Tour de France

Waarom de wielersport geen volkssport meer kan zijn

Update: 27 juli 2026 om 15:16
Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Terug in de tijd, naar het coronatijdperk. Op een smal fietspad kwam een vrouw me tegemoet en stak op het laatste moment haar hand strak horizontaal naast zich. Mijn autoreflex was handjeklap. Terwijl haar schreeuwende zin "1,5 meter afstand!" langzaam uitdoofde.

De wielersport heet een volkssport, maar kan ze dat nog wel blijven? Deze Tour reed Richard Carapaz (EF Education-EasyPost) in zijn ritzege in etappe 18 nog bijna een onoplettende toeschouwer omver, en op Alpe d'Huez klapte Einer Rubio (Movistar) door de achterruit van een UAE-ploegauto die vol moest remmen voor iemand op de weg. Volgens zijn ploeg hield Rubio er zo'n twintig hechtingen in het gezicht aan over. Dit stuk gaat over ons empathisch vermogen en zelfbewustzijn, en over de ongemakkelijke vraag wie er nu eigenlijk schuldig is. Jij, wij of de organisatie?

De open berm is wat de wielersport tot volkssport maakt

Laten we eerlijk zijn: de overgrote meerderheid langs de kant gedraagt zich prima. En de berm van een wielerkoers is een van de laatste plekken in de topsport waar je geen kaartje nodig hebt, geen hek tegenkomt en je held op een armlengte voorbij ziet komen.
Dat is precies wat de wielersport tot een volkssport maakt. Die openheid is zeldzaam en mooi. En kwetsbaar. Op de drukte op Alpe d'Huez liep het dit jaar zo uit de hand dat de weg al een dag eerder deels dicht moest voor auto's.

Sociale media als spiegel: zo verdwijnt onze empathie

Sociale media hebben iets met die openheid gedaan. Niet omdat ze op zichzelf de duivel zijn, maar omdat ze een spiegel zijn. Ze vergroten uit wat we toch al zijn.
Wie de hele dag de camera op zichzelf richt, went eraan de ander niet meer te zien. En als je de ander niet meer ziet, verdwijnt ook het gesprek. Discussie gaat dan niet meer om begrijpen, maar om winnen. Gelijk krijgen. Bewijzen dat de ander ongelijk heeft.

Dit is een observatie langs de kant. Want de nieuwste meta-analyse onder ruim tienduizend jongeren vond geen brede schade, terwijl juist problematisch gebruik wél samenhangt met slechtere uitkomsten. En laat dat naar schatting bij 20-50 jarigen 35 tot 55% zijn. Met 600.000 mensen die langs de kant stonden bij de klim op de Alpe d'Huez is dat een heleboel.

Getty Images© Getty Images

Niemand zegt nog iets, iedereen filmt

De media helpen hard mee, want slecht nieuws en drama leveren kijkcijfers op. Dat de fascinatie voor zulke beelden diep zit, blijkt uit waarom we naar valpartijen kijken: herhaling op tv maakt de emotie niet kleiner, maar groter. Hoe normaler het conflict, hoe minder we elkaar nog durven aanspreken op wangedrag.

De sociale controle die vroeger vanzelf ging, de blik van een omstander, het woord van iemand naast je, is stil weggeëbd. Niemand zegt nog iets. Iedereen filmt. Terwijl juist de ongeschreven omgangsregels de sport altijd bij elkaar hebben gehouden.

In de massa dimt je zelfbewustzijn

Er speelt nog iets, en dat zit dieper dan één app. In een grote groep dimt je zelfbewustzijn. Je past je aan, je doet mee, je wordt een beetje minder jezelf. Dat is geen nieuw inzicht. Het klassieke Asch-experiment liet al zien hoe makkelijk mensen meebuigen met de groep, zelfs tegen wat ze met eigen ogen zien. De massa neemt het even van je over.

