Thom van der Werff: "Ik wil niets overhaasten"

Update: 23 maart 2026 om 08:34

Patrick Brunt

Patrick Brunt

Grote rondes, Monumenten en talloze ritzeges in grote rondes. De laatste pakweg twaalf jaar heeft Nederland als wielerland weinig te klagen. Een gouden generatie is echter eindig. Bicycling stelt de talenten van morgen voor. Met in dit tweede deel Thom van der Werff: de Anaconda van Annen.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Wanneer ben jij begonnen met wielrennen?
“Rond mijn elfde nam ik een licentie, terwijl ik daarvoor al regelmatig op pad ging met mijn vader. Ik heb ook gevoetbald, maar op een bepaald moment ging de focus volledig op fietsen. Mijn vader koerste ook en we gingen vaak bij wedstrijden kijken. Ik ben als Drent vaak naar de Ronde van Drenthe en de Superprestigecross in Gieten geweest. Ik heb tot en met de junioren zelf ook aan veldrijden gedaan, maar toen koos ik ervoor om volledig voor de weg te gaan. Ik was oké in het veld, maar miste de techniek om bij de top mee te doen.”

Wanneer kreeg je door dat je talent hebt op de weg?
“Eigenlijk vanaf de jeugd al. Het zegt niet alles voor de jaren erna, maar al vanaf het begin won ik best veel. Ik merkte vooral dat ik het spelletje doorhad en dat ik meer wil had om ervoor te gaan. Bij de junioren ga je pas écht merken of je talent hebt. Ik kon meteen goed mee op dat niveau, want in mijn eerste jaar won ik al een UCI-koers (de GP Bob Jungels, TB) en boekte ik een flink aantal ereplekken.”

In 2024 had je een flinke blessure. Wat ging er mis?
“Ik viel halverwege het seizoen in de Tour Alsace en de beenblessure die ik daarbij opliep, bleef vervolgens lang aanslepen. Niemand wist wat er aan de hand was. Daar zijn maanden overheen gegaan met allerlei onderzoeken. Dat was op mentaal vlak heel moeilijk. Ik begon me af te vragen of het nog goed zou komen. We zijn er nooit achter gekomen wat er nu mis was in mijn been, maar door het te blijven behandelen, heb ik er tegenwoordig geen last meer van.”

Op dat moment reed je als voor de opleidingsploeg van Team Picnic PostNL: hoe ben je daar terechtgekomen?
“Als eerstejaars junior deed ik mee aan een testdag van de ploeg. Twee dagen later won ik die UCI-koers. Weer twee dagen later kreeg ik telefoon en ben ik op kantoor geweest. Het was snel beklonken, want daar sprak veel vertrouwen uit. Het is een ploeg die goed bij me past.”

Wat voor type renner ben jij eigenlijk?
“Bij de junioren dacht ik nog dat ik met de besten mee omhoog kon. Op dat moment ging het klimmen ook goed, maar ik begin te ontdekken dat ik meer richting het klassieke werk ga. Op de website van mijn ploeg staat dat ik Luik-Bastenaken-Luik de mooiste koers vind. Dat was ook zo, maar dat is veranderd.”

Op de website staat ook dat je enorm flexibel bent. In welke zin flexibel?
“Met name in het door het peloton bewegen. Dat gaat me goed af. Ik heb daar ook mijn bijnaam aan te danken: De Anaconda van Annen. Bij de junioren zat ik in een vriendenteam en de jongens hadden het er vaak over dat ik me zo makkelijk door het peloton beweeg. Als een slang. Zo is die bijnaam ontstaan. Het is niet bedoeld als killer, nee. Dat was mooier geweest, haha. Maar wat niet is kan nog komen.”

Vorig jaar werd je Nederlands kampioen bij de beloften en heb je de Rondes van België en Duitsland gereden. Ging het daar ook zo flexibel?
“Dat is toch anders, omdat je eerder op je limiet zit. Ik liet me iets eerder aan de kant drukken, maar alsnog stond ik ook daar mijn mannetje. In Duitsland werd ik in een etappe al negende. Dat was een vette ervaring. Zeker ook omdat ik met iemand als John Degenkolb mocht koersen. Hij heeft zoveel ervaring en heeft zoveel gewonnen… Hij nam me ook echt mee in koers door te zeggen hoe ik me moest positioneren bijvoorbeeld.”

Ik las dat je met opzet langer bij de beloften wilde blijven. Waarom heb je die keuze gemaakt?
“Er was sowieso nog niet echt sprake van een stap naar de profs, maar ik wil ook de tijd nemen om me te ontwikkelen. Dat ik alle rust heb om de volgende stap te maken. Lukt het dit jaar, dan dit jaar, maar anders heb ik volgend jaar ook nog de tijd om die stap voorwaarts te zetten. Dat ik niets wil overhaasten is de hoofdreden om te verlengen bij de opleidingsploeg. Ik wil bij de beloften finales rijden en uiteindelijk koersen winnen. Die stap moet ik nog maken. Ik wil pas naar de profs toe als ik het bij de beloften ook kan afmaken in de finale.”

Wat hoop je dit jaar te bereiken en waar hoop je over vijf jaar te staan?
“Dit jaar hoop ik mijn neus aan het venster te steken in met name de grote beloftekoersen, maar het liefst ook al in de profkoersen waar ik mag rijden. Ik wil minstens één keer winnen dit seizoen. Voor de langere termijn hoop ik in de komende twee seizoenen een profcontract af te dwingen en over vijf jaar hoop ik een goede prof te zijn die mee kan doen in de grootste wedstrijden.”

Video

thom van der werff ik wil niets overhaasten