Vier dagen fietsen door het onbekende Zweden
© Getty Images

In anderhalf uur vlieg ik van Amsterdam naar Göteborg. Vanaf daar is het nog ruim twee uur rijden naar Upperud, diep in Dalsland. Bij de balie van de autoverhuur kijkt de medewerker me aan met een mengeling van nieuwsgierigheid en verwarring als ik mijn bestemming noem. Upperud. Geen reactie, nul herkenning. Hij schudt zijn hoofd: nooit van gehoord. ‘Zo gaat het vaak’, zeg ik. ‘We reizen de wereld over, maar slaan ons eigen land over.’ Hij knikt en schuift me, als kleine bonus, de sleutels van een Mercedes E-klasse toe in plaats van de Volvo die klaarstond.
>>> Dit artikel verscheen eerder in Bicycling magazine, de Tour de France special van 2026. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.
Tien minuten later glijd ik door een leeg landschap richting een plek die bijna niemand kent, maar die blijft hangen zodra je er bent geweest. Dalsland ligt ingeklemd tussen Noorwegen en het Vänernmeer. Een provincie van water, bos en stilte. Hier liggen meer meren dan je kunt tellen, loopt het Dalslands kanaal door een bosrijk landschap en slingeren grindwegen door een gebied dat wel ‘Zweden in miniatuur’ wordt genoemd. Het is een plek voor rustzoekers en fietsers die graag de benen pijnigen op onverharde paden, ver weg van de drukte.
Hotel Upperud 9:9 is niet zomaar een hotel. Het is gebouwd in een voormalige graansilo aan het water, omgetoverd tot een designhotel met karakter en stijl. Als ik eind van de middag aankom, met de gravelbike in de kofferbak opgehaald bij Dalsland Gravel, klinkt mijn maag als een protest. Eigenares Kerstin verwelkomt me met een glas zelfgemaakt vruchtensap en een sandwich. Dan schuift ze nog iets extra’s onder mijn neus: een kanelbullar. Dat zoete, kaneelgeurige broodje is hier niet zomaar een tussendoortje. Het is een ritueel, een uitgestoken hand, een teken van gastvrijheid die je in Zweden overal tegenkomt.
Aan het begin van de avond besluit ik te voet langs het meer, door de heuvels richting Håverud te lopen. De weg kronkelt door het landschap alsof hij er altijd al heeft gelegen. Håverud zelf is een klein dorpje dat bekend is geworden dankzij één bouwwerk: het aquaduct, een van de bekendste technische monumenten van Zweden. Een waterbrug waarover boten varen terwijl je er onderdoor kunt lopen. In drie sluistrappen worden boten van de heuvel naar het meer gebracht. Ik dineer in Håveruds Hotell met uitzicht op het meer. Daarna loop ik terug, terwijl het licht doet wat het in juni in Zweden doet: weigeren te verdwijnen. Om kwart over elf ’s avonds is het nog steeds niet helemaal donker. Het licht wordt niet oranje en dramatisch zoals in zuidelijker landen, maar zacht en gelijkmatig, als van achter matglas. De schaduwen worden lang. De wereld wordt stil.
'Kanalen, meren en bossen in een landschap dat lijkt gemaakt voor de fiets'
Stille wegen, rode huisjes
‘Weinig verkeer, rustige onverharde wegen, minder heuvelachtig dan vergelijkbare routes’, zo staat de beschrijving in het routeprogramma. Henrik Linneros, mijn gids van vandaag, wacht me op in Bäckefors. We vertrekken op een route van negentig kilometer door het zuidwestelijke deel van Dalsland. Een gebied met minder meren dan de rest van de provincie, maar met een eigen schoonheid: moerasgebieden, naaldbossen, weiden die oplichten in het ochtendlicht en overal die kenmerkende rode houten huisjes langs de weg. Zweeds rood, de kleur die hier zo gewoon is. De wegen zijn inderdaad stil. Af en toe passeert er een auto. Soms iemand die het gras maait of zijn hond uitlaat. Maar vaak niemand. Alleen het knerpende grind onder de banden en de wind in de dennenbomen. De route is venijniger dan de beschrijving doet vermoeden. De klimmetjes zijn nooit lang, maar altijd steil genoeg om je te verrassen. Er zit altijd wel een stuk van tien procent in, precies op het moment dat je denkt het rustig aan te kunnen doen. Langs Tingvallamossen, door moeras en landbouwgrond, passeer ik een antiekwinkel: Tingvalla Antik och Loppis. Een schatkamer van een andere eeuw. Ik fiets langzaam door en beloof mezelf dat ik op de terugweg stop. Dat doe ik niet. Dat doe je nooit.
Café in het bos
Na zeventig kilometer arriveren we bij Café Stenebylängan, een activiteitencentrum midden in het bos met glazen slaaphutten, een klimbos en een terras waar je even kunt uitademen. We lunchen uitgebreid. De laatste twintig kilometer voelen lichter. Zo gaat dat altijd na een goede maaltijd en een kop koffie. Terug bij de auto neem ik afscheid van Henrik. Ik rijd terug naar Upperud, waar de sauna al op temperatuur is.
