Waarom de ene renner verandert in een ijslolly en de ander niet + video
© Getty Images

Het is alweer een week geleden maar de beelden staan nog op ons netvlies; In de Zilvermeercross in Mol sloeg het weer plots om. Sneeuw, kou en precies op dat moment gebeurde waar elke wielerliefhebber op hoopte. Wout van Aert en Mathieu van der Poel tegen elkaar, strijdend zoals vanouds. Na twee rondes zag je Mathieu in zijn handpalmen blazen. Even later volgde ook Wout. Koude handen.
Hoe zit dat eigenlijk? Renners die bij 8 graden al klagen dat hun vingers eraf vallen. En renners die bij min 3 vrolijk zonder handschoenen rijden en alleen stoppen omdat hun bidon bevroren is. Is het karakter, training, genetica of gewoon stoerdoenerij? Het antwoord is ja. En nee. En een beetje misschien.
De thermostaat in je lijf
Je lichaam heeft maar één echte prioriteit als het koud is: overleven. Warmte gaat naar hart, longen en hersenen. Alles wat niet strikt noodzakelijk is, zoals vingers en tenen, komt op het tweede plan. Bij sommige mensen knijpen de bloedvaten in handen en voeten sneller dicht. Minder bloed betekent minder warmte en dat voel je direct. Bij anderen blijft die doorbloeding langer op gang, waardoor ze nog prima kunnen schakelen terwijl jij je afvraagt of je vingers er nog zitten.
Genen, bouw en gewoon pech
Er zit een flinke genetische component aan koudegevoeligheid. Sommige renners hebben van nature een betere perifere doorbloeding. Anderen hebben simpelweg pech. Slanke renners met weinig vet isoleren minder goed en koelen sneller af. Extra kilo’s zijn in de zomer ballast, maar in de winter werken ze als gratis isolatie. Denk daaraan voordat je lacht om die winterse buik. Het is aerodynamisch verantwoord tot maart.
Training en gewenning
Kou is ook een kwestie van gewenning. Renners die vaak in de winter buiten rijden, trainen hun vaatreacties. Het lichaam leert iets langer bloed naar handen en voeten te sturen voordat het de noodrem aantrekt. Dat betekent niet dat je immuun wordt voor kou, maar wel dat je tolerantie groter wordt. Vergelijk het met koffie zonder suiker. In het begin afzien, later prima te doen.
Stress, cafeïne en andere saboteurs
Stress en cafeïne vernauwen bloedvaten. Precies wat je niet wilt als het koud is. Die dubbele espresso voor de zondagochtendrit voelt misschien heroïsch, maar je vingers denken daar anders over. Ook vermoeidheid speelt mee. Een leeggereden lichaam heeft minder brandstof om warmte te maken. Je kunt nog zo’n duur jack hebben, maar zonder energie is het alsnog bibberen.
Verwarmde handschoenen zijn geen zwakte
Sommige renners hebben echt extreem snel koude vingers of tenen. Soms door aanleg, soms door medische gevoeligheid. Voor hen zijn verwarmde handschoenen en overschoenen geen luxe maar pure noodzaak. Zie het als kettingolie. Niemand zegt dat je zonder moet rijden om een echte fietser te zijn. Bovendien kun je met warme handen beter remmen, schakelen en richting aangeven. Dat is niet alleen comfortabel maar ook gewoon veilig.
En die gasten zonder handschoenen?
Die bestaan echt. Ze hebben vaak een combinatie van goede doorbloeding, gewenning en een lichte neiging tot opscheppen bij de koffie achteraf. Maar ook zij hebben een grens. Alleen ligt die bij hen later. Tot die tijd lachen ze vriendelijk terwijl jij je handschoenen op stand lava zet.
Conclusie
Koude handen en tenen zeggen niets over je mentaliteit of hardheid. Het zegt vooral iets over hoe jouw lichaam met kou omgaat. Luister daarnaar. Warm rijden is leuker, veiliger en je kunt na afloop nog een appje sturen zonder dat autocorrect er “ik leef nog” van maakt.




