gevaar auto's wielrennen

Waarom je op de ene droomlocatie veiliger fietst dan op de andere

Update: 25 juli 2026 om 10:26
Praat mee!

Getty Images

Getty Images

Je kent de foto's: de haarspeldbochten van Sa Calobra, amandelbloesem langs een verlaten binnenweg, een col in het ochtendlicht. Wat je op die foto's niet ziet: de bestelbus die je even later op dertig centimeter passeert. Het verschil tussen een droombestemming en een nachtmerrie zit hem zelden in het asfalt, maar bijna altijd in de bestuurder achter je. Daarom zetten we de mooiste trainingslocaties op een rij waar automobilisten je ook echt zien staan. Plus: tips voor als je toch in vijandig gebied moet fietsen.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

De bromvlieg en de grille

Voor sommige automobilisten is een groep wielrenners niet meer dan een bromvlieg: iets kleins dat je passeert zonder het gaspedaal los te laten. Meestal gaat dat nét goed. Soms niet, en dan eindigt de bromvlieg op de grille.

Hoe rauw dat kan aflopen, weten we sinds 23 januari 2016. Die dag werden zes renners van Giant-Alpecin bij het Spaanse dorpje Benigembla frontaal aangereden door een spookrijdende Britse automobiliste. Een zevende renner, Søren Kragh Andersen, wist de auto ternauwernood te ontwijken. Het is een wonder dat er die middag niemand stierf. Journalist Nick Klaessens zat in de volgauto, hielp mee de ravage te overzien en schreef er op de dag af tien jaar later het boek Ravage over. Eerder dit jaar sprak Bicycling uitgebreid met Klaessens over die middag en de nasleep ervan.

Een spookrijder is gelukkig een extreem geval. Het alledaagse gevaar is banaler: de close pass. De auto die op een smalle weg vol op het gas blijft en je op een handbreedte passeert, alsof je er niet fietst. En precies daar zit het grote verschil tussen bestemmingen. Op de ene plek word je van de weg getoeterd, op de andere wacht een vrachtwagen geduldig tot na de bocht en gaat hij vervolgens met een ruime boog om je heen. Dat is geen toeval. Dat is cultuur. Want een wielermekka zonder wielercultuur is geen wielermekka.

Wat een bestemming veilig maakt

Eerst maar even eerlijk zijn: harde, vergelijkbare ongevalscijfers per trainingsbestemming bestaan niet. Wat we wél kunnen beoordelen zijn drie dingen: de wetgeving, de verkeersdrukte en de gewenning van automobilisten aan renners op de weg.

En dan valt iets op: vrijwel alle grote trainingsbestemmingen liggen in Spanje, en dat is geen toeval. Spanje kent al jaren een verplichte zijdelingse afstand van 1,5 meter bij het inhalen van fietsers, waarbij een doorgetrokken streep overschreden mag worden als dat veilig kan. In 2026 kwamen daar aangescherpte inhaalregels bij: wie een renner inhaalt moet minstens 20 km/u onder de maximumsnelheid zakken, en op wegen met meerdere rijstroken is een volledige baanwissel verplicht. Een groep renners geldt daarbij als één voertuig: er tussendoor slalommen mag dus niet. Kanttekening: bronnen spreken elkaar tegen over de exacte ingangsdatum van de losse onderdelen (genoemd worden 1 januari en 1 oktober 2026), dus reken jezelf onderweg niet rijk met een regel die lokaal nog niet gehandhaafd wordt. Voor jou als renner geldt in Spanje overigens buiten de bebouwde kom een helmplicht.

Papier is geduldig, dus minstens zo belangrijk is de gewenning. Waar automobilisten dagelijks honderden renners zien, of zelf fietsen, verandert hun gedrag vanzelf. Met die bril op vallen vier bestemmingen op. En wie de drukte van de klassiekers liever helemaal ontloopt: eerder schreven we al over Andalusië, de vergeten wielerbestemming van Spanje.

1. Mallorca: het eiland dat aan je gewend is

De Serra de Tramuntana, Sa Calobra, Cap de Formentor: het decor hoeft geen introductie. Minstens zo belangrijk: het hele eiland is aan jou gewend. Jaarlijks komen er ruim 150.000 fietstoeristen naar Mallorca, volgens andere schattingen zelfs zo'n 200.000, goed voor circa 150 miljoen euro per jaar. Alleen al op de Balearen zijn ruim honderd wielerclubs actief. De gemiddelde Mallorcaanse automobilist ziet dus geen bromvlieg, maar een vertrouwd onderdeel van het verkeersbeeld, en niet zelden ook een deel van zijn inkomen.

Kanttekening: het succes begint te knellen. In het voorjaar van 2026 klaagden bewoners over volgefietste bergwegen en laaide de politieke discussie over fietstoerisme op. Maart tot en met mei is spitsuur op de Tramuntana. Vertrek vroeg, dan heb je de mooiste wegen én de meeste rust. Lees voor vertrek ook onze vijf tips voor fietsen op Mallorca.

2. Girona: de achtertuin van het peloton

Girona geldt als de stad met de meeste WorldTour-profs per vierkante meter ter wereld, en die profs zijn niet romantisch: ze wonen er omdat je binnen tien minuten van de kathedraal op stille landweggetjes rijdt, zonder drukke ringweg als hindernis. Bezoekers roemen naast de rust ook de hoffelijke bestuurders. Rocacorba, Els Àngels, de vulkanen van de Garrotxa: variatie genoeg, van vlak boerenland tot Pyreneeënwerk.

Kanttekening: in juli en augustus is het er te heet voor serieuze training. De profs kiezen niet voor niets voor het voorjaar en de herfst, met oktober als favoriete maand van de locals.

