Solo bikepacken van Amsterdam naar Berlijn
Claire Venema

Ik wilde gewoon fietsen: een week, ver en alleen. Dat waren de eisen. Speurend over de landkaart viel mijn oog op Berlijn. Zo’n 800 kilometer vanuit Amsterdam. Dat moest het worden. In de twee maanden tot de start, werd ik gevangen door het romantische idee van solo bikepacken. Ik stelde me lange, zonnige dagen in het zadel voor. Koffie met appeltaart na honderd kilometer. Geruisloos trappen over asfalt door de mooiste bossen, met benen die nooit moe worden. Tijdens zonsondergang mijn tentje opzetten, om vervolgens voldaan mijn ogen te sluiten en het de volgende dag allemaal weer fris opnieuw te doen. Ik zat op die roze fietswolk. Overmoedig dat ik was, hield ik in mijn voorbereiding vooral rekening met de route. Ik had zes dagen om 800 kilometer af te leggen. Routes uitstippelen, paklijst maken en de rest zou wel goedkomen. Om het solo-aspect van de tocht maakte ik me niet zo druk. Het plan was simpel en het doel duidelijk: eindigen onder de Branderburger Tor.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Grand Depart: 160 kilometer richting Delden
De avond van tevoren raap ik mijn spullen bij elkaar, prop alles in mijn zadeltas en besluit op de gok rond 8.45 uur te vertrekken. Op een willekeurige maandagochtend je straat uit fietsen, met het idee over vijf dagen in Berlijn aan te komen, voelt onwerkelijk. Gewoon maar gaan. Nadat ik al hobbelend de stad heb verlaten, kan de kracht op de pedalen. De zon schijnt fel, het zweet vloeit rijkelijk en het tempo ligt hoog. Ik denk aan de hoeveelheid kilometers die nog voor me liggen, maar ik voel me te euforisch om rustig aan te doen. Als ik een groepje mannelijke wielrenners keurig gepositioneerd in mijn wiel voel hangen, zet ik nog een tandje bij. Als vrouw op de fiets voel ik bewijsdrang jegens dit soort mannen. Rood, roder, roodst.
Met nog zo’n 145 kilometer te gaan, gooi ik de handdoek in de ring: wat ben ik aan het doen. Deze mannen gaan in het eerstevolgende dorp waarschijnlijk al aan de koffie en taart. Dit wordt een tocht van de lange adem. Een marathon, geen sprint. Zo fiets ik gestaag voort. Een uur na mijn vertrek sta ik al oog in oog met een groep Schotse hooglanders, die de weg versperren op de Westerheide. De kilometers die volgen, zijn gevuld met Nederlands moois: kleine heideweggetjes door de bossen, het historische centrum van Amersfoort, Radio Kootwijk, en vervolgens vaar ik met het pontje Deventer binnen. Ik rol over veel wildroosters natuurgebieden binnen, zoals ook de Borkeld. De hele dag cross ik tussen heide, hoogveen en coulisselandschappen. Met een diepe, tevreden zucht en een hongerige maag eindig ik in Delden.
© Claire VenemaEtappe 2: 110 kilometer richting Osnabruck
Het eerste ontbijtje alleen voelt wat onwennig, en met enige tegenzin prop ik twee broodjes kaas naar binnen voordat ik vertrek. Al snel zet ik af richting vliegveld Twente. In de verte doemen vliegtuigen op die hier zijn gestald voor opslag en demontage. Het is een plek van weids asfalt en verlaten militair terrein, maar tegelijkertijd vol natuur. Ik fiets over kleine, kronkelende grindweggetjes tussen hoog gras en asfaltwegen door de bosrijke omgeving van de Lonnekerberg. Het voelt allemaal heel erg verlaten, alleen en rustig. Daadwerkelijk rust vinden op deze wegen is nog moeilijk. Ik moet mezelf eraan herinneren dat er niet uit elk bosje kwaadaardige mensen en/of dieren tevoorschijn springen. Ik schrik van ritselende vogels die elkaar speels achterna vliegen, en moet er bewust bij stilstaan dat er genoten mag worden. Glimlachend fiets ik voort. Drie uur na vertrek keert het tij. Ik trotseer omgevallen bomen, moet mijn fiets meerdere keren ellenlange trappen omhoog tillen en krijg te maken met modderige, dichtgegroeide wegen die doodlopen. De spanning stijgt en na elke bocht in een verlaten bos hoop ik dat het goed gaat.
