Waarom je op een superdag geen pijn voelt

Update: 7 augustus 2026 om 20:09
Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Op papier was zij niet de sterkste van het drietal: Reusser reed in het geel, Vollering stond twaalf tellen daarachter en gold vooraf als topfavoriet. Maar Niewiadoma reed onverschrokken naar de top van de Mont Ventoux, in de koninginnenrit van de Tour de France Femmes 2026 kwam ze als eerste boven, en pakte het geel. Had zij een superdag?

Je voelt op een superdag wél pijn, maar je brein weegt hem anders. Er komt minder pijnsignaal uit je benen omhoog, en tegelijk staan je eigen pijnremmers wagenwijd open. Zwaar en pijnlijk blijken namelijk twee verschillende dingen te zijn, en op je beste dag lopen ze het verst uit elkaar. Je kent het gevoel. Je rijdt een tempo dat je normaal na tien minuten opgeeft, je hartslag staat hoog, je ademt als een oude pomp, en toch registreer je nergens dat gebruikelijke zuur in je bovenbenen. Pas onder de douche merk je wat je hebt uitgespookt.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Inspanning en pijn zijn twee verschillende gevoelens

De eerste denkfout zit in de taal. Wielrenners gebruiken "pijn" voor alles wat zwaar is, maar in de wetenschap zijn het gescheiden gevoelens. Waargenomen inspanning is de bewuste gewaarwording van hoe hard, hoe zwaar en hoe belastend een taak is, en die ontstaat grotendeels in je hoofd, uit de aansturing van je spieren. Spierpijn is iets anders: dat is een prikkel die vanuit je benen omhoog komt. Dat je hoofd daarin de hoofdrol speelt, is precies waarom je mentale weerbaarheid net zo trainbaar is als je benen. nih

Dat onderscheid is ook meetbaar. In fietsonderzoek kunnen proefpersonen beide gevoelens los van elkaar scoren, en bleek de waargenomen inspanning stelselmatig hoger dan de spierpijn, ook in vermoeide toestand. Je kunt dus vol in de hens zitten met relatief weinig pijn. Precies dat is een superdag.

Fietsen is zelf een pijnstiller

Inspanning verdooft. Dat verschijnsel heet exercise-induced hypoalgesia, en het is al sinds de jaren zeventig bekend: bij gezonde mensen daalt de pijngevoeligheid na inspanning behoorlijk consistent, gemeten aan hogere drempels voor druk-, hitte- en koudeprikkels. Het is geen kruimeleffect, en de intensiteit doet mee. In gecontroleerd onderzoek verlaagde hoge intensiteit de pijngevoeligheid sterker dan lage intensiteit, en niet alleen in het werkende been maar ook elders in het lichaam.

Onder de motorkap gebeurt er volgens een recent overzichtsartikel veel tegelijk: dalende remmende banen vanuit de hersenstam, lichaamseigen opioïden en endocannabinoïden, veranderingen in serotonine en noradrenaline, en signaalstoffen die je spieren zelf tijdens het samentrekken afgeven. De auteurs zijn eerlijk over de status: een deel komt uit menselijk onderzoek, een ander deel vooral uit proefdier- en labstudies. De richting is duidelijk, de precieze weging niet.

Daaronder ligt nog een eenvoudiger laag. Uitgerust, met volle voorraden en in de koelte produceer je bij hetzelfde vermogen minder metabole rommel in je spieren, en ruim je die ook sneller op. Minder verzuring betekent minder prikkeling van de zenuwuiteinden die je als brandende benen ervaart. Let op: dit is een goed onderbouwde gevolgtrekking, geen gemeten feit. Niemand heeft de benen van een renner op een goede en een slechte dag netjes naast elkaar gelegd.

De runnershigh is geen endorfineverhaal

Tijd om een klassieker af te breken. Het praatje in de kleedkamer gaat altijd over endorfines, maar dat verhaal wankelt. Toen onderzoekers de opioïdreceptoren van hardlopers blokkeerden met naltrexon, bleef het effect gewoon staan: de euforie en de daling van angst na duurinspanning verdwenen niet, terwijl de endocannabinoïden juist stegen. Endocannabinoïden zijn lichaamseigen varianten van de werkzame stof in cannabis, en anders dan endorfines komen ze makkelijk in de hersenen.

Belangrijke nuance: van de zeventien acute studies zag veertien een stijging van endocannabinoïden na inspanning, maar sluitend bewijs voor hun rol bij de runnershigh in mensen is er door meetproblemen nog niet. Endocannabinoïden zijn de beste kandidaat, niet het bewezen antwoord.

