ook weinig hulp. Het 'bij wind tegen gewoon wat harder trappen'-advies is daar een uitmuntend voorbeeld van. Het klopt natuurlijk, maar het negeert wel legio elementen die wielrennen en de koers an sich juist zo interessant en mooi maken: positionering, energieverdeling, slim rijden en tal van soortgelijke zaken.
We sluiten af met misschien wel de meest verraderlijke tip van allemaal. ''Je moet altijd sneller willen en proberen te gaan dan je vorige rit'', zo luidt een vaak terugkerende leus. In een wereld waarin alles meetbaar is en Strava-uploads je bij de vleet om de oren vliegen, voelt dat ook bijna logisch. Strava or it didn't happen, hè?! Segmenten najagen is een tak van sport op zich geworden. Echter verandert het fietsen daardoor al snel in een aaneenschakeling van verwachtingen en pogingen die je bij lange na niet allemaal en altijd kunt waarmaken. Niet elke dag is goed en echt niet elke rit hoeft beter. Soms is gewoon even je gedachten verzetten, een beetje op souplesse rondtrappen en genieten van het natuurschoon ook goed.
Wat al deze adviezen gemeen hebben, is dat ze simpel klinken en makkelijk te onthouden zijn. Ze passen in één zin, voelen overtuigend en worden daardoor moeiteloos doorgegeven. Soms generaties lang, lijkt het wel. Maar wielrennen laat zich niet vangen in one-liners. Vooruit, op die ene fabuleuze quote na dan: ''Eten en drinken, eten en drinken!''