Wegen zijn afgesloten door werkzaamheden, alles lijkt opeens vals plat te lopen en met nog 35 kilometer te gaan begint de gevreesde stortvloed. Mijn telefoon met de route naar Osnabrück begeeft het door de regen, en opeens ben ik me heel bewust van het feit dat ik alleen ben. In lichte paniek weet ik niet meer welke kant ik op moet. Geen reservelandkaart, geen adres, en de regen komt met steeds hardere hozen uit de lucht vallen. Overgeleverd aan mijn beste Duits vraag ik als een bezopen zwerfkatje om hulp: "Osnabrück? ... Welche...?” Gelukkig blijkt ze Engels te spreken. Ik volg het spoor richting Osnabrück en hoop op het beste. In de laatste kilometers springt mijn telefoon weer aan en leer ik snel het adres van mijn slaapplek uit mijn hoofd. Gisteren nog aandoenlijk positief, vandaag gekraakt door de weg. Mentaal en fysiek gesloopt stap ik met mijn ooit zo witte gesoigneerde fietssokken, druipend van de modder, mijn Airbnb binnen. Ik voel me overgeleverd aan het onbekende. De bewustwording dat niets gaat zoals ik het had gepland, neemt me over. Ik denk niet meer aan de planning. Ik zit er middenin.
© Claire VenemaEtappe 3: 150 kilometer richting Lehrte
‘De Tour win je in bed,’ zei Joop Zoetemelk altijd. Toch gaat mijn wekker na een slechte nachtrust al om 5.30 uur. Na het einde van gisteren, voel ik een switch in mindset. Het voelt ineens menens. De route heb ik ingekort met 15 kilometer en ik volg nu al een andere weg dan die ik van tevoren zo nauwkeurig had uitgestippeld. Ik beland op de Osnabrücker Straße en met nog maar 15 kilometer in de benen schieten de hoogtemeters er al in. Er is geen tijd om rustig warm te worden. Ik wil de regen voor zijn en zo voelt de hele dag als een strijd tegen Moeder Natuur. Het is koud, grauw en druilerig. En ik lijk met het weer mee te doen. Ik voel me koud, grauw en druilerig. Ik vraag me af waarom ik dit ook alweer doe. Waarom ben ik alleen? De roze fietswolk is verdwenen. Blijven fietsen, blijven trappen, niet stoppen.
Hoe ik gisteren de rust vreesde op de verlaten wegen van Duitsland, zo vrees ik nu de drukte. Elke weg in Duitsland lijkt een Autobahn en telkens wanneer ik het bord ‘Ende’ aan het einde van een fietspad passeer, beland ik op de autoweg. Auto’s razen me de hele ochtend met meer dan 70 km/u voorbij. De bussen achter me worden al snel ongeduldig en mijn hartslag schiet omhoog tijdens de beklimmingen. Na 65 kilometer vol hoogtemeters worden de wegen wat vlakker. Goltrener Straße, Nenndorfer Straße, Beckstraße: ik volg eindeloze wegen rechtdoor richting Hannover en moet mezelf om de haverklap vertellen dat het nog maar twee keer een ritje Zandvoort is, nog maar vier keer een Rondje Hoep. De hele dag voel ik me alleen tussen alle koeien en kwel ik mezelf met de gedachte dat ik niet sterk genoeg ben. De laatste uren gaan stroef en met nog 15 kilometer te gaan las ik mijn eerste echte stop in. Voor de regen aankomen - dat lukt. Maar tegen welke prijs. Ik laat zelf wat tranen kletteren op het asfalt, loop al drie gelletjes achter en drink te weinig water. Zodra ik mijn Airbnb binnenstap, haalt mijn host de pizza’s uit de vriezer. Ik schijn het nodig te hebben.
