Terug naar de koers #1 | Doe ik het of doe ik het niet?

Update: 6 april 2026 om 10:00
Online Editor

© Getty Images

Terug naar de koers

Nog negen weken. Dan is het zover. Denk ik. Het is al een decennium geleden. Tien jaar sinds mijn allerlaatste koers. Waar ben ik nog toe in staat, na jaren vol enerverende maar allesbehalve prestatie-bevorderende avonturen? Tijd om dat aan den lijve te gaan ondervinden!

Doorheen mijn vroege tienerjaren groeide mijn liefde voor de wielersport. Volledig overmand door fascinatie zat ik niet zelden aan de buis gekluisterd te genieten van de helden van toen. Peter Sagan voerde met grote voorsprong mijn favorietenlijstje aan. De man die voor een flinke scheut kleur zorgde in een door Team Sky en dus toch wel door robot-achtige renners gedomineerd wielertijdperk. Ik was één van de velen die op de Sagan-trein sprong. We checkten in en werden fan van de Slowaak die wheelies trok op de meest willekeurige momenten, opvallende zegegebaren maakte en altijd voor gekke taferelen zorgde.

Met de neus op de feiten gedrukt bij Willebrord Wil Vooruit

Het groene monster uit Slowakije zorgde er zelfs voor dat ik me als 13-jarige broekie aanmeldde bij wielerclub Willebrord Wil Vooruit, afgekort WWV. Ook onze 'familiepassie' voor de koers lag daaraan ten grondslag. Mijn vader kwam nooit verder dan een elfde plaats in een amateurronde te Etten-Leur – daarmee won hij in 1975 wel een kip! – en mijn opa liet, sympathiek als hij was, in zijn hoogtijddagen altijd anderen bewust vóór hem finishen, maar buiten kijf staat dat we in onze generatielijn altijd van koers hebben gehouden. En dus kon ook ik me op 1 april 2014 voor het eerst melden in het buitengebied van Sprundel, waar op dinsdag- en donderdagavond getraind werd.

Gehuld in een shirt dat toen al minstens 20 jaar oud was, keek ik lijdzaam en totaal onmachtig toe hoe ik langs alle kanten voorbij werd gereden. Ook door jongens en meisjes die veel jonger waren dan ik. Ik kon er niets van. Ongetwijfeld droeg het feit dat ik op een oude Koga Miyata uit de jaren 80 ten tonele verscheen daaraan bij. Waar ik nog keihard aan de aan mijn buis vastgemaakte hendels moest trekken of duwen om van verzet te wisselen, was de rest van mijn trainingsgroep al voorzien van spiksplinternieuw materiaal. En hun talent was misschien ook ietsjes groter.

Een paar totaal mislukte trainingen (waarin ik met mijn neus op de sportieve feiten werd gedrukt) rijker had ik eigenlijk wel genoeg gezien. Het ging niet veel worden in mijn wielercarrière. Leuk was het zeker, een succes op resultaatgebied allerminst. Tel daar een paar valpartijen in de harde West-Brabantse bermen en een aantal bijzonder matige trainingskoersen bij op en de spreekwoordelijke kous was af. Al snel schreef ik me weer uit bij de plaatselijke WV, waarna ik het plezier voorop ging stellen. Fietsen en daarbij het samenspel der elementen trotseren was immers een onverminderd leuke bezigheid.

Nog negen weken te gaan: doe ik het of doe ik het niet?

Jaren vlogen voorbij. Jaren die op fietsgebied werden gekenmerkt door plezierritjes met vrienden en af en toe een fietsvakantie in binnen- of buitenland: van Limburgs Mooiste tot de Franse Alpen. Héél af en toe nog met een snelle trainingsgroep mee, maar niet vaker dan tweemaal per jaar. En zo ben je voor je het weet tien levensjaren verder. Dat het dan ineens weer begint te kriebelen, is overdreven. Maar toch ben ik benieuwd. Benieuwd naar wat ik nu nog zou kunnen, na tien jaren van ‘maximaal genieten’. Zou er nog wat leuks in het vat zitten? Of is het gewoon weer net als toen, achteraan de meute?

Op 7 juni staat er een amateurwedstrijd in mijn regio - in Hoeven om precies te zijn - op de rol. Ik twijfel nog wel een beetje. Ga ik hier serieus voor trainen? Kan wel leuk zijn. Misschien krijg ik een van mijn vrienden wel zo gek om ook mee te doen. Dan kan het in ieder geval een gezellige dag worden. Beetje ginnegappen en lachen om elkaar. Even laten bezinken. Maar eigenlijk weet ik het antwoord al wel. Ik heb nog iets meer dan twee maanden om er gericht naartoe te trainen. Mijn basisconditie is prima. Ik fiets voldoende en loop regelmatig hard. Ik doe het gewoon! Ik zie wel waar het schip strandt. Zolang ik geen laatste word, is het goed. Toch? En zolang ik maar plezier heb! Terwijl ik de banden van mijn witte Giant TCR oppomp, dagdroom ik weg over de komende weken. Goed, eerst tijd voor koffie.

Terug naar de koers