Waarom je hartslag in de winter anders reageert dan in de zomer

Update: 7 januari om 15:07
Online Editor

Getty Images

Getty Images

Je hartslag reageert niet alleen op hoe hard je traint, maar ook op de omstandigheden waarin je beweegt. Temperatuur, vocht en seizoensinvloeden zorgen ervoor dat dezelfde inspanning in de zomer heel anders wordt geregistreerd dan in de winter.

Thermoregulatie en doorbloeding

Een belangrijke oorzaak van het verschil tussen zomer en winter is thermoregulatie, oftewel hoe je lichaam zijn temperatuur regelt. In warm weer moet je lichaam warmte kwijt om niet oververhit te raken. Dat gebeurt vooral via de huid. De bloedvaten in je huid gaan wijder open, zodat warmte kan ontsnappen. Hierdoor stroomt er meer bloed naar de huid.

Tegelijkertijd hebben je spieren bloed en zuurstof nodig om te blijven bewegen. Omdat het bloed nu verdeeld moet worden tussen huid en spieren, moet je hart sneller kloppen. Het gevolg is een hogere hartslag bij precies dezelfde inspanning. Hoe langer je traint en hoe warmer het is, hoe sterker dit effect meestal wordt.

In de winter is dit anders. Dan probeert je lichaam juist warmte vast te houden. De bloedvaten in de huid trekken samen, waardoor er minder bloed naar buiten gaat. Hierdoor hoeft je hart minder hard te werken om dezelfde prestatie te leveren. Bij rustige en gelijkmatige inspanningen zie je daarom vaak een lagere hartslag dan in de zomer, ook al voelt de training inhoudelijk hetzelfde.

Vochtbalans en belasting van het hart

Warm weer zorgt er ook voor dat je meer zweet. Zweten helpt om af te koelen, maar je verliest daarbij vocht. Als je dat vocht niet genoeg aanvult, neemt het bloedvolume af. Dit betekent dat er per hartslag minder bloed wordt rondgepompt. Om toch voldoende zuurstof naar je spieren te krijgen, gaat je hart sneller slaan.

Dit verklaart waarom je hartslag in de zomer soms blijft stijgen terwijl je tempo of vermogen gelijk blijft. Dit verschijnsel heet "cardiovascular drift", wat betekent dat je hartslag oploopt door warmte en vochtverlies, niet omdat je harder gaat trainen.

In de winter zweet je meestal minder en verlies je dus minder vocht. Dat kan zorgen voor een stabielere hartslag. Toch kan kou ook nadelen hebben. Koude lucht, wind of regen kunnen je lichaam extra belasten. Ook rillen of een gespannen ademhaling in het begin van een training kan je hartslag tijdelijk verhogen.

Lees ook: Hydratatie in de kou – waarom je nog steeds kunt uitdrogen

Zenuwstelsel, gewenning en seizoensinvloed

Naast temperatuur en vocht speelt ook het zenuwstelsel een rol. Het autonome zenuwstelsel is het deel van je zenuwstelsel dat automatisch functies regelt, zoals hartslag en ademhaling. Kou en warmte geven verschillende signalen aan dit systeem. In koude omstandigheden kan je lichaam meer in een ruststand komen, waardoor je hartslag lager blijft. Tegelijk kan plotselinge kou juist een stressreactie veroorzaken, waardoor je hartslag in het begin hoger of onregelmatig is.

Je lichaam kan zich ook aanpassen aan de omstandigheden. Dit heet acclimatisatie, wat betekent dat je lichaam leert omgaan met hitte of kou. Wanneer je regelmatig in warm weer traint, neemt je bloedvolume toe en wordt je temperatuurregeling efficiënter. Hierdoor daalt je hartslag bij dezelfde inspanning na verloop van tijd. Daarom voelen de eerste warme dagen vaak zwaar, terwijl dezelfde temperaturen later in de zomer beter te doen zijn.

Ook over een hele dag gemeten zijn er verschillen tussen winter en zomer. Uit onderzoek naar seizoensinvloeden op hartslag en herstel blijkt dat hartslag en hartslagvariabiliteit anders reageren afhankelijk van het seizoen. Dat betekent dat je lichaam zich niet alleen tijdens het sporten, maar ook in rust aanpast aan winter en zomer.

Kortom, je hartslag is geen vast getal. Het is een reactie op warmte, kou, vocht, spanning en gewenning. Daarom kan dezelfde training in juli een heel andere hartslag geven dan in januari, zonder dat je conditie echt is veranderd.