Veters of BOA: Wat is sneller op de fiets?
Velizar Ivanov

Op het eerste gezicht lijkt de discussie al lang beslecht. Vrijwel alle moderne topschoenen zijn uitgerust met één of twee BOA-dials waarmee je de pasvorm nauwkeurig kunt afstellen. Toch zie je de laatste jaren iets opvallends gebeuren. Steeds meer profrenners kiezen opnieuw voor fietsschoenen met veters. Renners als Tadej Pogačar rijden regelmatig met vetermodellen, terwijl merken als Nimbl en Giro ze nog steeds in hun topsegment aanbieden.
Dat roept een interessante vraag op. Als BOA zo praktisch en populair is, waarom stappen sommige renners dan terug naar een systeem dat al tientallen jaren bestaat? En belangrijker: levert het daadwerkelijk een snelheidsvoordeel op?
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Het aero-argument: waarom veters terug zijn
De heropleving van veters heeft vooral te maken met aerodynamica. In een tijd waarin profploegen alles optimaliseren, van sokhoogte tot stuurbreedte, worden ook fietsschoenen kritisch bekeken.
Lees ook: De allerfijnste racefiets schoenen - Onze favorieten
Volgens verschillende materiaalexperts en tests van Cyclingnews hebben veters een gladder profiel aan de bovenzijde van de schoen. Er steken geen draaiknoppen uit in de luchtstroom en ook kabels zorgen niet voor extra verstoring van de wind. Daardoor ontstaat een iets gestroomlijnder geheel. Voor een recreatieve fietser zal dat verschil nauwelijks merkbaar zijn, maar op WorldTour-niveau wordt zelfs een winst van één of twee watt serieus genomen.
Een bekend voorbeeld kwam van Stefan Küng, die voor een belangrijke tijdrit zijn schoenen liet aanpassen om het aerodynamische voordeel van veters te benutten. Dat laat zien hoe serieus sommige renners deze marginal gain nemen. Toch is het belangrijk om te beseffen dat het hier gaat om kleine verschillen. Niemand wint een wedstrijd puur dankzij een paar veters.
Comfort blijft het grootste argument
Waar aerodynamica vooral interessant is voor profs, is comfort waarschijnlijk de belangrijkste reden waarom veel fietsers voor veters kiezen. Een veter verdeelt de spanning over vrijwel de volledige bovenkant van de voet. Daardoor ontstaat vaak een gelijkmatiger drukverdeling zonder specifieke drukpunten.
Vooral tijdens lange ritten kan dat een voordeel zijn. Veel fietsers kennen het gevoel van een voet die na enkele uren begint op te zwellen, waardoor een schoen ineens minder comfortabel wordt. Bij sommige BOA-systemen kan dat leiden tot druk op specifieke plekken. Veters trekken de schoen doorgaans meer als één geheel rondom de voet.
Dat betekent niet dat iedere fietser veters comfortabeler zal vinden. Comfort blijft sterk afhankelijk van voetvorm en schoenontwerp. Toch zie je dat veel liefhebbers van modellen zoals de Giro Empire-serie vooral wijzen op het natuurlijke gevoel en de gelijkmatige omsluiting van de voet als grootste voordeel.
BOA heeft voordelen die je iedere rit merkt
Ondanks de comeback van veters blijft BOA veruit het populairste systeem in het peloton. Daar zijn goede redenen voor. Het grootste voordeel is de mogelijkheid om onderweg aanpassingen te maken.
Tijdens een lange rit kunnen voeten opzwellen door warmte en inspanning. Met een BOA-dial draai je de schoen binnen enkele seconden iets losser. Komt er een sprint aan of wil je juist extra steun tijdens een klim, dan kun je de schoen direct weer strakker zetten. Dat alles zonder af te stappen.
Juist dat gebruiksgemak heeft ervoor gezorgd dat BOA zo populair werd. Moderne systemen bieden bovendien een zeer nauwkeurige afstelling. Waar je bij veters een compromis sluit over de spanning van de hele schoen, kun je met dubbele BOA-systemen vaak verschillende zones afzonderlijk aanpassen. Voor veel renners weegt dat praktische voordeel zwaarder dan een klein aero- of gewichtsvoordeel.
