Transfers de nieuwe realiteit in het wielrennen?
© Getty Images

Is het voetbalmodel de redding van sponsorafhankelijke ploegen?
Het wielrennen staat aan de vooravond van een belangrijke economische verandering. Waar rennerscontracten jarenlang heilig waren, worden tussentijdse transfers steeds normaler. Dat bleek afgelopen december toen Picnic-PostNL toprenner Oscar Onley voor een miljoenenbedrag zag vertrekken, ondanks een doorlopend contract tot 2027. Volgens ploegbaas Iwan Spekenbrink is het onvermijdelijk: het wielrennen beweegt richting een transfermodel zoals we dat kennen uit het voetbal.
Onley, pas 23 jaar oud, was dé revelatie van de afgelopen Tour de France met een verrassende vierde plaats. Zijn overstap naar Ineos-TotalEnergies betekende sportief een verlies voor Picnic-PostNL, maar financieel leverde het de ploeg broodnodige middelen op. “Het is de nieuwe realiteit,” zegt Spekenbrink in gesprek met de NOS. “Als je als ploeg goed opleidt en renners snel beter worden, ontstaat vanzelf een economische dynamiek.”
Van sponsormodel naar verdienmodel
Het traditionele verdienmodel van wielerploegen is al decennialang wankel: één of twee hoofdsponsors betalen vrijwel de volledige begroting. Stapt zo’n sponsor op, dan staat het voortbestaan van een ploeg direct onder druk. Transfers kunnen dat model deels doorbreken. Door renners met doorlopende contracten tegen een afkoopsom te laten vertrekken, ontstaat een extra inkomstenbron – vergelijkbaar met transfersommen in het voetbal.
Spekenbrink ziet daarin juist kansen. “Naast het klassieke sponsormodel doet het transfermodel zijn intrede, of we dat nou leuk vinden of niet. De uitdaging is om dat spel beter te spelen dan de concurrentie.” De vergelijking met Ajax ligt volgens hem voor de hand: topspelers vertrekken, maar door goede opleiding en teamontwikkeling kan sportief succes blijven bestaan.
Regels en grenzen
De UCI stelt duidelijke regels aan tussentijdse transfers. Ploegen moeten op de hoogte zijn van gesprekken en bij contractontbinding moeten renner, oude én nieuwe ploeg instemmen. Vaak gaat dat gepaard met een afkoopsom. Dat maakt wilde “handel” in renners lastig, maar biedt wel ruimte voor gecontroleerde transfers.
Niet iedereen is enthousiast. Richard Plugge (Visma-Lease a Bike) waarschuwt voor een puur voetbalsysteem. “Ik denk niet dat het goed is als we een markt krijgen waarin atleten handelswaar worden,” zei hij tegen de NOS. Wel vindt hij het logisch dat een contract kan worden afgekocht als een renner per se weg wil.
Kan het transfersysteem het wielrennen redden?
Het korte antwoord: ja, mits goed gereguleerd. Transfers kunnen ploegen minder kwetsbaar maken voor sponsorverlies en belonen teams die investeren in talentontwikkeling. Tegelijkertijd schuilt het gevaar in excessen: te grote financiële verschillen en renners die vooral als handelsobject worden gezien.
Het wielrennen lijkt dus niet op weg naar een kopie van het voetbal, maar naar een hybride model. Sponsoring blijft cruciaal, maar transfers kunnen zorgen voor financiële stabiliteit en continuïteit. Precies datgene wat de sport al jaren nodig heeft.
Bron: NOS












