'Timing is alles' - Langs de kant bij de koers
Tjeu Philippens

Je kent de Tour van tv, maar niets bereidt je voor op het moment dat het peloton vlak voor je verschijnt. De geur van asfalt, het gezoem van helikopters, de herrie van het publiek… en die renners: zwetend, vechtend tegen de elementen. Een dag langs de kant is meer dan kijken. Het is beleven, voelen, onderdeel worden van de koers.
>>> Dit artikel verscheen eerder in Bicycling magazine, de Tour de France special van 2026. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.
"Alles moet kloppen voordat je de berg opgaat'
Wie de Tour de France van dichtbij wil beleven, moet denken als een renner: vooruit plannen, anticiperen op chaos en voorbereid zijn op alles. Dit is geen vakantie. Dit is een missie. Jouw missie. Tijdens een bergetappe verandert je camper in een alles-in-één-unit: schuilplaats, voorraadkast en uitkijkpost. Zodra je staat, ben je volledig op jezelf aangewezen. Geen supermarkt om de hoek, geen snelle uitweg, geen tweede kans. Voor ervaren Tourvolgers zoals Frank Gerritse is dat vanzelfsprekend. Hij reist met de camper achter de koers aan, vooral bij de Tour de France Femmes, waar zijn dochter Femke Gerritse rijdt voor Team SD Worx-Protime. ‘Wij zorgen dat we volledig zelfvoorzienend zijn’, zegt hij. ‘Water, eten, brandstof, alles moet kloppen voordat je de berg opgaat.’
Zijn paklijst leest als die van een expeditie: stoelen, tafel, parasol, grondzeil, schaduwdoek, haringen, hamer, ducttape, tyraps… ‘Je hebt het allemaal nodig. Je leeft daar een paar dagen.’ Basisbenodigdheden: water en voedsel. ‘Wij nemen altijd genoeg drinkwater mee, bijvoorbeeld van die grote pakken van twee liter. En eten dat niet gekoeld hoeft te worden: wraps, platbrood, snacks. Vers eten halen we voordat we de berg op rijden.’
Ook kleding is cruciaal, iets wat veel mensen onderschatten. ‘In het dal is het dertig graden, boven op de berg kan het opeens koud zijn. Wij hebben altijd een winterjas en een muts bij ons. Bergen zijn onvoorspelbaar.’ En natuurlijk de energievoorziening niet vergeten: ‘We hebben een portable power station met zonnepanelen. Daarmee hebben we gewoon 220 volt. Ja, ook voor de Nespresso’, lacht hij. ‘En opladers, die vergeet je echt maar één keer.’
Elke camperaar heeft een lijstje. Daar staan ook minder voor de hand liggende spullen op: ‘Een verrekijker bijvoorbeeld. Dat maakt echt verschil. En laarzen, zeker als het nat wordt.’ Praktische zaken worden ook vaak over het hoofd gezien. Theo: ‘Toilet legen. Klinkt simpel, maar geloof me…’ Het zijn lessen die je niet uit een gids haalt, maar uit ervaring. En precies dat maakt het camperleven rond de Tour de France zo uniek.
De perfecte plek
Bij Theo en Jacomien Belt ligt de nadruk iets meer op comfort, maar ook zij bereiden zich grondig voor. Ze huren dit jaar een camper om etappe 14 in de Vogezen te volgen, bij de Grand Ballon. Hun doel: de etappe Mulhouse-Markenstein. ‘Voor ons is het fantastisch dat we na een fietstocht kunnen douchen en ’s nachts niet naar buiten hoeven voor het toilet’, zegt Theo. ‘Dat maakt het echt ontspannen.’ Ook zij denken vooruit. ‘We zorgen ervoor dat we drie dagen zelfvoorzienend zijn. Volle accu’s voor de koelkast, voldoende gas. En eerlijk: met een koude Kwaremont in de hand gaat het wachten een stuk sneller.’
'Een haarspeldbocht of een steil stuk is de beste plek, daar gebeurt het'
© Getty ImagesTheo en Jacomien gaan al jaren langs de koers kijken
Een goede plek langs het parcours is meer dan een mooi uitzicht. Het draait om beleving én strategie. Je wilt de renners zien aankomen, horen ademen, misschien zelfs een glimp van zwakte opvangen. Frank Gerritse: ‘Op de Mont Ventoux gaan we sowieso een dag van tevoren staan. Je zoekt een plek waar de snelheid eruit gaat, zoals een haarspeldbocht of een steil stuk. Daar gebeurt het.’ Voorbereiding begint vaak al thuis. ‘Ik kijk via Google Maps waar we willen staan. Soms gebruik ik ook Veloviewer om de route te analyseren. Dan zie je precies waar het interessant wordt.’ Uiteindelijk moet het praktisch zijn: ‘Je moet vlak kunnen staan, ruimte hebben en liefst een beetje overzicht. Je staat er uren, soms dagen.’
Theo Belt bereidt de plek via Google Maps tot in detail voor: ‘Niet aan de binnenkant van de bocht gaan staan, dan zie je minder. En bij onze etappe komen ze twee keer langs, dat maakt het extra leuk.’ Zijn ideale scenario? In de buurt van een restaurant’, zegt hij lachend. Soms zit het verschil in details waar je pas later aan denkt. Frank herinnert zich een legendarisch moment: ‘We kwamen aan op een droge plek, midden in de zon. Perfect. Maar ’s nachts ging het regenen. De volgende ochtend stonden we in natte koeienvlaaien. Die zag je de dag ervoor niet eens. Sindsdien checken we de ondergrond beter.’
