COLUMN

Van schaduw naar schaduw: De langzaamste weg naar de gele trui

Update: 23 juni 2026 om 14:50
Praat mee!

Restore Cycling

Restore Cycling

Frankrijk, juli 2009. Ik was 18 jaar, reed voor Restore Cycling uit Pijnacker, en stond aan de start van de Tour du Valromey. Een vierdaagse juniorenwedstrijd in de Ain, een departement in het oosten van Frankrijk waar de cols opstapelen als afwas na een etentje voor twaalf. Ik wist dat het zwaar zou worden. Ik wist niet dat de hitte mijn grootste tegenstander zou zijn.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

De rijwind als valse vriend

De eerste etappe was nog te doen. 89 kilometer, het makkelijkste van de vier dagen. Op snelheid streelt er altijd wat wind langs je wangen, en die rijwind voelde als een zegen. Relatief, welteverstaan. Want zelfs bij veertig kilometer per uur weet je diep vanbinnen dat de bergen komen. En dat daar geen rijwind is. Alleen stilstand, hitte en jezelf.

>>> Lees ook: Is rijwind slecht voor je oren? Wat onderzoek zegt over fietsen en gehoor

Mijn plan voor die eerste dag was simpel: meezitten in alle ontsnappingen. Al gauw reed een groep van vijftien man weg en daar zat ik bij. Over de col van de tweede categorie waren we met vijf over. We draaiden goed, bleven ruim voor het peloton. De Franse kampioen Kenny Elissonde kneep er in de finale vandoor, twee landgenoten stopten voor hem af, en hij won met 48 seconden. Ik won de sprint van het kopgroepje. Tweede. Een goed begin. Maar de echte koers moest nog komen.

Gegrild van twee kanten

Wat de hitte in de bergen anders maakt dan op de vlakte is de combinatie. Van boven: de zon, meedogenloos en verticaal. Van onder: het asfalt. Zwart asfalt dat de warmte opzuigt en weer uitstraalt alsof het wraak neemt. Tussen die twee lagen rijd jij omhoog. Langzaam. De rijwind verdwijnt. Er is niets meer dat verkoelt.

Ik zweet van nature weinig. In het dagelijks leven een prettige eigenschap. In de bergen, in de hitte, een probleem. Zweet koelt. Vocht op de huid, vocht in het shirt, dat is de thermostaat van het menselijk lichaam. Die van mij werkte op halve kracht.

>>> Lees ook: Moet ik voor meer snelheid mijn stuur hoger of lager zetten?

De bollentrui en het geel

In de tweede etappe droeg ik de bollentrui. De leider van het klimklassement stond al in het geel, dus alle andere klassementsmannen hielden elkaar in de gaten. Resultaat: veertig man reden weg terwijl de truiendragers elkaar in de tang hielden. Ik zag het gebeuren, wachtte tot het stil viel in het peloton en reed weg. Niet meer omgekeken. Zo snel mogelijk over een col van de tweede en derde categorie, en ik zat tussen de volgwagens van de kopgroep. Bleek het tweede achtervolgende groepje. Ik vervolgde mijn weg, en net voor de twee eerstecategorie cols sloot ik aan bij de echte kopgroep. Ploegmaat Rune van der Meijden zat er al. Toen hij me zag nam hij die twee volledige cols voor zijn rekening op een hels tempo. Ricky Smit sloot aan, en zo reden we met een groep van ongeveer tien man de finale in.

Ricky won de etappe en pakte de witte trui. Ik werd zesde. En mocht de bollentrui én de gele trui aantrekken.

13 seconden en een oven

De derde etappe was zwaar. Twee cols van de eerste categorie en één HC. Acht Fransen reden vroeg weg, de kortst geplaatste op ongeveer twee en halve minuut. Rune offerde zich volledig op en reed de eerste zestig kilometer vrijwel alleen op kop om het gat beheersbaar te houden. Ricky nam daarna een groot deel van de eerste klim voor zijn rekening. Boven kwamen we met vier minuten achterstand. De laatste afdaling volle bak met Ricky, en we kwamen binnen op drie minuten. Ik won nog de sprint bergop van het peloton, maar het geel was weg.

