Fietsclub vrouwen

Waarom steeds meer vrouwen kiezen voor een fietsclub zonder mannen

Update: 2 augustus 2026 om 16:15
Praat mee!

© Getty Images

Waarom steeds meer vrouwen kiezen voor een fietsclub zonder mannen

Women-only fietsclubs schieten als paddenstoelen uit de grond. Niet omdat vrouwen ‘apart’ willen fietsen, maar omdat ze ruimte willen om beter te worden, plezier te maken en zichzelf serieus te nemen. Wat gebeurt er eigenlijk in zo’n club?

>>> Dit artikel verscheen eerder in het Bicycling magazine. Abonneren kan hier, een los exemplaar thuis laten bezorgen kan ook, bestel hem hier in onze eigen webshop.

De typische fietser: een man tussen de 45 en 55? Dat beeld klopt al lang niet meer. Van de 900.000 wielersporters in Nederland is inmiddels dertig procent vrouw, volgens cijfers van de NTFU uit 2023. Tien jaar geleden was dat nog twintig procent. Vooral vrouwen tussen de 25 en 35 jaar vormen de snelst groeiende groep: de helft van alle fietsende vrouwen is onder de 35. Bij mannen is dat slechts een kwart. Die verschuiving blijft niet onopgemerkt. Inmiddels bestaan er landelijk zo’n zestig fietsclubs of -groepen speciaal voor vrouwen, volgens een overzicht van Cobblescycling. Van gevestigde namen als Velocity Ladies (opgericht in 2019, inmiddels elf afdelingen) tot initiatieven als Fietsvrouwen.cc en stadsgroepen als Ciao Cycling Club Rotterdam en Maartje Maria Women’s Ride in Utrecht. Waarom deze explosie? En wat vinden vrouwen in deze clubs dat ze elders niet krijgen?

Gesoigneerd én hard

Ciao is een club van snelle vrouwen en allesbehalve soft. ‘We fietsen gesoigneerd én hard’, vertellen oprichters Lotte Aalsma (26) en Noa van de Graaf (29). Ze leerden elkaar kennen bij No Ordinary Women in Amsterdam, maar misten na hun verhuizing naar Rotterdam een vergelijkbare community. Dus begonnen ze zelf iets. Ciao organiseert wekelijkse ritten, maar ook beginnerscursussen. ‘Ik was zelf nooit gaan fietsen als mijn vriend me niet had meegenomen’, zegt Aalsma. ‘Lang niet alle vrouwen hebben zo iemand. Dus beginnen ze gewoon niet.’ Van de Graaf vult aan: ‘We willen een veilige plek zijn om vragen te stellen, om te leren, om fouten te maken zonder je dom te voelen.’ Dat betaalt zich uit. Beginners rijden aan het eind van de zomer probleemloos toertochten van 160 kilometer.

Beiden fietsten jarenlang vooral met mannen. ‘Leuk, maar altijd fanatiek’, zegt Van de Graaf. ‘Twee kilometer per uur harder dan afgesproken. Ik kan dat aan, maar voor veel vrouwen is zo’n groep gewoon niet toegankelijk. Mannen hebben daar minder last van, die overschatten zichzelf sneller.’

'Veel vrouwen willen fietsen, maar weten niet altijd waar ze moeten beginnen'

Bij Ciao geldt: is het tempo dertig gemiddeld, dan ís het dertig gemiddeld. ‘Veel vrouwen onderschatten zichzelf’, zegt Van de Graaf. ‘Ze kunnen het prima, maar zijn bang de langzaamste te zijn. En gaan dus niet mee. Daardoor lopen ze enorm veel mis.’ Het doel is juist om dat zelfvertrouwen te laten groeien. Zodat vrouwen uiteindelijk ook zonder twijfel in gemengde groepen kunnen meedraaien.

Vrouwenwielrenclubs© Prive

Zelfde sport, andere dynamiek

Volgens Van de Graaf merken ook mannen dat gemengde groepen anders aanvoelen. ‘Relaxter, minder bewijsdrang.’ Ze noemt hun recente baanclinic als voorbeeld: ‘De gemengde groep ging meteen elkaar testen, aanvallen, versnellen. In de vrouwengroep werd onderling aangemoedigd. Zo kan het bij mannen ook.’

