Steeds meer jonge renners met een burnout, zorgelijk?
© Getty Images

Steeds meer jonge profs leggen hun racefiets vroegtijdig neer. Burnout, constante druk en levenskeuzes buiten het peloton spelen een rol. Misschien is het tijd om te stoppen met ons af te vragen waarom ze stoppen… en gewoon respect te hebben voor wie weet wanneer genoeg genoeg is.
Het is moeilijk om niet op te merken hoeveel jonge renners dit seizoen de profwereld hebben verlaten. Voor velen is het geen geheim meer: burnout en het ‘verliezen van liefde voor de sport’ worden vaak genoemd als reden om de fiets voorgoed niet meer aan te raken. Maar wat drijft iemand ertoe om te stoppen met iets waaraan hij zijn jeugd bijna volledig heeft gewijd? Misschien vragen we ons de verkeerde dingen af.
Droom versus werkelijkheid
Op CyclingWeekly zegt James Shrubsall het volgende: "Als kind droomde ik ervan om ooit profrenner te worden en de Tour de France te rijden. Realistisch gezien had ik geen kans, mijn natuurlijke talent op de fiets is gemiddeld, en ik begon pas op mijn achttiende met wedstrijden." Toch laat dit zien dat zodra je dichter bij de realiteit van het profpeloton komt, de sport allesbehalve glamour is: het is stressvol, meedogenloos en fysiek en mentaal zwaar.
Voor jonge renners lijkt dat de laatste jaren alleen maar sterker te zijn geworden.
Met supersterren als Tadej Pogačar en Remco Evenepoel die als volwaardige renners uit de junioren komen, wordt het verwachtingspatroon torenhoog. Voor een 23-jarige rijder die nog geen grote overwinning heeft behaald, is de druk van teams en fans enorm.
Risico’s en druk
Fietsen is niet zonder risico. Breuken, valpartijen en zelfs tragische sterfgevallen horen bij het spel. De Canadese renner Mike Woods, die dit jaar stopt, verwoordde het treffend: hij vroeg zijn team eens hoeveel iemand betaald zou moeten krijgen om 70 dagen per jaar 4–5 uur per dag in een auto te zitten bij 50 km/u, blootgesteld aan weer en wind, niet wetende wanneer je de auto uitgeduwd wordt, maar dat je eruit gegooid wordt is een feit. Niemand zei minder dan een half miljoen, en geen enkele medewerker zou het langer dan twee jaar doen. Voor profrenners is dat statistisch gezien ongeveer het aantal keren dat ze per seizoen crashen.
Altijd aan staan
"Naast de gevaren van valpartijen is er de constante fysieke belasting en het gebrek aan sociale of familietijd. Er zijn geen echte vrije dagen. Je eet en slaapt zorgvuldig om je gewicht en prestaties te behouden. Elke rit, vijf uur of meer, in kou of regen, is onderdeel van de dagelijkse verplichtingen. Moderne renners leven altijd “aan”, en dat is mentaal zwaar.", aldus James Shrubsall.
Dr. Steve Mayers, klinisch psycholoog, wijst erop dat de hedendaagse generatie renners bovendien voortdurend wordt geconfronteerd met sociale media, waarin iedereen lijkt te genieten terwijl zij zelf in een goedkoop hotel hun energie hebben opgebruikt voor een midpack-finish. Dat maakt stress veel zichtbaarder en moeilijker te dragen dan vroeger.
Moderne realiteit van profwielrennen
Waar het ooit een manier was voor arbeiders om een beter leven op te bouwen, is wielrennen tegenwoordig vooral een middenklasse-sport geworden: dure fietsen, intensieve training en continue toewijding. Veel jonge renners hebben een opleiding of zouden die kunnen afronden, en weten dat er alternatieve, comfortabele carrières buiten de fiets op hen wachten.
Toch brengt profwielrennen ook plezier en beloning: kameraadschap, de unieke vreugde van op de fiets zitten, en soms flink salaris en glorie. James Shrubsall: "Maar de jonge generatie begrijpt dat fysieke, mentale en emotionele gezondheid belangrijker is. Ze weten wanneer genoeg genoeg is en daar moeten we respect voor hebben."




