Waarom profrenners met een nylonsok vol ijs in hun nek rijden tijdens koers
Getty Images

Tijdens warme ritten zie je het steeds vaker. Renners stoppen ijsblokjes onder hun shirt, rijden met speciale ice socks in hun nek of krijgen onderweg zakken ijs aangereikt vanuit de ploegwagen.
Ook in de huidige Giro d'Italia zie je dat hitte een steeds grotere rol speelt. Met temperaturen die tijdens verschillende etappes richting de 30 graden gingen, zoeken ploegen voortdurend naar manieren om hun renners koel te houden.
Voor veel kijkers ziet het er misschien vreemd uit, maar binnen het moderne wielrennen is het inmiddels bijna standaard geworden. Want zodra temperaturen oplopen, wordt hitte één van de grootste tegenstanders van een renner. En juist daarom proberen ploegen hun renners zo koel mogelijk te houden.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Hitte kost meer energie dan veel mensen denken
Tijdens intensieve inspanning produceert het lichaam enorme hoeveelheden warmte. Zeker in grote rondes zoals de Giro d'Italia loopt de lichaamstemperatuur van renners snel op.
Normaal probeert het lichaam zichzelf af te koelen door te zweten. Maar wanneer het buiten extreem warm is, wordt dat steeds moeilijker. Het gevolg is dat de hartslag stijgt, renners sneller vermoeid raken en het vermogen daalt.
Ook het risico op oververhitting neemt toe. Juist daarom is koeling tegenwoordig een belangrijk onderdeel van prestaties geworden. Niet alleen om comfortabeler te rijden, maar simpelweg om langer hard te kunnen blijven fietsen. Dat zie je ook terug in deze Giro. Renners gebruiken ijsvesten tijdens warming-ups en herstelmomenten. Zo verscheen Lorenzo Milesi zelfs per ongeluk nog met zijn ice vest aan tijdens een tijdrit in de Giro van 2026.
Waarom juist de nek zo belangrijk is
Dat renners ijs specifiek in hun nek stoppen, is geen toeval. In de nek lopen veel bloedvaten dicht onder de huid en bevinden zich gevoelige temperatuurreceptoren. Daardoor geeft koeling op die plek snel een gevoel van verkoeling. Het lichaam denkt als het ware dat het afkoelt, waardoor warmte beter draaglijk wordt. Dat helpt niet alleen fysiek, maar ook mentaal.
Een renner die zich koeler voelt, kan vaak langer diep gaan. Daarom gebruiken ploegen verschillende manieren om die zone te koelen:
- ijsblokjes onder het shirt
- nylonkousen gevuld met ijs
- ice socks in de nek
- koude handdoeken bij bevoorrading
Volgens een artikel van Sporza werken teams tijdens hete etappes zelfs met ijslolly’s, muntproducten en speciale koelvesten om renners zo fris mogelijk te houden.
Het draait niet alleen om gevoel
Hoewel het verkoelende gevoel belangrijk is, gaat het verder dan alleen comfort. Door het lichaam actief te helpen afkoelen, hoeft het minder hard te werken om warmte kwijt te raken. Dat kan helpen om:
- de hartslag stabieler te houden
- energie te besparen
- langer vermogen te leveren
- het risico op oververhitting te verminderen
Zeker tijdens lange beklimmingen of extreem warme etappes kan dat een groot verschil maken. En met zomers die steeds warmer worden, groeit het belang van hittemanagement alleen maar verder. Teams investeren inmiddels serieus in koelstrategieën, zeker tijdens grote rondes zoals de Giro en Tour.
>>> Lees ook: De grote zomer fietskledingtest 2026
Niet alleen profs kunnen hiervan profiteren
Hoewel het er heel professioneel uitziet, kunnen recreatieve fietsers hier ook iets van leren. Zeker tijdens warme ritten helpt het om actief bezig te zijn met afkoelen. Denk bijvoorbeeld aan:
- water over je nek gieten
- koud drinken meenemen
- een natte buff gebruiken
- schaduw opzoeken tijdens stops
Dat soort kleine dingen kunnen verrassend veel verschil maken tijdens lange zomerritten.
Conclusie
Dat profrenners ijs in hun nek stoppen, ziet er misschien vreemd uit, maar het heeft een duidelijke reden. In extreme hitte draait wielrennen niet alleen meer om kracht en conditie, maar ook om temperatuurcontrole.
Koeling helpt renners om langer hard te blijven rijden, minder snel oververhit te raken en beter met zware omstandigheden om te gaan. En met de hitte die we ook tijdens deze Giro d'Italia alweer zien, wordt dat waarschijnlijk alleen maar belangrijker in het moderne wielrennen.











