Tubeless sealant vervangen: Wanneer en hoeveel heb je nodig?
Trevor Raab

Tubeless rijden is voor veel wielrenners en gravelrijders inmiddels de standaard. Minder kans op lekrijden, meer comfort en de mogelijkheid om met een lagere bandendruk te rijden maken het systeem populair. Toch vergeten veel rijders één belangrijk onderdeel van het onderhoud: de tubeless sealant.
De latexvloeistof in je band zorgt ervoor dat kleine gaatjes automatisch worden gedicht. Na verloop van tijd droogt deze echter op. Wanneer dat gebeurt, verliest je tubeless systeem zijn belangrijkste voordeel.
Hoe vaak moet je sealant vervangen?
Volgens onderhoudsadviezen van onder andere Stan's NoTubes, Muc-Off en Orange Seal is het verstandig om tubeless sealant ongeveer elke twee tot vier maanden te controleren of bij te vullen. Hoe snel de vloeistof opdroogt hangt sterk af van de omstandigheden.
Temperatuur speelt bijvoorbeeld een belangrijke rol. In warme omstandigheden of wanneer de fiets vaak buiten staat kan sealant sneller indrogen. Ook intensief gebruik zorgt ervoor dat de vloeistof sneller zijn werking verliest.
Een paar signalen dat het tijd is om de sealant te controleren:
• Je hoort geen vloeistof meer wanneer je het wiel schudt
• De band verliest sneller druk dan normaal
• Kleine gaatjes dichten niet meer vanzelf
Technische onderhoudsgidsen van bandenfabrikanten zoals Schwalbe en Continental adviseren daarom om regelmatig te controleren of er nog voldoende vloeibare sealant in de band aanwezig is.
>>> Lees ook: De vijf beste tubeless reparatiesets
Hoeveel sealant moet er in een band?
De juiste hoeveelheid sealant hangt vooral af van de breedte van de band. Smallere racebanden hebben minder vloeistof nodig dan bredere gravel- of mountainbikebanden. Voor de meeste racefietsen en gravelbikes gelden ongeveer deze richtlijnen:
• 23 tot 25 mm band: 30 tot 40 ml
• 28 tot 32 mm band: 40 tot 50 ml
• 33 tot 45 mm gravelband: 50 tot 70 ml
Bij mountainbikes is het volume groter en is meer sealant nodig:
• 2.0 tot 2.2 inch: 70 tot 90 ml
• 2.3 tot 2.6 inch: 90 tot 120 ml
Ook fietsmedia zoals BikeRadar en Pinkbike gebruiken vergelijkbare richtlijnen in hun onderhoudsartikelen.
Sealant bijvullen zonder de band te demonteren
Het bijvullen van sealant is meestal eenvoudig. In veel gevallen kan dat via het ventiel zonder dat de band van de velg hoeft. Door de ventielkern te verwijderen kun je met een injectiespuit de juiste hoeveelheid sealant toevoegen. Daarna pomp je de band weer op en draai je het wiel een paar keer rond zodat de vloeistof zich goed verspreidt.
Klein onderhoud, groot verschil
Tubeless systemen werken alleen goed wanneer er voldoende verse sealant aanwezig is. Door elke paar maanden even te controleren of er nog vloeistof in de band zit, voorkom je dat een klein gaatje onderweg ineens een groot probleem wordt. Met een paar minuten onderhoud blijft tubeless rijden betrouwbaar en profiteer je maximaal van de voordelen van het systeem.