De sauna van Hotel Upperud 9:9 heeft een grote glazen wand met uitzicht op het meer. Het water is ijskoud. Bij de eerste sessie waad ik tot net boven mijn knieën het water in. Het voelt als een grens. Tot hier en niet verder. Maar na een tweede sessie loop ik door tot ik volledig ondergedompeld ben. Het is een schok die alles uitzet en je daarna daarna één heldere gedachte geeft: je leeft.
Het diner die avond overtreft alles. De dochter van Kerstin staat in de keuken. Drie gangen, met zorg bereid. Alle vijf de kamers van het hotel zijn bezet, de eetzaal is gezellig vol en ik hoor om me heen niets anders dan complimenten. Kerstin loopt rond en vraagt aan elke tafel hoe het is. Het antwoord istelkens hetzelfde: uitstekend. Terecht.
Bengtsfors, tussen meren en heuvels
De volgende ochtend rijd ik naar Bengtsfors, aan het Lelång-meer. De route ernaartoe, de Brudfjällsvägen, slingert door het landschap als een achtbaan. Het is vroeg, het licht is nog zacht. Ik parkeer bij voetbalclub Långevi. Achter de slagboom begint de route en direct gaat het omhoog. Steil, ongenadig en zonder waarschuwing. Heel even twijfel ik of mijn navigatie het wel bij het rechte eind heeft, maar ik fiets door. En ik kom boven.
De drieëntachtig kilometer door het noorden van Dalsland zijn een andere wereld dan de dag ervoor. Meer meren, meer singletracks en meer afwisseling tussen smalle bospaden, brede gravelwegen en stukken asfalt. Regelmatig opent het landschap zich: een meer dat oplicht als een spiegel, een open vlakte waar de wind vrij spel heeft of een heuvelrug waarachter het volgende dal wacht. Henrik zei een dag eerder dat Zweden geen bergen heeft. Als Nederlander denk ik daar anders over. Nee, het zijn geen Dolomieten, maar de hele dag gaat het op en af. En zodra je het bos even uit bent, zie ik contouren die je, zeker met Nederlandse ogen, gerust bergen mag noemen.
Op driekwart van de route passeer ik een voetbalwedstrijd bij Ärtemarks IF. Mijn bidons zijn leeg en mijn energievoorraad raakt op. Ik heb zin in een cola, maar dat blijkt lastiger dan gedacht. Betalen kan alleen met een Zweedse betaalapp, waarvoor ook een Zweedse bankrekening nodig is. Die heb ik uiteraard niet. De barvrouw glimlacht, vult mijn bidons met water en wenst me een goede tocht. Vriendelijkheid in een andere vorm. Na drieëntachtig intensieve kilometers ben ik terug bij de auto en rijd ik naar First Hotel Bengtsfors. Bij de receptie is niemand aanwezig. Alleen een briefje: vanwege het geringe aantal boekingen is er geen personeel en morgenochtend ook geen ontbijt. Mijn sleutel ligt klaar en in de koelkast in de lobby staat een ontbijtpakket met mijn naam erop. Vijf gasten. Alles zelfbediening. Het is Zweden. En het werkt.
Na een warme douche loop ik naar het meer. Restaurant Rosellmagasinet ziet er veelbelovend uit, maar blijkt gesloten. Dan maar een pizzeria in het centrum. Voor het eerst deze reis is de ontvangst wat koeler. De bediening is kortaf, de sfeer afstandelijk. Gelukkig kan ik er wel de Grand Prix van Monaco kijken. Ik eet, betaal en vertrek weer. Gelukkig maakt Restaurant Storgatan 19 Kok & Bar die avond alles goed. Tommy en Oliver Tveter wilden gastronomie naar Bengtsfors brengen en dat is gelukt. De bediening is hartelijk, het eten verfijnd zonder pretentieus te zijn. Ik loop naar buiten met het gevoel dat goede restaurants niet afhankelijk zijn van de grootte van een plaats, maar van de mensen die er werken.