Ik stond nu op 13 seconden. Zonder mijn ploegmaten waren dat er veel meer geweest. De slotetappe. Vier beklimmingen van de eerste categorie. De benen voelden goed bij het opstaan. Geen verzuring op de trap. We geloofden erin.

Vroeg in de etappe, voor de echte cols begonnen, reed er weer een grote kopgroep weg. We lieten ze gaan. Zo professioneel als dat kan in een juniorenwedstrijd. Het plan was helder: bewaar de ploeg voor de bergen. Maar het gat groeide. En groeide. Mijn ploegmaten gingen één voor één op kop. Tot er nog maar één over was: Rune.
Toen het gat tegen de twee minuten aanliep en Rune nog steeds alleen op kop reed, maakte ik aanstalten om over te nemen. Ik schoof langs hem. Hij keek opzij.

"Niet doen Jelle, nog niet."

En hij reed door. Kilometers lang. Het gat bleef stabiel. Ik keek naar zijn natte rug en wist dat ik schulden opbouwde die ik nooit volledig kon terugbetalen. Toen met de laatste cols in het verschiet ging hij van kop. Het peloton was inmiddels een kleine groep. En op dat moment werd iets gecompliceerds ineens heel simpel. Één taak. Één missie. Rijden.

Drie tanden erbij, staand op de pedalen. De kopgroep was nog lang niet te zien. Het lichaam protesteerde op een manier die niet van de spieren kwam maar van de kern. Die diepe, sluimerende warmte die je traag maakt zonder dat je het doorhebt. Geen zweet om af te koelen. Alleen hitte, asfalt en de weg die maar niet korter werd.

De langste weg omhoog

Toen nam ik een beslissing die ik achteraf briljant noem maar op dat moment puur uit zelfbehoud voelde. Ik zocht geen snelste lijn. Ik zocht de koelste. Van schaduw naar schaduw. Een boom hier, een rotswand daar, een stukje wegdek dat de zon nog niet had bereikt. Ik slingerde, ik zigzagde, ik reed soms de langste weg tussen twee punten. Maar ik bleef rijden. En ik bleef denken.

Erwin en Marloes stonden er gewoon

Bovenaan elke col stonden Erwin en Marloes. Mijn trainer en zijn vrouw. Ze hadden iets in hun handen. Bidons. IJskoud water. Ik greep ze aan en spoot het over mijn lichaam. Over mijn hoofd, mijn nek, mijn bovenbenen. En dan gebeurde er iets wat ik nooit eerder zo scherp had gevoeld: de snelheid ging direct omhoog. Niet geleidelijk. Direct. Alsof iemand een knop omdraaide. Koeling is geen comfort. Koeling is vermogen.

Van schaduw naar geel

In een dalletje tussen twee cols reed ik weg met een klein groepje en we reden op hard tempo de volgende klim op. We sloten aan bij de kopgroep. De geletruidrager was gelost, reed op twee minuten. Ik reed virtueel in het geel. Op de slotklim ging ik met de nummer drie uit het klassement hard op kop. Twee renners konden volgen. Bovenaan hadden we twee minuten op het groepje met de geletruidrager. 13 seconden achterstand omgezet in twee minuten voorsprong. Ricky behield de witte trui. Rune had zich als een held voor mij op kop gezet. Zonder de ploeg was het niet gelukt.

Maar ik dacht aan die schaduwlijn op het asfalt. Aan het water over mijn benen. Aan Erwin en Marloes die wisten wat ik nodig had voor ik het zelf wist. Soms is de slimste koersbeslissing niet de aanval. Soms is het gewoon: blijf koel.

Video