Vijf vragen over de wielerambities van Antoinette Rijpma-de Jong

Update: 12 mei 2026 om 14:00
Praat mee!
Online Editor

Getty Images

Getty Images

Van olympisch goud op het ijs naar wedstrijden op de fiets. De afgelopen maanden dook de naam van Antoinette Rijpma-de Jong steeds vaker op in de wielerwereld. De schaatskampioene reed al gravelwedstrijden, werd Nederlands kampioene bij de elite zonder contract en staat inmiddels zelfs op voorlopige startlijsten van wielerkoersen. Maar hoe serieus is die overstap eigenlijk? En waarom zien we vaker schaatsers die hard kunnen fietsen?

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

1. Wat gaat Antoinette Rijpma-de Jong precies doen?

Een volledige overstap van het schaatsen naar het wielrennen is het nog niet, maar duidelijk is wel dat Rijpma-de Jong steeds serieuzer met fietsen bezig is. De olympisch kampioene op de 1500 meter liet onlangs weten dat ze opvallend veel vragen krijgt over een toekomst in het wielrennen. Tegelijkertijd blijft ze voorlopig actief als schaatsster.

Wel zet ze duidelijke stappen richting de wielersport. Zo reed ze eerder al UCI-gravelwedstrijden en werd ze Nederlands kampioene bij de elite zonder contract. Daarnaast bevestigde Laurens ten Dam onlangs dat ze geselecteerd is voor haar eerste profkoers op de weg.

Dat maakt haar situatie interessant. Het voelt minder als een plotselinge carrièreswitch en meer als een geleidelijke ontdekkingstocht richting een tweede topsportcarrière.

2. Waarom wil ze dit doen?

Wie Rijpma-de Jong een beetje volgt, ziet dat de liefde voor de fiets niet uit de lucht komt vallen. Ze vertelde eerder dat ze altijd al hard kon fietsen, maar dat haar techniek pas echt verbeterde nadat haar man, voormalig wielrenner Coen Rijpma, haar hielp met haar positie op de fiets. Sindsdien begon ze ook wedstrijden te rijden.

Daarnaast lijkt vooral de uitdaging haar te trekken. Na olympisch goud in Milaan heeft ze in het schaatsen eigenlijk alles bereikt. Juist daarom is een nieuwe prikkel logisch. Wielrennen biedt weer een compleet andere dynamiek: koersen lezen, positioneren, dalen, sprinten in een groep en omgaan met tactiek.

Ook opvallend: Rijpma-de Jong sprak eerder zelfs hardop over de Tour de France Femmes als droomscenario.

3. Gebeurt dit vaker bij schaatsers?

Zeker. De combinatie schaatsen en fietsen bestaat al tientallen jaren. Vrijwel iedere topschaatser gebruikt de fiets als belangrijk trainingsmiddel. Dat verklaart ook waarom veel schaatsers meteen competitief zijn zodra ze een rugnummer opspelden.

In Nederland zagen we eerder al schaatsers zoals Carlijn Achtereekte die zich serieus op het wielrennen richtten. Internationaal is Eric Heiden misschien wel het bekendste voorbeeld. De Amerikaan won vijf keer goud op één Olympische Winterspelen en reed later ook professioneel wielrennen.

Andersom gebeurt het trouwens ook regelmatig. Verschillende wielrenners hebben juist een schaatsachtergrond. Vooral in Nederland groeien die sporten dicht tegen elkaar aan. In de winter schaatsen, in de zomer fietsen: het is bijna cultureel erfgoed.

4. Waarom lijken schaatsen en wielrennen zo veel op elkaar?

Dat heeft vooral met het fysieke profiel te maken. Beide sporten draaien om een enorme aerobe motor, sterke benen en het langdurig leveren van vermogen.

Een goede 1500 of 3000 meter-schaatser beschikt vaak over precies de eigenschappen die ook nuttig zijn in het wielrennen:

  • hoge VO2 max
  • efficiënt energiegebruik
  • sterke bovenbenen en bilspieren
  • gevoel voor ritme en pacing
  • mentale weerbaarheid tijdens lange inspanningen

Daarnaast is de houding verrassend vergelijkbaar. Zowel schaatsers als wielrenners brengen veel tijd door in een diepe aerodynamische positie. Dat verklaart waarom veel schaatsers relatief snel wennen aan het rijden tegen hoge snelheden.

Toch zijn er ook grote verschillen. Wielrennen draait veel meer om techniek, positionering en koersinzicht. In het peloton rijden, afdalen en omgaan met hectiek leer je niet op een schaatsbaan.

5. Hoe realistisch is een echte wielercarrière?

Minder onrealistisch dan het misschien klinkt. Rijpma-de Jong heeft al bewezen dat ze direct competitief kan zijn op de fiets. Haar resultaten in gravelwedstrijden en nationale koersen zijn daarvoor een duidelijke aanwijzing.

Toch blijft de stap naar de absolute top enorm groot. Een Tour de France Femmes rijden vraagt jarenlange ervaring in het peloton, tactisch inzicht en specifieke koershardheid. Fysiek lijkt ze het niveau zeker te hebben, maar wielrennen is meer dan alleen vermogen trappen.

Juist daarom maakt haar verhaal nieuwsgierig. Niet omdat ze “even” gaat wielrennen, maar omdat ze laat zien hoe dicht topsportdisciplines soms bij elkaar liggen. En misschien nog wel belangrijker: dat sommige atleten simpelweg gemaakt zijn om zichzelf steeds opnieuw uit te dagen.

Video