Ik beken. Ronde van Lombardije, 2024. Ik stond langs de kant als een kind in volwassen kleren. Een ander mens: sensatie, spanning, groepsdynamiek. En toen kwam in een flits Pogacar langs. Ik zat niet meer in mijn eigen lichaam, maar in een droom. Ik keek hem na, en zoef, op één centimeter scheurde de UAE-auto langs mijn hoofd.

Het kind in de Borat-string en de ouder die zwijgt

Het lijkt op de film Benjamin Button. We zijn van volwassenen weer kinderen geworden. Kinderen die huilen en boos worden zodra ze hun zin niet krijgen. En een crèche heeft toezicht nodig. Dus doet de organisatie wat een ouder doet als het toezicht ontbreekt: ze zet er hekken omheen zoals in "Dutch corner" bocht 7.

En hier wordt het ongemakkelijk. Want het is verleidelijk om alleen naar die man in de string te wijzen. Maar hij is het kind. Een kind doet nu eenmaal wat een kind doet. De echte vraag is waar de volwassenen waren. Ik hoor daar ook bij. Als oud-wedstrijdrenner ken ik de sport van binnenuit. Lombardije bewees dat zelfs dat je niet immuun maakt. Ik was zelf zo iemand die nog even zijn koppie uitstak met mijn rug naar de camera of volgauto, en die zweeg en alleen maar bezig was in zijn eigen droomwereld Pogacar te bewonderen. Alleen mijn hersenstam stond nog aan, de holbewoner stond aan.

Denk aan die vrouw op het fietspad. Zo diep zit een aangeleerde reflex. Een hek zet je in een uur neer, maar zo'n reflex afleren duurt jaren. Dat is de dubbele schuld. Het kind dat te laat aan de kant springt, en de ouder die niks zegt of in zijn haar droomwereld niks kán zeggen. En elk hek dat daardoor nodig is, neemt een stukje weg van precies datgene wat de wielersport een volkssport maakte. De openheid. De armlengte. De vrijheid.

Geef de koers een rijstrook van één auto breed

Als het aan mij ligt, hebben de renners en de volgauto's recht op een vrije strook ter breedte van minstens één auto. Breed genoeg om veilig te koersen, en breed genoeg zodat een volgauto niet meer op de noodrem hoeft, zoals bij Rubio.

Want het alternatief is grimmig. Dan wordt zo'n volgauto een soort sneeuwschuiver, eentje die gewoon doorrijdt als er ongelukkig een supporter voor zijn bumper valt, want die schuiven we toch wel aan de kant. Zo bedoelen we het natuurlijk niet. En precies daarom moet die strook er komen, zodat we die keuze nooit hoeven te maken.

En ja, dan stijgt het verbruik. Een enkele volgauto slurpt nu al meer benzine dan het hele peloton in drie weken, en als maatregel sneeuwschuiver wordt uitgevoerd klimt dat cijfer verder. Zo eerlijk moeten we ook zijn.

Wat betekent dit voor jou langs de kant?

Sta je straks langs een bergrit in een van de grote ronden te kijken, of gewoon een monument op een late zondagmiddag, onthoud dan dat de weg voor de renners is. Zet een stap naar achteren, houd je bordje voor je en draai je rug niet naar het peloton. De tips voor toeschouwers van oud-prof Laurens ten Dam komen niet uit de lucht vallen.

En het grotere punt zal langer duren. Dit hebben we met zijn allen systematisch al jaren ontleert; durf iemand aan te spreken voordat het misgaat. De hekken kunnen weg blijven, maar pas als wij het grotendeels zelf weer durven te regelen.

Dus kan het een volkssport blijven? Alleen als wij het weer durven te zijn. Het kind klom over het hek van de crèche. De ouders zwegen. Allen hebben schuld, maar er was er maar één die beter wist voor het voortbestaan onze geliefde volkssport.

P.s. Ook renners maken selfies. Ene Mathieu van der Poel nam een selfie op het podium op de Champs-Élysées met zijn rug naar de Arc de Triomphe gekeerd. Deze zat gelukkig muisstil.