3. Costa Blanca: winterkantoor van de WorldTour

Als het peloton in december en januari ergens massaal neerstrijkt, is het hier. In het verleden kozen tien WorldTour-ploegen van de achttien voor een stage in Calpe, en tussen januari en april kun je zomaar voorbijgesneld worden door Pogacar, Evenepoel of Van der Poel. De klassiekers van het gebied, zoals de Coll de Rates, de Bernia en de wegen rond Guadalest en Castell de Castells, liggen in een binnenland waar het verkeer dun is en de bestuurders het ritueel kennen.

Kanttekening: mijd de drukke kustweg N-332 en zoek zo snel mogelijk het binnenland op. En ja, het is wrang: Benigembla, de plek van de Giant-Alpecin-crash, ligt precies in dit trainingsgebied. Het bewijst vooral dat een spookrijder overal kan opduiken, ook op de veiligste bestemming van allemaal. Honderd procent garantie bestaat op de openbare weg nergens.

4. Tenerife: boven het verkeer uit klimmen

De Teide is met 3.718 meter de hoogste berg van Spanje, en de weg brengt je tot ruim 2.300 meter. Daarom komen klassementskopstukken hier voor hun hoogtestages: het is zo'n beetje de enige plek in Europa die 's winters mild weer, goed asfalt en hoogte combineert. Het mooie voor jou: hoe hoger je komt, hoe leger de weg. Boven de toeristenplaatsen rijd je vaak minutenlang zonder één auto te zien, door een maanlandschap dat nergens anders in Europa bestaat.

Kanttekening: vlak bestaat hier niet, en rond de kustplaatsen is het wél druk. Bewaar bovendien wat frisheid voor de afdaling: twintig kilometer dalen vraagt om goede remmen en een uitgeruste kop. Fris je techniek vooraf op met onze acht bewezen tips voor een veilige afdaling.

Mooi is niet hetzelfde als veilig

De omgekeerde les geldt ook. De beroemdste Alpen- en Dolomietenpassen zijn in juli en augustus adembenemend én afgeladen met campers en groepen motoren die de bochten afsnijden. En wie buiten de gebaande wielerpaden reist, merkt het verschil direct: in regio's zonder wielercultuur ben je voor veel bestuurders geen verkeersdeelnemer maar een obstakel. Een simpele vuistregel: hoe minder wielershirts je in het straatbeeld ziet, hoe meer ruimte je zelf zult moeten organiseren.

Zo bescherm je jezelf tegen roekeloze automobilisten, trucks en motoren

De beste veiligheidsmaatregel blijft je bestemming. Maar soms sta je nu eenmaal met je fiets op een plek waar de wielercultuur nog uitgevonden moet worden. Ondergetekende weet uit ervaring dat je een aanrijding het liefst vóór blijft, dus doe er je voordeel mee:

  • Zet je licht aan, ook overdag. Deens onderzoek onder bijna 4.000 fietsers vond 19 procent minder ongevallen met letsel bij permanente verlichting. Een fel knipperend achterlicht is de goedkoopste levensverzekering die er bestaat.
  • Overweeg een radar, zoals de Garmin Varia. Die piept ruim voordat jij een auto hoort aankomen, zodat een close pass je nooit rauw op het lijf valt.
  • Claim je positie. Wie in de goot rijdt, nodigt uit tot inhalen waar het niet kan. Rijd bij versmallingen, blinde bochten en tegenliggers iets naar het midden, zodat een auto pas passeert als het echt veilig is. In Spanje is die middenpositie binnen de bebouwde kom zelfs wettelijk verankerd.
  • Wees saai voorspelbaar. Strakke lijn, tijdig je richting aangeven, niet zonder signaal om putdeksels slingeren. Verrassingen zijn voor verjaardagen, niet voor het verkeer.
  • Kies je moment en je route. Rijd vroeg, mijd de spits en doorgaande wegen, en kijk op heatmaps van Strava of Komoot waar de lokale renners rijden. Waar veel gefietst wordt, verwachten bestuurders je.
  • Gedraag je in een groep als één voertuig. Compact rijden, verkeer doorroepen (auto achter, auto voor, tegen) en op smalle stukken tijdig naar één lijn ritsen. Een groep is zichtbaarder dan een eenling, maar alleen als hij zich als één geheel gedraagt.
  • Respecteer trucks. Blijf uit de dode hoek, ga voor een kruispunt nooit rechts naast een vrachtwagen staan en zet je schrap voor de luchtverplaatsing als er een passeert: stuur niet weg, houd je lijn vast. Twijfel je, laat hem dan bewust voorgaan.
  • Reken in de bergen op motoren die de bocht afsnijden. Blijf in blinde haarspelden op je eigen weghelft, ook in de afdaling, en snijd zelf nooit. De tegenligger op twee gemotoriseerde wielen doet dat namelijk wel.
  • Neem een camera mee. Een actioncam of dashcamlampje werkt preventief en levert bewijs als het toch misgaat.
  • Win de discussie niet op de weg. Een middelvinger heeft nog nooit een bestuurder bekeerd. Noteer het kenteken, maak een foto en doe een melding bij de lokale politie.

Kies je volgende trainingskamp dus niet alleen op het aantal haarspeldbochten op de foto, maar op de vraag of de gemiddelde automobilist daar zelf weleens in een wielershirt rondrijdt. En kom je toch ergens waar ze het verschil niet zien tussen een bromvlieg en een groep wielrenners: maak jezelf dan groter, zichtbaarder en voorspelbaarder dan een bromvlieg ooit zal zijn.