Speelt gewicht eigenlijk een rol?
Gewicht wordt vaak genoemd in discussies over fietsschoenen, maar de verschillen zijn kleiner dan veel mensen denken. Doordat veters geen draaiknoppen, kabels of mechanische onderdelen nodig hebben, zijn ze meestal iets lichter. Afhankelijk van het model gaat het vaak om enkele tientallen grammen per paar.
Voor professionele klimmers kan dat interessant zijn. In een sport waarin renners duizenden euro's uitgeven om hun fiets enkele honderden grammen lichter te maken, telt elk detail. Voor de gemiddelde fietser zal het verschil echter nauwelijks merkbaar zijn.
Toch is het niet vreemd dat merken als Nimbl bewust voor veters kiezen op hun lichtste modellen. Niet omdat het verschil enorm is, maar omdat elk klein voordeel kan bijdragen aan het totaalplaatje van een prestatiegerichte schoen.
Wat zeggen onderzoeken over prestaties?
Hier wordt het interessant. Ondanks alle discussies bestaat er nauwelijks wetenschappelijk bewijs dat veters direct zorgen voor betere prestaties dan BOA. Er zijn geen grote onafhankelijke studies die aantonen dat fietsers meer vermogen leveren of efficiënter trappen dankzij een ander sluitingssysteem.
Wat wel onderzocht is, zijn drukverdeling en comfort. Studies naar verschillende sluitingssystemen in sportschoenen laten zien dat een gelijkmatige drukverdeling invloed kan hebben op comfort en het ontstaan van drukpunten. Comfort kan indirect bijdragen aan prestaties, zeker tijdens lange inspanningen, maar dat maakt een veter niet automatisch sneller.
Daarnaast zijn moderne BOA-systemen de afgelopen jaren sterk verbeterd. De nieuwste generaties verdelen de spanning veel gelijkmatiger dan oudere systemen. Daardoor zijn veel van de traditionele voordelen van veters kleiner geworden dan tien jaar geleden.
Wat kiezen profrenners tegenwoordig?
Wie naar het huidige peloton kijkt, ziet eigenlijk geen duidelijke winnaar. Sommige renners kiezen bewust voor veters vanwege het comfort, het lage gewicht en de aerodynamische voordelen. Andere renners geven juist de voorkeur aan BOA vanwege de nauwkeurige afstelling en de mogelijkheid om onderweg aanpassingen te maken.
Dat zelfs op het hoogste niveau verschillende keuzes worden gemaakt, zegt misschien wel alles. Profs hebben toegang tot de beste materialen ter wereld en toch rijden ze niet allemaal met hetzelfde systeem. Dat laat zien dat persoonlijke voorkeur nog steeds een grotere rol speelt dan veel marketingcampagnes doen vermoeden.
Uiteindelijk draait een fietsschoen niet alleen om snelheid. Een schoen moet urenlang comfortabel zitten, voldoende steun bieden en perfect aansluiten op de vorm van je voet. Wat voor de ene renner ideaal werkt, kan voor een ander juist minder prettig zijn.
Conclusie
Als je puur naar aerodynamica kijkt, lijken veters een klein voordeel te hebben. Ze creëren een gladder profiel en besparen bovendien wat gewicht. Dat verklaart waarom sommige profrenners er bewust voor blijven kiezen.
Toch betekent dat niet automatisch dat veters sneller zijn. BOA-systemen bieden onderweg meer controle, een nauwkeuriger afstelbare pasvorm en veel gebruiksgemak. Voor veel fietsers wegen die voordelen zwaarder dan een theoretische winst van een paar watt.
Misschien is dat uiteindelijk wel de belangrijkste conclusie. De snelste schoen is niet per se de schoen met veters of de schoen met BOA. Het is de schoen die perfect past, geen drukpunten veroorzaakt en ervoor zorgt dat je na vier uur fietsen nog steeds comfortabel kunt trappen.