© Claire VenemaEtappe 4: 140 kilometer richting Maagdenburg
Als avondmens zit ik om 6.15 uur al aan een volledig Frühstück inclusief olijven, aardappels, ei, paprika en yoghurt, bereid door host Mesut. Toch een andere ervaring dan het broodje pindakaas dat ik al elke ochtend met moeite naar binnen krijg. Het blijkt te helpen, want de eerste kilometers vliegen voorbij. Waar ik mezelf gisteren 150 km lang afvroeg of ik me niet heel erg overschat had, denk ik vandaag dat het wel goed gaat komen. Na een nacht goed slapen zit ik weer een fietsmodus vol kracht. Het enige wat er dan nog moet gebeuren, is deze mentale positiviteit in mijn benen zien te krijgen. Heel hard hopen dat al die Mentos en broodjes pindakaas regelrecht hun weg vinden naar de spieren, en de zitbotjes ook gelijk maar zullen helen. Heel veel hardop zingen op de uitgestorven wegen en beslissingen nemen over verkeershindernissen: ik voel me eindelijk alsof ik doorheb hoe het moet. Ik passeer Peine en na Braunschweig krijg ik weer flink te maken met de heuvels van Duitsland. Ik werk nog een gelletje weg, channel mijn innerlijke Mathieu van der Poel en voel me sterk.
Tot de ommekeer in de laatste 50 kilometer. Weer keert het tij volledig. Kleine spatjes worden grote, dikke druppels, de lucht wordt donker en het onweer galmt over de weilanden. De autowegen voelen al niet fijn met de vrachtwagens die met meer dan 70 km/u voorbij razen, maar in combinatie met de regen wordt het gevaarlijk. In de stortregen ga ik met een bonzend hart op zoek naar een andere route. Ik word regelrecht een modderig weiland ingestuurd. Weer een nieuwe route zoeken. In een verlaten dorp, schuilend onder een kleine dakgoot van een grote schuur, weet ik het even niet meer. Een verschrikkelijk onweer barst los en de wind slaat me in het gezicht. Schuilen? Doorfietsen? Welke kant op? Welke route? Adrenaline op vol volume en gaan. Alle energie gaat volledig op aan die overheersende gedachte: ‘Hoe kom ik in Maagdenburg?’ Al die pijntjes waar ik al de hele dag mee worstel (pijnlijke handen, schouders, billen en benen) verdwijnen volledig. Ik wist niet dat er nog zoveel kracht in me zat, en over eindeloze weggetjes met weilanden zover als je kunt kijken, vind ik mijn weg naar Maagdenburg. Ik ben mentaal nog meer gesloopt dan fysiek. Bij aankomst zijn mijn fiets en ik compleet getransformeerd in een bruin moddermonster, en zo stappen we een spierwitte Airbnb binnen. ‘We zijn er,’ zeg ik hardop. Niemand die ik, al wandelend door Maagdenburg op zoek naar eten, passeer, weet wat ik vandaag doorstaan heb. Ik moet denken aan Tim Krabbé: ‘Niet-wielrenners. De leegheid van die levens schokt me.’ Ik voel me trots.
© Claire VenemaEtappe 5: 85 kilometer richting Brandenburg an der Havel
Ik denk elke dag dat het grootste avontuur nu toch wel achter me ligt. Met maar 85 kilometer voor de boeg heeft het gevoel de overhand dat er niet zoveel meer mis kan gaan. Toch durf ik bij de start niet te positief te zijn. De eerste uren vliegen verdacht lekker voorbij: goede wegen, de benen voelen verrassend geweldig en de lucht is blauw. Ik fiets langs weilanden met ontelbare klaprozen, kleine vogeltjes vliegen me om de oren en er rent een haas in volle vaart wel 30 meter met me mee. Als een soort Assepoester op de fiets, omringd door dieren, vlieg ik over het asfalt. Gisteren voelde 24 km/h als heel hard trappen, maar vandaag tik ik met gemak de 32 km/u weer aan. Zo’n 35 kilometer lang ben ik al prachtige, positieve zinnen aan het formuleren over hoe soepel deze dag gaat, maar de mogelijkheid tot naderend onheil blijft me toch een beetje benauwen. Tot aan het dorp Hohenziats gaat alles goed.