Waar je aandacht zit, zit je pijn niet

De laatste factor is de meest wielerspecifieke. Op een superdag rijd je zelden alleen in je hoofd. Je zit op een wiel, je rekent aan een gaatje, je kijkt naar de volgende bocht. Die gerichte aandacht doet iets meetbaars: bij afleiding laten hersenscans minder activiteit zien in de thalamus, de somatosensorische schors, de insula en de anterieure cingulate cortex, en méér activiteit in de periaqueductale grijze stof, onderdeel van het dalende pijnremmende systeem. Je zenuwstelsel zet letterlijk de rem erop.

Voeg daar de motivatie bij, plus de verwachting dat het vandaag gaat lukken, en het plaatje is rond. Je hoofd heeft simpelweg iets beters te doen dan je bovenbenen monitoren. Dat mechanisme is trouwens ook de kern van brain endurance training, waarmee je je brein leert werken onder vermoeidheid.

En daarom is een superdag ook een risico

Nu het addertje. Pijn is informatie, en die informatie is op een superdag zachter afgesteld. Dat je pijn beter verdraagt maakt je meetbaar sneller: in onderzoek uit Kent voorspelde de tolerantie voor inspanningspijn de prestatie in een tijdrit over 16,1 kilometer, terwijl labtests met koud water en drukmeting dat niet deden. Diezelfde groep zag eerder dat 1,5 gram paracetamol renners bij eenzelfde pijn- en inspanningsscore een hoger vermogen liet trappen en de tijdrit versnelde.

Prestatiewinst dus, maar wel op krediet. Een zeurende knie, een verkeerd zittend zadel of een beginnende blessure schreeuwt op een superdag een stuk zachter dan op een dinsdagavond in de regen. Wie de pijngrens verlegt met pillen erbij, zet het waarschuwingssysteem uit dat hem overeind moet houden.

Zo maak je een superdag waarschijnlijker

Afdwingen kan niet. Maar elk mechanisme hierboven heeft een knop waar je aan kunt draaien, en die knoppen staan op een gewone doordeweekse dag bijna allemaal verkeerd.

Bouw echte frisheid in. De fysiologische bodem onder een superdag is rust, niet extra training. Neem in de laatste week voor je doelrit het volume flink terug en houd de intensiteit erin met een paar korte blokken. Hoe je dat precies opbouwt, staat in ons stuk over taperen voor je volgende grote rit.

Slaap de twee nachten ervoor, niet alleen de laatste. De nacht voor een grote rit slaapt bijna niemand goed. Die van tevoren telt daarom dubbel.

Kom met volle voorraden aan de start. Rustige dagen met normale, koolhydraatrijke maaltijden ervoor, een ontbijt dat je kent, en tijdens de rit blijven eten en drinken voordat je dorst of honger hebt. Leeg raken is de snelste manier om je benen te laten praten.

Kies je moment in de dag. Warmte kost je vermogen bij elke hartslag: waar je bij 17 graden 330 watt trapt in een tijdrit van 40 kilometer, mag je bij 32 graden rekenen op zo'n 310 watt. Meer daarover in ons artikel over warm weer, warme nachten en je prestaties. In de zomer is vroeg vertrekken vaak meer waard dan welk trainingsblok ook. Bicycling

Zorg dat je aandacht buiten je benen ligt. Rijd in een groep, op een wiel, met een doel of een parcours dat je moet lezen. Dat is geen soft advies: het is dezelfde pijnremming waar de hersenscans hierboven over gaan.

Ga erin met de verwachting dat het lukt. Verwachting en zelfspraak schuiven de inspanningsbeleving aantoonbaar op. Een rit die je begint met "dit ga ik niet redden" ga je waarschijnlijk niet redden.

Herken hem, en gebruik hem. Voelt het na twintig minuten verdacht licht, ga dan niet braaf je zone-2 afwerken. Superdagen zijn zeldzaam en niet verplaatsbaar.

Wat betekent dit voor jou

  • Reken erop dat een superdag begint met rust. Verse benen en volle voorraden, niet extra training.
  • Beoordeel je inspanning niet op pijn alleen. Houd vermogen, tijd en je eigen hartslagzones erbij, want pijn is op een superdag een slechte gasmeter.
  • Laat een zeurtje niet meeliften op de euforie. Wat na de rit pijn doet, deed tijdens de rit ook pijn.
  • Plan één of twee doelritten per seizoen waar alle knoppen goed staan. De kans is nog steeds niet honderd procent, maar wel veel groter dan op een willekeurige zaterdag.