Voorbeschouwing: Tour de France Femmes etappe 8

Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Zaterdag 8 augustus rijdt het peloton van Sisteron naar Nice, een dag na de slachtpartij op de Ventoux. De klim die alles zou beslissen is achter de rug, de GC-leider beschermt haar trui, en in die ruimte groeit de kans voor een heel ander type renster. Etappe 8 is de langste van deze Tour, 175 kilometer, maar wie denkt dat meer kilometers ook meer hoogtemeters betekent, heeft het mis: met zo'n 1.900 meter in totaal is dit de lichtste rit van de slotetappes. Dat maakt het ook de rit voor de puncheur en de afmaakster met nog relatief frisse benen vanwege slim doseren de dag ervoor.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Het parcours

Vanuit Sisteron, aan de voet van een imposante citadel boven de Durance, volgt het peloton de route Napoléon door de Haute-Provence richting de Côte d'Azur. De eerste 80 kilometer lopen geleidelijk omhoog via de col des Robines (2,6 km aan 4,6%) en daarna het hoogste punt van de dag, de col de Toutes Aures, op 1.124 meter, bereikt via een klim van 6,6 kilometer aan 3,3%. Dat zijn geen wielercijfers om wakker van te liggen. Daarna dalen de rensters zo'n 75 kilometer lang richting de Middellandse Zee, langs de Var, via Entrevaux en de Gorges du Daluis.

In de laatste 20 kilometer verlaten ze de Varvallei twee keer. Eerst voor de Côte de Colomars, een klimmetje van 1,4 kilometer aan 4,5%. Dan, op 6 kilometer van de finish, de Côte de Ginestière: 2,5 kilometer aan gemiddeld 4,4%, maar met een passage die oploopt tot 13,6%. Daarna vier kilometer afdalen, vier kilometer vlak, en de finish op de Promenade des Anglais, de boulevard langs de Middellandse Zee.

Mogelijke scenario's

Die 13,6% in de Ginestière is het scharnierpunt van de dag. Gemiddeld is de klim te overleven voor een flink peloton, maar op die pieksectie, na 170 kilometer in de benen en een dag na de Ventoux, kan het razendsnel gaan als iemand daar gas geeft. Als de klim genoeg splitst, is het een sprint met een kleine groep op de Promenade. Als hij niet splitst, is het een massaspurt op de mooiste boulevard van de Côte d'Azur. Wedstrijddirectrice Marion Rousse noemde de Ginestière zelf als de kans om een massasprint te vermijden.

In tegenstelling tot de Ventoux, waar de vermoeidheid de lichtgewicht klimmer bevoordeligde, speelt hier vermoeidheid juist in het voordeel van de renster die de dag ervoor bewust gespaard heeft. GC-rensters als Vollering en Ferrand-Prévot zullen hun trui niet risicovol verdedigen maar ook geen energie verspillen in een sprint die hen niets oplevert. De dag behoort toe aan wie vrij kan rijden.

letourfemmes.fr© letourfemmes.fr

De topfavorieten

Paula Blasi (UAE Team ADQ) heeft dit voorjaar als geen ander bewezen dat ze klaar is voor een finish als deze. Ze won in april de Amstel Gold Race op een punchy aankomst en greep begin mei de eindzege in de Vuelta Femenina via een aanval op de Angliru, een beklimming van 10,1 kilometer aan 10,3%. Haar citaat na die Vuelta zege: "Na 5 minuten was ik al kapot en het was nog 45 minuten klimmen, maar ik bleef mijn tempo vasthouden." Wie op de Angliru dat zelfbeheersing kan opbrengen, heeft geen moeite met de Ginestière. Blasi combineert explosiviteit op korte, steile stukken met het vermogen om lang op een hoog tempo door te gaan. Ze is de logischste naam voor een etappe die om precies die mix vraagt.

Puck Pieterse (Fenix Premier Tech) was dit voorjaar bij de besten in alle klassiekers met een puncheur profiel: derde in de Ronde van Vlaanderen en tweede in de Waalse Pijl, beide keren achter Vollering. Een pieksectie van 13,6% op zes kilometer van de finish is haar domein. In tegenstelling tot de Ventoux, waar een lange aanhouding vereist was, is dit het soort moment waar haar explosieve vermogen direct rendeert. Als ze de dag na de Ventoux fris genoeg aan de start staat, is ze een van de gevaarlijkste rensters in de finale.

De overige namen

Er zijn een paar rensters die genoemd mogen worden op basis van hun sprint of hun vermogen om bij een kleine groep te finishen, maar waarbij een vraagteken overblijft over hoe ze de klimmen in de finale doorkomen. Lorena Wiebes (SD Worx-Protime) is de snelste sprintster van het peloton en won dit jaar al meerdere keren in een massasprint, maar de pieksectie van 13,6% in de Ginestière is haar achilleshiel: als het peloton daar snijdt, is ze weg. Lotte Kopecky (SD Worx-Protime) heeft aangegeven niet op het klassement te mikken en kan dus vrijuit rijden voor een dagzege, als finisseur en puncheur een reëlere kandidaat voor deze aankomst dan voor de Ventoux. Elisa Longo Borghini (UAE ADQ) won de sprint in de slotetappe van de Giro d'Italia Women en eindigde vierde in het eindklassement, bewijs dat ze ook op vermoeide benen een finale aankan. Elisa Balsamo (Lidl-Trek) won drie opeenvolgende etappes in de Giro, inclusief een sprint bergop, en is in Nice een naam als het peloton samen over de klim komt. Marion Bunel (Visma | Lease a Bike) werd derde in de Vuelta Femenina, maar is als klimmer eerder geschikt voor het type etappe van de dag ervoor dan voor de explosieve Ginestière.

Video