Waarom jouw wielerheld verdacht veel op een heroïneverslaafde lijkt
Getty Images

De een hangt aan een naald, de ander aan een stuur. Volgens verslavingsarts Gabor Maté is het verschil kleiner dan we denken. En voor je lekker naar de profs gaat wijzen: kijk eerst even naar je eigen Strava.
Gabor Maté werkte ruim tien jaar als arts in de Downtown Eastside van Vancouver, een wijk met een van de hoogste concentraties zwaarverslaafden van Noord-Amerika. Zijn boek Hongerige geesten (In the Realm of Hungry Ghosts, 2008) werd een klassieker omdat hij iets deed wat weinig dokters durfden: hij zag geen zwakkelingen, maar mensen met pijn. En vervolgens herkende hij precies hetzelfde mechanisme bij succesvolle, gerespecteerde mensen. Bij zichzelf, bijvoorbeeld. Wie het boek leest met een wielerhart, ziet op elke pagina het peloton terug.
>>> Heb jij de Bicycling Tour de France 2026 Special al? Kom volop in de Toursfeer! Koop hem in onze shop en lees interviews, alles over de nieuwste Tourfietsen, analyses, achtergrond en een uitgebreid routeboek met alle 21 etappes, routeprofielen en voorbeschouwingen.
Hetzelfde brein, een andere dealer
De titel van het boek verwijst naar een boeddhistisch beeld: hongerige geesten zijn wezens met opgezwollen, eeuwig lege buiken, dunne nekken en kleine monden. Ze proberen te vullen wat niet te vullen is. Volgens Maté bezoeken we dat rijk allemaal weleens. De een met een naald, de ander met werk, eten, gokken of een winkelmandje vol wielen die echt heel toevallig in de aanbieding waren.
Chemisch is de overlap groter dan comfortabel voelt. Heroïne grijpt aan op de opioïdreceptoren in je brein, precies de receptoren waar je lichaamseigen endorfines op werken. En wanneer maakt je lijf die endorfines aan? Juist: bij lange, zware inspanning. Samen met endocannabinoïden, de lichaamseigen neefjes van cannabis, zorgen ze voor dat zalige, watteuze gevoel na vier uur koers. Je wielerheld en de gebruiker op het matras tanken kortom bij dezelfde pomp. De een heeft alleen betere marketing.
Doe de test van Maté
Maté hanteert een simpele definitie van verslaving: elk gedrag waar je naar hunkert, dat kortstondig verlichting of plezier geeft, dat schade aanricht in je leven, en dat je desondanks niet opgeeft. Leg die meetlat eens langs een willekeurige prof.
Hunkering: vraag een renner naar zijn rustdag en je hoort zelden een liefdesverklaring. Kortstondige verlichting: de flow van de koers, de roes van winnen. Schade: kapotte sleutelbeenderen, gemiste geboortes en begrafenissen, en chronische honger voor het racegewicht. De hongerige geest met de eeuwig lege buik is in het peloton geen metafoor, maar een voedingsschema. En toch doorgaan: tot het lichaam of de ploegleider het contract ontbindt.
Het scherpe randje zit hem in onze reactie. Hetzelfde gedrag dat we bij een verslaafde een ziekte noemen, noemen we bij een prof mentaliteit. Als iemand onder een brug alles opoffert voor een shot, vinden we het een tragedie. Als iemand in een teambus alles opoffert voor een ritzege, krijgt hij een contractverlenging en een fanclub.
Niet waarom de verslaving, maar waarom de pijn
De bekendste oneliner van Maté laat zich vrij vertalen als: vraag niet waarom de verslaving, vraag waarom de pijn. Verslaving is in zijn ogen geen domme keuze en ook niet primair een hersenziekte, maar zelfmedicatie. Een poging om iets ondraaglijks even niet te voelen.
Ook die schoen past het wielrennen verrassend goed. De bereidheid om jezelf tien jaar lang, of langer, dagen achtereen kapot te rijden, komt zelden voort uit pure tevredenheid. Er valt altijd iets te bewijzen, iemand te overtuigen, iets te ontvluchten.
Maté was er overigens eerlijk over dat het spectrum tot in zijn eigen huis doorliep. In het boek biecht de gerespecteerde arts op dat hij verslaafd was aan het kopen van klassieke cd's: hij loog erover tegen zijn vrouw en beschrijft zelfs dat hij ooit tijdens een bevalling wegglipte omdat de platenzaak lonkte. De hongerige geest draagt soms een doktersjas. En soms een broek met zeem.
Als het peloton stopt, begint het pas
Het gevaarlijkste moment voor een verslaafd brein is niet het gebruik, maar het gat. Profwielrenners krijgen dat gat cadeau bij hun afscheid: jarenlange structuur, adrenaline en applaus verdwijnen van de ene op de andere dag, en het beloningssysteem gaat op zoek naar een nieuwe leverancier.
Marco Pantani won in 1998 de Giro en de Tour. Op Valentijnsdag 2004 stierf hij alleen in een hotelkamer in Rimini aan een overdosis cocaïne. Jan Ullrich, zijn grote rivaal, vertelde jaren later in zijn documentaire dat hij na zijn carrière in alcohol en cocaïne belandde en naar eigen zeggen bijna hetzelfde einde kende. Dit waren geen zwakke mannen. Dit waren mannen van wie het best getrainde beloningssysteem ter wereld ineens zonder werk zat.
En jij dan, met je Strava?
Voor we te lang naar de profs wijzen: sportverslaving staat niet als officiële diagnose in de DSM-5, maar onderzoekers gebruiken er criteria voor die verdacht bekend voorkomen. Tolerantie: waar je vroeger high werd van zestig kilometer, moet het nu honderdtwintig zijn met vijftienhonderd hoogtemeters, anders telt het niet. Ontwenning: twee rustdagen op rij en je partner stelt voor dat je misschien toch even een rondje gaat rijden, voor ieders veiligheid. Controleverlies: deze week zou je rustig aan doen. Doorgaan ondanks schade: je fysiotherapeut kent je knie inmiddels beter dan jij.
En dan is er Strava, dat van elke rit een kleine gokkast heeft gemaakt. Je uploadt, je wacht, en ping: kudos. Soms veel, soms weinig, lekker onvoorspelbaar, precies zoals een gokkast zijn beloningen doseert. Maté schreef zijn boek in 2008, net te vroeg voor segmenten en PR's. De hongerige geest heeft er sindsdien gewoon een app bij.
Ik schrijf dit overigens niet vanaf een morele berg. Ik heb twee fietsen in de gang staan en kan je haarfijn uitleggen waarom dat er eigenlijk drie moeten zijn.
De gezondste verslaving die er bestaat
Is dit een pleidooi om te stoppen met fietsen? Integendeel. Als Maté één ding predikt, is het compassie: voor de gebruiker in de Downtown Eastside én voor de hongerige geest in onszelf. Verslaving is geen moreel falen, maar een door en door menselijke poging om je beter te voelen. En wie dan toch iets moet kiezen: een racefiets is een beduidend vriendelijker dealer dan vrijwel elk alternatief. Fietsen verlengt je leven. Dat kun je van weinig verslavingen zeggen.
Toch blijft de vraag van Maté ook op de fiets de moeite waard, juist op de dagen dat het eigenlijk niet kan maar je toch gaat. Rijd je ergens naartoe, of vlucht je ergens vandaan? Het mag allebei. Zolang je het antwoord maar durft te kennen.