Zijn mannen welkom bij Ciao? ‘Dat is lastig’, zegt Van de Graaf. Aalsma: ‘We willen niemand buitensluiten. Maar mannen hebben de noodzaak van vrouwenfietsgroepen wel zelf gecreëerd. Ons doel is dat fietsen vanzelf democratischer wordt, voor alle genders, achtergronden en leeftijden.’ Ze is blij dat ook fietsers van kleur en met verschillende culturele achtergronden zich bij Ciao thuis voelen. ‘Herkenning doet iets. Als je jezelf ziet, stap je sneller op.’ Na één jaar telt Ciao al vijf pelotons. In de zomer starten ze opnieuw een beginnerscursus, naast de wekelijkse donderdagrit en een tweewekelijkse social ride op lager tempo. ‘Ook snelle vrouwen gaan dan mee’, vertelt Aalsma. ‘Gewoon omdat het gezellig is.’

Merken weten hen inmiddels te vinden. ‘Iedereen wil aanhaken’, zegt Aalsma. ‘En eerlijk: daar profiteren vrouwen van.’ Onderhoudsclinics, kleding, pizza na de rit: sponsoren als Rose Bikes, Pas Normal Studios en Mantel zijn nauw betrokken. ‘Misschien zijn we een marketingtool, maar als het vrouwen helpt, is dat win-win.’ Hun boodschap aan vrouwen die in hun stad nog zo’n club missen: ‘Begin gewoon. Ciao was er ook niet. Je hebt weinig nodig.’

Verwachtingen managen

Triatleet Maartje van Gestel, online bekend als Maartje Maria, benadrukt hoe belangrijk duidelijke communicatie is. ‘Het is voor vrouwen essentieel om te weten wat ze kunnen verwachten. En dat je je daar ook aan houdt.’ Ook zij herkent het tempo-probleem. ‘Bij mannen wordt standaard harder gereden dan aangekondigd. Dat helpt dus niet.’

Haar eerste Maats x Maartje Maria Women’s Ride in Utrecht trok meteen dertig vrouwen. ‘Ik coach veel vrouwen en het leek me leuk eens samen te fietsen. Het werd een enorm relaxte, fijne rit.’ Toen zij zelf vijftien jaar geleden begon, was het simpel: je fietste fanatiek of je fietste niet. En je ging met mannen mee. ‘Sinds covid zijn meer vrouwen opgestapt, maar nog niet iedereen heeft haar plek gevonden. Zeker in dorpen voelen vrouwen zich soms nog de enige fietser.’

Ze denkt dat veel mannengroepen vrouwen juist graag zouden verwelkomen, óók als dat betekent dat er soms gewacht moet worden. ‘Ook mannen rijden in alle snelheden.’ Toch herkent ze de twijfel: ‘Met mannen check ik altijd extra of mijn m’n materiaal in orde is en ik een extra bandje heb. Je wilt niet die vrouw zijn die weer iets nodig heeft.’ Volgens Van Gestel kan kennis over techniek en materiaal een groot deel van die drempel wegnemen. ‘En durf af en toe uit je comfortzone te stappen en ga mee met een gemengde groep.’ 

Vrouwenwielrenclubs© Prive

Lead by example

Die basiskennis én community vormen de kern van Fietsvrouwen.cc, opgericht door Kirsten Boerrigter. Ze begon zelf als student sportkunde op een oude fiets van haar vader, met vooral vragen: hoe maak je routes? Wat eet je tijdens lange ritten? Hoe bouw je conditie op? In 2021 startte ze haar platform. Inmiddels telt haar Facebook-community ruim tienduizend vrouwen. Op haar website deelt ze kennis, ervaringen en praktische tips, van duursport tot zwangerschap, postpartum fietsen en menopauze. ‘Daar is nog steeds opvallend weinig betrouwbare informatie over.’

Fietsvrouwen organiseert tweewekelijkse ritten op vijf plekken in het land, biedt fietsreizen, coaching aan zo’n honderd leden en runt een webshop. ‘Wat ons verbindt: plezier en liefde voor de fiets. We richten ons op vrouwen van alle leeftijden, maten en niveaus, van beginners tot profs.’

