Voorbeschouwing etappe 3 Tour de France Femmes 2026

Praat mee!

© Getty Images

Maandag 3 augustus trekt het peloton van Genève naar Poligny voor een etappe die qua profiel alle kanten op kan. Met zo’n 2.500 hoogtemeters en een zware openingsfase is dit een rit die uitnodigt tot aanvallen, al ligt er na de heuvelzone ook nog een lange, vlakke aanloop naar de finish.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Parcours

Tour de France Femmes 2026 Etappe 3© Getty Images

De etappe verlaat al snel de oevers van het Meer van Genève en duikt het Juragebergte in. Vrijwel direct na de start begint de weg op te lopen en na Gex volgt de eerste serieuze beproeving: de Col de la Faucille (11,4 km à 6,3%). Met een top op 1.323 meter is dit het dak van de etappe en meteen de zwaarste klim van de dag.

Na een korte afdaling gaat het vrijwel naadloos verder met de Côte de la Lajoux (3,6 km à 5,6%). In amper 40 kilometer koers hebben de rensters hier al een groot deel van de hoogtemeters afgewerkt, wat het koersverloop vroeg kan openbreken.

Het middenstuk van de etappe is minder zwaar, maar blijft verraderlijk met glooiende wegen en een nieuwe klim in de Col de la Savine (5,6 km à 5,1%). Op de top, met nog 84 kilometer te gaan, is de finale nog ver weg.

Na een lange afdaling richting Champagnole volgt nog de Côte de Chaux-Champagny (1,8 km à 6,4%), waarna het parcours geleidelijk afvlakt. De laatste 15,5 kilometer naar Poligny zijn vlak, met een kaarsrechte laatste twee kilometer die uitnodigt tot een sprint, mits het peloton nog intact is.

Favorieten

Deze etappe is op het lijf geschreven van avontuurlijke rensters die hun kans willen grijpen in de openingsfase. De Col de la Faucille biedt een uitgelezen mogelijkheid om een sterke vroege vlucht op te zetten, en als die groep voldoende ruimte krijgt, kan het lastig worden voor de sprintersploegen om nog te controleren.

Rensters als Elisa Longo Borghini en Demi Vollering komen hier nadrukkelijk in beeld. Op een zwaar begin kunnen zij het verschil maken en profiteren van hun klimvermogen en koersinzicht. Ook Lotte Kopecky is een interessante naam: sterk genoeg om de eerste schifting te overleven en gevaarlijk in een kleinere groep. In diezelfde categorie past het fenomeen Marianne Vos.

Toch is een sprint niet uitgesloten. Als ploegen van snelle vrouwen de schade beperken in het eerste deel en het gat naar vluchters onder controle houden, kan het in Poligny alsnog uitdraaien op een massasprint. In dat geval zijn Lorena Wiebes en Elisa Balsamo opnieuw de logische favorieten, mits ze de zware openingsfase hebben overleefd.

De sleutel ligt in de eerste 50 kilometer: daar wordt bepaald of deze etappe een prooi wordt voor aanvallers of eindigt in een sprint van een uitgedund peloton.

>>> Voorbeschouwing van etappe 2

>>> Voorbeschouwing van etappe 4