Te laat is écht te laat
De grootste fout die beginners maken: denken dat je op de dag van de etappe nog wel even naar boven rijdt. Dat je dan ‘vroeg genoeg’ bent. Dat ben je niet. ‘Voor grote beklimmingen moet je echt een dag van tevoren, soms twee’, zegt Frank. ‘Anders kom je er gewoon niet meer.’
Voor iconische bergen zoals Alpe d’Huez moet je soms zelfs meerdere dagen van tevoren aanwezig zijn. Minder bekende beklimmingen lopen ook snel vol; het is niet alleen de Tour die trekt, maar het hele circus eromheen. Theo en Jacomien plannen bewust ruim. Jacomien: ‘Wij gaan twee dagen eerder. Dan kunnen we zelf nog fietsen of wandelen. Het is niet alleen wachten, het is ook gewoon genieten van de omgeving.’ Die extra tijd maakt het verschil tussen stress en beleving: tussen racen naar boven of rustig settelen met uitzicht. Want op de dag zelf verandert alles. ‘Meestal gaat de weg ’s ochtends al dicht, soms tussen acht en tien uur’, vertelt Frank. ‘Daarna kom je nergens meer.’ Theo: ‘Wij hebben ooit een bordje genegeerd, dachten dat het niet voor ons gold. Bleek dat we praktisch op de finishlijn stonden. Niet echt handig. Sindsdien letten we beter op.’
Wachten hoort erbij
© Tjeu PhilippensTheo en Jacomien wachten op het peloton
'Nederlanders bij elkaar, Fransen met vlaggen, Italianen met espresso-apparaten'
Een bergetappe betekent wachten. Veel wachten. Maar dat wachten is geen leegte, het is opbouw. Frank: ‘We wandelen veel met onze teckel Sjaakie. En ik fiets vaak nog een stuk omhoog en omlaag. Dat is ook mooi: je rijdt dezelfde weg als de renners.’ Theo: ‘Voor ons voelt het als vakantie. Boekje lezen, filmpje kijken, spelletje doen. Misschien een hengeltje uitgooien. Het is relaxed.’
De sfeer op de berg doet de rest. Campers veranderen in kleine enclaves: Nederlanders bij elkaar, Fransen met vlaggen, Italianen met espresso-apparaten. Muziek, gesprekken, gedeelde verwachtingen. ‘Zoek goed gezelschap’, zegt Frank. ‘Dat maakt het echt leuker. Iedereen is daar met hetzelfde doel.’ En dan is er de reclamekaravaan: uren voor de koers uit, muziek, gekleurde wagens, gadgets die door de lucht vliegen. Even chaos, even feest. Daarna weer stilte… tot het moment nadert.
En dan: Het moment
© Getty ImagesTheo en Jacomien moedigen het peloton aan
Uren worden seconden. Dagen voorbereiding vallen samen in één allesbepalend moment. Eerst hoor je het: helikopters die laag overvliegen, sirenes van motoren. Het geluid draagt ver in de bergen. Dan voel je het: de spanning, het geroezemoes dat langzaam aanzwelt. Theo: ‘Het gejuich komt als een golf naar je toe. Je voelt het aankomen.’ En dan zijn ze daar. Renners die je alleen van televisie kent, opeens op een paar meter afstand. Geen commentaarstem, geen slow motion, alleen pure inspanning. Frank: ‘Gezichten verwrongen, monden open. Van dichtbij is het rauw. Echt heel rauw.’ Voor Frank krijgt het moment een extra lading: ‘Onze dochter rijdt mee. Dan is wachten helemaal geen opgave.’ Maar ook zonder persoonlijke connectie blijft het indrukwekkend. Theo: ‘Je hebt die klim zelf gefietst, je kent elke bocht. Je vergelijkt je tijden op Strava. En misschien rolt er opeens een bidon langs je voeten. Dat zijn momenten die je bijblijven.’
Het peloton is zo weer voorbij. Maar wat blijft, is het gevoel. Dat je er was. Dat je voor even onderdeel uitmaakte van iets groters. Met de camper naar een bergetappe van de Tour is geen spontane trip. Het is plannen, voorbereiden en soms improviseren. Vroeg komen, lang wachten. Omgaan met hitte, kou, modder en drukte. Maar wie het goed aanpakt, krijgt er iets voor terug wat geen tv-uitzending kan bieden: de koers van dichtbij, midden in het decor waar legendes worden geboren. Dit is geen kampeertrip. Dit is overleven op de berg.
De ultieme Tour-survivalkit
Must-haves aan boord
- Minimaal 48 uur drinkwater
- Houdbaar eten (repen, noten, brood, wraps)
- Volle brandstoftank + gas + accu
- Powerbanks en opladers
- Radio of tv voor koersinformatie
Comfort & kleding
- Stoelen, tafel, schaduwdoek/parasol
- Wandelschoenen + eventueel laarzen
- Warme kleding (jas, muts) én zonnebescherming
- Regenjack
Slimme extra’s
- Verrekijker
- Fietspomp en gereedschap
- Tape, tyraps, zaklamp
- Vlag, wielershirt
Niet vergeten
- Chemisch toilet legen
- Boodschappen vóór de klim
- Ondergrond checken (droog en vlak)
- Minimaal 1 of 2 dagen van tevoren arriveren
Meer weten over de Tour de France?
Lees onze verdiepende verhalen en uitleg over de grootste wielerwedstrijd ter wereld. Bekijk ook onze voorbeschouwingen van alle etappes van de Tour de France.













