Voorbeschouwing etappe 13 Vuelta 2026: strijd op de heuvels van Andalusië

Update: 4 september 2026 om 07:51
Praat mee!
Online Editor

Getty images

Getty images

Na een zware bergetappe naar Calar Alto volgt in de dertiende etappe een rit die op papier een stuk minder zwaar lijkt. Toch krijgen de renners tussen Almuñécar en Loja over 192,8 kilometer flink wat klimwerk voorgeschoteld. Het grootste deel daarvan ligt in de eerste helft van de etappe, waarna de finale grotendeels vlak is en een spannende strijd tussen vluchters en snelle mannen kan opleveren.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Etappe 13 Vuelta a España 2026: Almuñécar - Loja (192,8 km)

de 13e etappe© La Vuelta

De dertiende etappe voert de renners van de Middellandse Zeekust bij Almuñécar het binnenland van Andalusië in. De route begint met zicht op de kust, maar al snel maakt het landschap plaats voor de heuvels en bergen rond Granada. Later in de rit wordt het terrein opener en glooiender, voordat de renners via de omgeving van Huétor-Tájar richting Loja trekken.

Het parcours

de 13e etappe© La Vuelta

Vanuit Almuñécar rijden de renners eerst langs de Middellandse Zee richting Salobreña. Na ongeveer zeventien kilometer begint de weg serieus omhoog te lopen richting Guájar-Faragüit. Daar begint de eerste grote klim van de dag: de Puerto Los Guájares, goed voor 14,1 kilometer aan gemiddeld ongeveer 5,1 procent.

Na de afdaling volgt al snel een nieuwe hindernis. De Puerto Las Albuñuelas is met 2,4 kilometer relatief kort, maar met een gemiddelde stijging van 9,2 procent en stroken tot ruim vijftien procent wel bijzonder steil. Daarna gaat het opnieuw enkele kilometers omhoog, voordat de route via glooiende wegen richting Padul trekt.

Na Padul volgt de Alto de Legionario. Deze klim is nergens extreem steil, maar door het lange, geleidelijk oplopende karakter kan hij wel zwaar doorwegen. Na ongeveer 84 kilometer hebben de renners het meeste klimwerk van de dag achter de rug. Een lange afdaling brengt het peloton vervolgens richting het stuwmeer van Los Bermejas.

Toch is de koers dan nog niet helemaal vlak. Richting Tocón volgt de laatste gecategoriseerde klim van de dag: de Puerto de Granada. Die is 11,7 kilometer lang aan gemiddeld 4,2 procent. Na de top zijn er nog 37 kilometer te rijden, maar het grootste deel daarvan gaat in dalende lijn.

Vanaf Huétor-Tájar, op ongeveer 11,5 kilometer van de finish, is het parcours volledig vlak. Dat maakt de finale interessant. Vluchters die de vroege bergen goed hebben overleefd, kunnen proberen vooruit te blijven, maar ook de sprintersteams krijgen een kans om de koers opnieuw onder controle te krijgen.

Een klassieke massasprint is dus zeker mogelijk, maar het is geen rit voor de pure sprinters. Zij moeten de eerste 80 kilometer goed verteren. Sterke sprinters en klassiekerrenners die goed over de heuvels komen, hebben hier de beste papieren. Ook een vluchter met een sterke sprint kan in Loja een kans maken.

De favorieten

De vlakke finale maakt deze etappe vooral interessant voor renners die het klimwerk in het eerste deel goed kunnen verteren en daarna over een snelle aankomst beschikken. Wout van Aert is op papier de grootste favoriet. De Belg heeft voldoende inhoud om de beklimmingen te overleven en beschikt in een vlakke finale over een uitstekende sprint. Toch lijkt ook een vlucht een goede kans te maken, zeker als sterke aanvallers zich in de openingsfase weten af te scheiden. Magnus Cort, Jordan Labrosse, Ramses De Bruyne, Lars Craps en Henok Mulubrhan zijn daarbij interessante namen. Zij kunnen het klimwerk goed aan en hebben vervolgens genoeg snelheid om vanuit een kopgroep gevaarlijk te zijn in de finale. Als de vlucht met een kleine voorsprong aan de laatste kilometers begint, behoren vooral Cort en De Bruyne tot de renners die in een sprint van de kopgroep moeilijk te kloppen zijn.