Waar zijn de Nederlanders in Luik-Bastenaken-Luik?
NL Beeld / Regiofotog

Wie de startlijst van Luik-Bastenaken-Luik bekijkt, kan niet anders dan vooruitkijken naar het zoveelste titanenduel. Tadej Pogačar tegen Romain Seixas, en misschien mengt ook Remco Evenepoel zich in de strijd. Het is het soort affiche waar wielerfans warm van worden. Maar achter die internationale top schuilt een ongemakkelijke waarheid voor Nederlandse liefhebbers.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Want ja, er staan elf Nederlanders aan de start. Maar nee, geen van hen lijkt ook maar in de buurt te komen van een rol van betekenis.
Elf namen, weinig verwachtingen
Laten we duidelijk zijn: het is geen gebrek aan kwaliteit. Renners als Steven Kruijswijk, Koen Bouwman en Dylan van Baarle hebben hun sporen verdiend. Jongere namen zoals Menno Huising, Frank van den Broek en Gijs Leemreize vertegenwoordigen de volgende generatie.
De volledige Nederlandse afvaardiging bestaat uit:
- Menno Huising
- Steven Kruijswijk
- Koen Bouwman
- Sjoerd Bax
- Jardi van der Lee
- Jan Maas
- Pascal Eekhoorn
- Dylan van Baarle
- Alex Molenaar
- Frank van den Broek
- Gijs Leemreize
Stuk voor stuk sterke renners. Werkpaarden, aanvallers, knechten die koers kunnen maken. Maar ook stuk voor stuk geen favorieten. Zelfs geen echte outsiders.
De pijnlijke constatering
En dat doet pijn. Want de Ardennenklassiekers waren ooit terrein waar Nederlandse renners zich lieten zien. Niet per se als topfavoriet, maar wel als mannen die de koers kleur gaven, of er onverwacht doorbraken.
Nu lijkt die rol verder weg dan ooit.
Bij de bookmakers levert een inzet op een Nederlander waarschijnlijk een mooie uitbetaling op. Maar dat zegt vooral iets over hoe klein de kans wordt ingeschat. Realistisch gezien is de kans groter dat je je inzet verliest dan dat je juichend voor de tv staat.
Hoe is het zover gekomen?
De verklaring ligt niet in één simpele oorzaak. De internationale top is simpelweg extreem sterk geworden. Renners als Tadej Pogačar en Remco Evenepoel combineren klimvermogen met explosiviteit op een niveau dat zelden vertoond is.
Tegelijkertijd lijkt Nederland momenteel geen renner te hebben die specifiek gebouwd is voor dit type koers: lange, slopende wedstrijden met korte, steile hellingen en explosieve finales. Nederland lijkt nu vooral renners op te leiden die goed zijn in de Vlaamse klassiekers.
Hoop of realisme?
Is het dan hopen tegen beter weten in? Misschien wel. Wielrennen blijft onvoorspelbaar, en één goede dag kan alles veranderen. Een vroege vlucht, een perfecte timing, een moment van aarzeling bij de favorieten, het kan. Senna Remijn (Alpecin Premier Tech) zou zo iemand kunnen zijn die in de toekomst hoge ogen gaat gooien in La Doyenne. In 2025 werd Remijn 2e in Luik-Bastenaken-Luik U23. Remijn liet zich ook zien in de Amstel Gold Race 2026. Achter Remijn kunnen mogelijk ook Jurgen Zomermaand (Team Picnic Post NL) en Guus van den Eijnden (Alpecin Premier Tech) doorgroeien naar een niveau waarbij we ze vooraan gaan zien in de heuvelklassiekers. Nog niet genoemd, Tibor del Grosso, we zagen hem al in Strade Bianche, een koers met voldoende hoogtemeters en hij won zelfs de NXT Classic in Zuid-Limburg. Maar dat is allemaal niet voor zondag, de renners van de toekomst staan zondag niet aan de start.
Maar als we eerlijk zijn, kijken we zondag vooral naar het duel vooraan. En niet naar oranje in de finale.
En dat wringt. Want elf landgenoten aan de start, maar geen enkele in de schaduw van de favorieten, dat is misschien wel de meest pijnlijke statistiek van deze editie van Luik-Bastenaken-Luik.