Het effect ziet ze dagelijks. ‘Dat vrouwen maatjes vinden, zelfvertrouwen opbouwen en plezier hebben, dat is onbetaalbaar. Coaching helpt daarnaast bij het maken van ruimte voor zichzelf. Je wilt je kinderen laten zien dat je als vrouw ook toffe dingen kunt doen. Zoals op fietsreis gaan.’ Ze merkt dat veel fietscommunicatie vrouwen niet aanspreekt. ‘Het gaat vaak meteen naar details. Terwijl juist die basis ontbreekt. Veel mannen kennen wel iemand aan wie ze iets kunnen vragen. Voor vrouwen zijn die voorbeelden er veel minder.’ Daarom kiest Boerrigter bewust voor herkenbaarheid. ‘Als een prof vertelt hoe hij traint, denken veel vrouwen: dat gaat niet over mij. Ik lead by example. Ik ben ook geen maatje tweeëndertig. Als ik het kan, kun jij het ook.’ En, niet onbelangrijk: ‘Wij rijden expliciet níet door rood. Veel mensen hebben een hekel aan, en blijven daardoor weg bij groepsritten.’

Uit het wiel

Angela Milani (53) en Manon Zuurmond (43) zijn medeoprichters en bestuursleden van Velocity Ladies, met elf lokale afdelingen en sinds kort een landelijke offroaddivisie. Zuurmond begon met fietsen in Limburg. ‘Elke rit zag ik vrouwen achter hun man aan zwoegen. Vaak allebei chagrijnig. Ik dacht: dat moet anders kunnen. Ze startte een groep ‘om vrouwen uit het wiel van hun partner te halen en hun eigen vertrouwen te laten opbouwen.’ Dat groeide uit tot een landelijk concept, met hoofdsponsor Liv vanaf het begin. Het geheim? ‘Een club zonder verplichtingen’, zegt Milani. ‘Kom als je zin hebt. Je zit nergens aan vast, hoeft je nooit te verantwoorden.’ Die flexibiliteit trekt vooral jonge vrouwen met een druk gezin of fulltime baan. ‘Weekendritten zijn daarom afwisselend op zaterdag en zondag.’

Waar traditionele wielerclubs vaak moeite hebben vrouwelijke leden te behouden, heeft Velocity Ladies daar geen last van. ‘Op NTFU-bijeenkomsten horen we dat clubs te weinig vrouwen hebben’, zegt Milani. ‘Dat probleem kennen wij echt niet.’

Zuurmond fietst zelf graag met mannen, maar ziet wat een vrouwengroep doet voor anderen. ‘Over dingen als prestatiedruk, zadelpijn of ongesteldheid praat je makkelijker onder vrouwen. En er is minder onderlinge competitie. Met een man wil ik winnen, met vrouwen heb ik die drang totaal niet.’

De racegroepen zijn lokaal, de gravel- en mtb-divisie landelijk. Elke drie weken is er een tocht op wisselende plekken. Gravelleden mogen ook aansluiten bij lokale racegroepen. In Eindhoven melden zich gemiddeld 25 vrouwen bij doordeweekse ritten. Zomers buiten, ’s winters via Zwift; ook niet-leden kunnen meedoen. ‘Daar komen vaak nieuwe leden uit voort’, zegt Milani.

Vrouwenwielrenclubs© Prive

Van club naar beweging

Velocity Ladies heeft weinig moeite sponsors te vinden. De club biedt toegang tot een snel groeiende groep fietsvrouwen. Ze organiseren regelmatig events met Liv, zoals een tocht met 150 vrouwen vanuit Eindhoven naar Valkenburg voor de start van de Tour de France Femmes. ‘We mochten over de start-finish onder politiebegeleiding’, zegt Milani. ‘Kippenvel.’ Milani en Zuurmond zien de toekomst ‘paars’, hun clubkleur. ‘De wielerbond ziet ons steeds meer als volwaardige vereniging’, zegt Zuurmond. ‘Maar mag zich ook zelf actiever op vrouwen richten.’

Samen met Velocity Ladies organiseren ze op 8 maart een vrouwendag-ride. ‘Een mooi begin.’ Met driehonderd leden nu, denkt Zuurmond dat ze uiteindelijk zesduizend fietsvrouwen kunnen verbinden. ‘Wie een nieuwe afdeling wil starten, is welkom. Liefst bij ons. Maar hoe meer vrouwen gaan fietsen, hoe beter.’