Supertalenten onder de loep: Paul Seixas vs. Tadej Pogacar
NL Beeld / Abaca Press

Wanneer je de vroege carrière van Tadej Pogačar naast die van Paul Seixas legt, ontstaat een opvallend beeld. Pogacar geldt als hét wielerwonder van zijn generatie, maar de cijfers laten zien dat Seixas op 19-jarige leeftijd zelfs nog verder is dan de Sloveen destijds.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Dat betekent niet automatisch dat Seixas een grotere carrière tegemoet gaat. Maar de vergelijking geeft wel een interessante inkijk in hoe uitzonderlijk het Franse talent zich ontwikkelt.
Pogacar op 19-jarige leeftijd: talent zichtbaar, maar nog geen winnaar
In 2017, toen Pogacar 19 jaar was, reed hij een degelijk maar nog niet spectaculair seizoen. Hij liet zien dat hij een groot talent was, maar echte topresultaten op het hoogste niveau bleven uit. Zo werd hij derde in de Ronde van Hongarije en vijfde in de Ronde van Slovenië, twee rittenkoersen waarin hij zijn klimvermogen al liet zien.
Daarnaast reed hij naar een vijfde plaats in de Carpathian Couriers Race voor beloften en werd hij vierde in de Istrian Spring Trophy. Ook in eendagskoersen liet hij zich zien met een zevende plek in de Piccolo Giro di Lombardia. Op kampioenschappen waren de resultaten degelijk, maar niet uitzonderlijk: twintigste op het WK voor beloften en 102e op het EK. In Gent-Wevelgem voor beloften eindigde hij als 67e.
Wat opvalt: Pogacar won in zijn 19-jarige seizoen geen enkele wedstrijd. Hij was sterk en constant, maar nog duidelijk in ontwikkeling.
De snelle doorbraak van Pogacar
Een jaar later veranderde alles. In 2018, als 20-jarige, brak Pogacar definitief door. Hij won de Giro della Regione Friuli Venezia Giulia, maar vooral zijn overwinning in de Tour de l’Avenir maakte indruk. Deze koers geldt traditioneel als dé graadmeter voor toekomstige klassementsrenners. Daarnaast won hij ook de GP Priessnitz Spa en werd hij vierde in de Ronde van Slovenië.
Nog een jaar later, in 2019, volgde de echte explosie. Op 21-jarige leeftijd reed Pogacar al naar de derde plaats in de Ronde van Spanje. Hij won de Ronde van de Algarve en de Amgen Tour of California en werd zesde in de Ronde van het Baskenland. In klassiekers liet hij zich eveneens zien met een achttiende plaats in Luik-Bastenaken-Luik en een dertigste plaats in Strade Bianche.
In 2020, op 22-jarige leeftijd, won Pogacar vervolgens de Tour de France en bevestigde hij zijn status als superster. Zijn ontwikkeling verliep snel, maar nog altijd geleidelijk: van talent op 19, naar winnaar op 20, naar wereldtop op 21 en absolute dominantie op 22.
Seixas: Nóg sneller volwassen
Bij Paul Seixas verloopt die ontwikkeling nog sneller. De Fransman reed in 2025, op 18-jarige leeftijd, al op het hoogste niveau mee. Dat seizoen won hij direct de Tour de l’Avenir, een prestatie die Pogacar een jaar later in zijn carrière leverde.
Daarnaast werd Seixas zevende in de Ronde van Lombardije, een monument, en eindigde hij als dertiende op het WK voor elite mannen. Hij reed bovendien naar een achtste plaats in het Critérium du Dauphiné, een twaalfde plek in de Tour of the Alps en een vijfde plaats in de GP Marseillaise. Ook op het Frans kampioenschap eindigde hij al als negende.
Die resultaten zijn uitzonderlijk voor een 18-jarige. Waar Pogacar op die leeftijd nog voornamelijk in de beloftencategorie reed, deed Seixas al mee met de wereldtop.
2026: Winnen op 19-jarige leeftijd
In 2026, als 19-jarige, zette Seixas de volgende stap. Hij won direct de Ronde van het Baskenland, een van de zwaarste rittenkoersen van het voorjaar. Daarnaast werd hij tweede in Strade Bianche, een koers waarin normaal gesproken ervaren klassiekerrenners domineren. Ook schreef hij de Faun-Ardèche Classic op zijn naam en eindigde hij als tweede in de Ronde van de Algarve.
Het zijn prestaties die Pogacar pas enkele jaren later neerzette. Waar Pogacar op 19 nog geen overwinning had, wint Seixas al op WorldTour-niveau.
Wat zegt dat over hun talent?
De cijfers laten zien dat beide renners uitzonderlijk zijn, maar dat Seixas nóg vroeger presteert op het hoogste niveau. Hij combineert klimvermogen, koersinzicht en uithoudingsvermogen op een leeftijd waarop de meeste renners nog in ontwikkeling zijn.
Toch is voorzichtigheid geboden. Wielrennen kent meerdere voorbeelden van renners die op jonge leeftijd doorbraken, maar daarna minder groeiden dan verwacht. Vroege prestaties betekenen namelijk ook dat de fysieke en mentale belasting sneller toeneemt.
Het gevaar van te vroeg pieken
Een van de risico’s van zo vroeg succes is fysieke overbelasting. Jonge renners die al grote rondes en zware klassiekers rijden, krijgen minder tijd om rustig te groeien. Daarnaast komt er mentale druk bij kijken: verwachtingen van teams, media en publiek nemen snel toe.
Ook is er het risico dat de groeicurve afvlakt. Renners die al op jonge leeftijd dicht tegen hun fysieke plafond aan zitten, hebben minder ruimte om zich verder te ontwikkelen.
Toch zijn de signalen uitzonderlijk
Tegelijkertijd laat Seixas zien dat hij meer is dan een vroegrijpe renner. Hij presteert in verschillende soorten wedstrijden: rittenkoersen, klassiekers en zware eendagswedstrijden. Dat veelzijdige profiel lijkt sterk op dat van Pogacar.
Conclusie
De vergelijking tussen Pogacar en Seixas op 19-jarige leeftijd is opvallend. Pogacar was toen een groot talent in ontwikkeling, terwijl Seixas nu al wint op het hoogste niveau. Of dat betekent dat Seixas uiteindelijk net zo groot wordt als Pogacar, is onmogelijk te voorspellen. Maar één ding is duidelijk: de cijfers laten zien dat het Franse talent zich op een historisch snelle manier ontwikkelt.
En dat maakt Paul Seixas misschien wel het meest intrigerende wielertalent van dit moment.