Rolling hills
Erik Josefsson van Dalsland Experience is opgegroeid in Bengtsfors. Hij kent elke weg, elk bospad en elk klimmetje. Van een eerder bezoek aan Zweden weet ik nog dat hij van stevig doortrappen houdt. Mijn benen herinneren zich vooral de afgelopen twee dagen en protesteren zachtjes als ik ’s ochtends opsta. We treffen elkaar bij zijn fietsenwinkel. De eerste dertig kilometer rijden we over asfalt, een welkome afwisseling na al het gravel. Daarna draaien we een grindweg op en zien we het asfalt pas terug als we weer in Bengtsfors zijn. Drieënnegentig kilometer later. 'Rolling hills', had Erik beloofd. Geen woord is gelogen. Het landschap golft als een rustige zee. Telkens als ik denk dat ik boven ben, volgt een kort stukje afdalen. Net genoeg om even op adem te komen, maar nooit lang genoeg om echt te herstellen. Daarna begint het opnieuw. Het is zo’n route die na afloop zwaarder voelt dan de cijfers doen vermoeden. De benen weten meer dan wat Strava laat zien. Onderweg stoppen we bij een rood Zweeds hutje midden in het bos. Op de deur staat: Sillebottens Byalag Café. De deur staat open, maar er is niemand. Alleen een webcam op tafel. Je pakt wat je wilt, rekent zelf af en loopt weer naar buiten. Het is misschien wel het meest Zweedse moment van deze reis: vertrouwen als standaardinstelling. Ik vraag Erik wat zijn geboortestreek voor hem zo bijzonder maakt. Hij kijkt even voor zich uit, alsof hij een antwoord zoekt dat hij nog nooit hardop heeft uitgesproken. ‘Het is een klein stadje waar iedereen elkaar kent. In de zomer is het hier druk, met terrasjes aan het meer en overal mensen. Dan is het echt gezellig. Maar als je in mei of juni komt, kom je voor de rust. Schrijf dat vooral op. Wie wil genieten van terrassen en restaurants, moet in de zomer komen. Wie wil fietsen in stilte, in het mooiste licht en over de mooiste wegen, moet juist nu komen.’
Het is eerlijk advies. Ik begrijp precies wat hij bedoelt. Op de zondag dat ik Bengtsfors binnenreed, leek het stadje bijna uitgestorven. Vrijwel alles was dicht, iedereen leek thuis. Op het Zweedse platteland staat de tijd soms even stil. En juist dat is een van de redenen om hierheen te komen.
Na de lunch bij Restaurant Rosellmagasinet, dat een dag eerder nog gesloten bleek, maar nu een uitstekend buffet serveert, stap ik voor de laatste keer op de fiets. Met uitzicht op het meer, pasta, groenten en een kop koffie in de maag rijden we de laatste kilometers terug. Mijn benen zijn klaar. Mijn hoofd nog niet. Zweden is prachtig. Het gouden uur duurt hier geen uur, maar lijkt eindeloos. Misschien is dat wel de beste samenvatting van Dalsland. Niet het snelste gravel, niet de hoogste bergen en niet de drukste horeca. Wel een landschap dat je langzaam inpakt, wegen die nooit vervelen, mensen die je ontvangen alsof je al jaren langskomt en een licht dat weigert te verdwijnen. Net als het verlangen om terug te komen.
Praktische informatie
Hoe kom je er?
KLM vliegt in circa anderhalf uur van Amsterdam naar Göteborg Landvetter. Vanaf de luchthaven huur je eenvoudig een auto. Upperud en Bengtsfors liggen op ongeveer twee tot tweeënhalf uur rijden. De wegen zijn uitstekend en opvallend rustig.
Waar slaap je?
Hotel Upperud 9:9 is een bijzonder designhotel in een voormalige graansilo aan het Dalslandkanaal. Het heeft vijf kamers, een sauna met panoramisch uitzicht over het meer en een uitstekend restaurant. Voor de noordelijke routes is First Hotel Bengtsfors een praktische uitvalsbasis.
Waar eet je?
Restaurant Storgatan 19 Kok & Bar in Bengtsfors verrast met verfijnde gerechten op een plek waar je dat niet direct verwacht. Håveruds Hotell serveert een goed diner met uitzicht op het meer. Restaurant Rosellmagasinet in Bengtsfors is een aanrader voor de lunch, maar is alleen op werkdagen geopend. Controleer vooraf de openingstijden.
De fietsroutes?
Dalsland Gravel heeft meerdere routes van 90 tot ruim 100 kilometer. De routes in het zuidwesten zijn wat vriendelijker, met rustige gravelwegen en uitgestrekte moerasgebieden. Rond Bengtsfors wordt het pittiger, met meer singletracks, snel gravel, asfalt en korte klimmetjes die geregeld boven de tien procent uitkomen. Reken op 1.000 tot 1.200 hoogtemeters per dag. Check de QR-code voor meer informatie en routes.
[QR-code: https://www.vastsverige.com/nl/dalsland/cykla-i-dalsland/gravelbiking ]
Wanneer ga je?
Mei en juni zijn ideaal als je komt voor rust, koele temperaturen en het bijzondere Zweedse zomerlicht. In juni is het rond 23.00 uur nog altijd licht. Zoek je juist levendige terrasjes en meer reuring, kies dan voor juli of augustus. Houd er rekening mee dat op zondag op het Zweedse platteland veel gesloten is. Zin in een uitdaging? In september wordt de Dalsland Gravel Race georganiseerd (check de QR-code).
[QR-code: https://campdalsland.se/loppen/gravel-race-2 ]











