Waarom BMI niet werkt voor wielrenners

Update: 11 maart 2026 om 10:00
Online Editor

Getty Images

Getty Images

BMI wordt al jaren gebruikt om te bepalen of iemand een gezond gewicht heeft. Maar voor wielrenners en andere sporters vertelt deze maat vaak niet het hele verhaal.

>>> Wil je door ons op de hoogte gehouden worden van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief.

Sinds de jaren negentig gebruiken artsen en gezondheidsorganisaties de Body Mass Index (BMI) om te beoordelen of iemand een gezond gewicht heeft. De formule is eenvoudig: je gewicht in kilogram gedeeld door het kwadraat van je lengte in meters.

Volgens gezondheidsrichtlijnen gelden deze categorieën:

  • Onder 18,5: ondergewicht
  • 18,5 tot 24,9: normaal gewicht
  • 25 tot 29,9: overgewicht
  • 30 of hoger: obesitas

Hoewel BMI wereldwijd wordt gebruikt, groeit de kritiek. Zeker bij sporters kan deze maat een vertekend beeld geven van gezondheid en fitheid.

BMI en gezondheid

Onderzoekers van de University of California, Los Angeles analyseerden gegevens van meer dan 40.000 mensen uit de National Health and Nutrition Examination Survey. Ze vergeleken BMI met verschillende gezondheidsindicatoren, zoals bloeddruk, bloedsuiker, insulineresistentie, cholesterol en triglyceriden.

De resultaten waren opvallend. Bijna de helft van de mensen met overgewicht bleek volgens deze gezondheidsmetingen volledig gezond. Zelfs 29 procent van de mensen met obesitas had geen verhoogde gezondheidsrisico’s volgens deze markers. Tegelijkertijd bleek dat meer dan 30 procent van de mensen met een “normale” BMI juist ongezonde waarden had. Volgens onderzoeker Janet Tomiyama laat dat zien dat BMI een beperkte maat is.

“Er zijn miljoenen mensen met overgewicht of obesitas die volledig gezond zijn”, zegt Tomiyama. “We focussen te veel op gewicht en te weinig op daadwerkelijke gezondheidsindicatoren.”

— A. Janet Tomiyama, Ph.D.

Waarom BMI niet klopt voor wielrenners

Voor wielrenners speelt er nog een extra probleem. BMI maakt geen onderscheid tussen spiermassa en vetmassa. Spieren zijn dichter dan vet, waardoor sporters met veel spiermassa soms een hogere BMI hebben, terwijl hun vetpercentage laag is.

Dat betekent dat een renner volgens BMI in de categorie “overgewicht” kan vallen, terwijl hij of zij juist zeer fit is. Daarnaast zegt BMI niets over waar vet in het lichaam wordt opgeslagen. Twee mensen kunnen exact dezelfde BMI hebben, terwijl hun gezondheidsrisico’s toch sterk verschillen. Vet rond de organen, ook wel visceraal vet genoemd, verhoogt het risico op hart- en vaatziekten en diabetes. Vet onder de huid vormt meestal een kleiner risico. BMI maakt dit onderscheid niet. BMI maakt dit onderscheid niet.

>>> Lees ook: Waarom vitamine C belangrijk is voor spiermassa en spierbehoud

Betere manieren om gezondheid te meten

Voor sporters die een realistischer beeld willen van hun lichaam en gezondheid zijn er nauwkeurigere methodes dan BMI. Metingen van lichaamssamenstelling geven bijvoorbeeld inzicht in hoeveel spiermassa en vetmassa iemand daadwerkelijk heeft. Dat kan worden gemeten met een DEXA-scan, een huidplooimeting of een bio-impedantiemeting zoals bij een Tanita-weegschaal.

Onderzoekers adviseren daarnaast om ook te kijken naar bredere gezondheidswaarden. Denk aan bloeddruk, cholesterol, triglyceriden, bloedsuiker en ontstekingswaarden. Volgens Tomiyama geven juist deze metingen een veel completer beeld van iemands gezondheid dan BMI alleen.

De conclusie voor wielrenners

BMI kan een handig hulpmiddel zijn voor grote bevolkingsgroepen, maar voor sporters en wielrenners heeft het duidelijke beperkingen. Een renner kan een relatief hoge BMI hebben door spiermassa, terwijl hij of zij toch een laag vetpercentage en uitstekende gezondheidswaarden heeft. Daarom kijken steeds meer experts naar lichaamssamenstelling en metabole gezondheid in plaats van alleen naar het getal op de BMI-schaal.

Dit artikel verscheen eerder op Bicycling.com Door selene yeager

Waarom BMI niet werkt voor wielrenners