Op gevoel

Wat als iedereen met vermogensmeters stopt?

Update: 14 september 2026 om 08:50
Praat mee!
Online Editor

© Getty Images

Vermogensmeters afschaffen: wat gebeurt er dan?

Na een razendsnelle opkomst is het een fenomeen dat inmiddels niet meer uit wielrennen is weg te denken: de vermogensmeter is al lang niet meer enkel en alleen voor profs. Ook semiprofs, amateurcoureurs en zelfs recreanten wagen zich steeds regelmatiger aan het 'datakastje'. Maar wat zou er in wielerland eigenlijk gebeuren wanneer iedereen ineens - plotsklaps en abrupt - met de vermogensmeter zou stoppen?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.Abonneren op Bicycling magazine of losse nummers kopen doe je in onze shop!

Laten we vooropstellen: dit is natuurlijk een puur hypothetische situatie. Het is waarschijnlijk een scenario dat niemand zich écht kan voorstellen, al hoor je de laatste jaren wel her en der geluiden opgaan dat wielrenners - en dan gaat het vaak vooral over de mannen en vrouwen die er hun brood mee moeten verdienen - meer op gevoel zouden moeten gaan fietsen. Het zou het entertainmentgehalte verhogen, en het 'robotgehalte' verlagen, zo wordt gesteld.

De fietswerkelijkheid anno 2026: vermogensmeters voeren de boventoon

Immers, er is geen scherm meer om te kijken of je wel precies de juiste wattages trapt, geen FTP-doelstelling om een training aan op te hangen en geen achterafanalyse waarin iedere cadanstrap wordt omgezet in een grafiek vol pieken, dalen, gemiddelden en soortgelijke data. Want zeg nu zelf: stel dat dat gebeurt, dan zou dat best even wennen zijn, hè?

De vermogensmeter heeft de afgelopen jaren niet alleen onze manier van trainen veranderd, maar ook de manier waarop we naar een rit - dat kan een training of een wedstrijd zijn - kijken. Waar een klim vroeger simpelweg 'lang en steil en dus superzwaar' was, is dat anno 2026 een inspanning van bijvoorbeeld 50 minuten aan 280 watt. Een goede dag wordt zo niet enkel gevoeld, maar ook bewezen met keiharde en niet zelden confronterende cijfers.

Zelfs tijdens een ontspannen rondje kan de verleiding voor velen groot zijn om na thuiskomst tóch nog even te kijken of de benen daadwerkelijk zo goed waren als ze onderweg voelden. Zonder een vermogensmeter zou een deel van bovengenoemde prestatiedrang vermoedelijk verdwijnen. Niet omdat wielrenners plotseling minder ambitieus worden, maar simpelweg omdat een belangrijk - zo niet het belangrijkste - meetinstrument wegvalt.

Zouden we meer op gevoel moeten fietsen?

Men kan dan immers niet meer voortdurend controleren of je die dag harder, langer of juist efficiënter hebt gereden dan vorige week. Het kan wel, maar progressie of degressie is dan vooral weer iets wat je puur op de fiets en al peddelend merkt. Op die manier zou ook de rol van de trainer veranderen. Trainingsschema's zouden minder vaak draaien om exacte vermogenszones en vaker om tijd, gevoel en intensiteit. 'Twintig minuten stevig doortrappen' zou het opnieuw winnen van 'drie keer acht minuten op 105 procent van FTP'. Om maar een voorbeeld te noemen...

Voor sommigen klinkt dit verhaal misschien als een stap terug. Voor de nostalgische, melancholisch ingestelde renners onder ons zal het misschien als een winst c.q. bevrijding aanvoelen. Want de grootst mogelijke verandering ligt misschien wel juist dáár: zouden we niet wat meer moeten luisteren naar ons lichaam, in plaats van ons dood te staren op data? Vermoeidheid, slaap en stress laten zich écht niet altijd netjes in het pulletje der wattages vangen. Een vermogen van 300 watt voelt op een frisse ochtend anders dan na een slechte nacht en een lange (werk)dag.

De paradox van de vermogensmeter

Toegegeven, het zou ergens jammer zijn als de vermogensmeter effectief zou verdwijnen uit het dagdagelijkse beeld in wielerland. Wedstrijdrenners hebben minder houvast tijdens lange beklimmingen en koersen, coaches zouden minder objectieve gegevens hebben om te helpen en liefhebbers zouden misschien hun favoriete bezigheid moeten missen: eindeloos elkaars statistieken vergelijken.

Zou je er ook iets voor terugkrijgen als we stoppen met vermogensmeters? In ieder geval het ouderwetse gevoel dat fietsen niet per se een rekensom hoeft te zijn. Gewoon het gevoel van de frisse buitenlucht en de charme van het afzien in de wind weer bovenaan de prioriteitenladder. Thuiskomen met een glimlach, zonder écht te weten waarom. Het lijkt de ironie van de vermogensmeter: een apparaat dat ons steeds beter kan leren hoe we (goed) moeten fietsen en trainen heeft ons tegelijkertijd een beetje afgeleerd hoe het is om 'gewoon' te fietsen.