Dan sla ik de hoek om, een dubieus grindpad in. Al snel gaat het grind langzaam over in harde modder, wat vervolgens weer overgaat in zand, en voor ik het doorheb, sta ik midden in een stil bos me af te vragen waar ik nu weer in beland ben. Het duurt veertig minuten: uitglijden, wegslippen, omvallen, bladeren aan de kant duwen, vloeken. Diepe zucht, koel blijven, focussen. Ik moet gedwongen stukken lopen, maar wil niet stilstaan. Ik ben ervan overtuigd dat de takjes en blaadjes die ik naast me hoor ritselen in het bos, dieren zijn die me in de gaten houden. Weer ben ik me extreem bewust van het alleen zijn. Bang fiets ik gestaag voort over minuscule, volledig dichtbegroeide paadjes. Ik zie niet waar het pad begint of eindigt. Op een bepaald moment denk ik zelfs gegrom te horen en wil ik googlen of er beren zijn in Duitsland. Acht kilometer. Veertig minuten.
Dan breekt het licht eindelijk door de hoge bebossing en doemen in de verte de eerste huizen van Drewitz op: halleluja. Vol gas richting Brandenburg an der Havel. En dat gaat heerlijk, want de benen en het hoofd voelen sterk. Zie mij dit eens even doen, alleen. In deze fietsextase wil ik voor altijd blijven. Langs de rivier de Brandenburger Niederhavel fiets ik Brandenburg van der Havel tegemoet. Pastelgekleurde huizen, schattige koffiebarretjes, volle terrassen. De zon schijnt fel. Voor 12.00 uur zit ik al nagenietend op een terras voor het gotische Oude Stadhuis me af te vragen waar ik nou zo bang voor was in dat bos. Met een cappuccino in de hand lees ik dat de beer in de negentiende eeuw in Duitsland uitstierf. Brandenburg an der Havel is de perfecte stad om lekker te eten, aan het water te zitten en vooral helemaal niets te doen. Morgen onder de Brandenburger Tor.
© Claire VenemaChampagnerit: 70 kilometer richting Berlijn
De afgelopen nachten viel ik als een blok in slaap zodra mijn hoofd het kussen raakte. Maar vannacht voelde ik zo’n zelfde spanning als vroeger, wanneer ik als kind de nacht voor mijn verjaardag niet kon slapen. De champagnerit: een kleine 70 kilometer tot de Brandenburger Tor. Het was een rit zoals ik me de afgelopen dagen had voorgesteld: zwaaien naar medewielrenners, zonnestralen, mooi wegdek en de geur van zonnebrand. Het eerste deel van de route is nog magischer dan die eerste dag richting Deventer. Toen alles nog begon. Ik droomde toen nog over snelheid en keurig uitgestippelde routes, maar de weg strafte dat genadeloos af. Weer denk ik aan Tim Krabbé: ‘Je hebt plannen gemaakt in een kamer, maar de weg kent die plannen niet. De weg stelt vragen, en je lichaam moet antwoorden.’ Als ik na zo’n 65 kilometer op de eindeloze Heerstraße beland, gaat het gas eraf. Ik rol rustig, in een eindeloze, emotionele zucht, Berlijn binnen. Het gevoel van het zelfgekozen afzien, vertrouwen op jezelf en de bewustwording dat mijn brein nog zoveel krachtiger is dan mijn benen, maakt me nu al nostalgisch. Ik wil niet dat het stopt. Fietsen is pieken en dalen.
Ik moet lachen om de persoon die zes dagen geleden volkomen onbewust van de storm die komen ging, Amsterdam uit fietste. De naïviteit van die eerste dag ben ik tijdens dag drie al ergens verloren; die maakte plaats voor wilskracht. In de verte zie ik de Brandenburger Tor verschijnen en steeds groter worden. Op het moment dat ik mijn remmen indruk, en voor een laatste keer mijn schoenen uitklik onder het meest iconische gebouw van Berlijn, voel ik een kleine emotionele ontlading. Alsof ik na een lange week uit de wildernis word gered... alsof ik uit een videogame stap.. alsof ik ontwaak uit een lange, gekke droom... Het is gelukt. De champagne wordt gepopt en met lichte tranen in mijn ogen en de grootste glimlach op mijn gezicht, neem ik een paar slokken uit de fles. Dankbaar. Wanneer weer?
© Claire VenemaBrandenburger Tor

























