Waarom rijdt niemand nog op tubes tijdens de Tour de France 2026?
Getty Images

Herken je dat gevoel: je bent net klaar met het angstvallig precies opplakken van een tube, laag voor laag, en een week later rijd je alsnog lek langs de kant van de weg. Dat verhaal is definitief voorbij in het profpeloton. Voor het tweede jaar op rij rijdt geen enkele WorldTour-ploeg nog op tubes. Cofidis was in 2024 de laatste ploeg die vasthield aan het lijmwerk, maar stapte in 2025 over van Corima- naar Campagnolo-wielen. En Campagnolo heeft simpelweg geen tubulaire wielen meer in het assortiment. Na meer dan honderd jaar als standaardkeuze van de professionele wielrenner is de tube daarmee officieel passé.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
Wat is een tube en waarom was hij zo lang de norm?
De tube, ook wel buisband genoemd, werd al in 1888 uitgevonden en gold meer dan een eeuw als de meest gebruikte band in het profpeloton. Bij een tube is de band rondom de binnenband dichtgenaaid en wordt het geheel met lijm of plaktape op een speciale velg bevestigd. Renners vertrouwden op tubes omdat ze naast het laagste gewicht ook meer veiligheid leken te bieden bij een lekke band: doordat de band vastgelijmd zat, kon je in theorie doorrijden op een leeggelopen band tot de volgwagen arriveerde. Onder liefhebbers en veldrijders houdt de tube nog altijd een streepje voor, maar terugkeren als standaardkeuze in het wegwielrennen zit er niet meer in.
Het kantelpunt: van tijdrit naar hoofdmacht
De geleidelijke ondergang van de tubular begon rond 2011, ogenschijnlijk onschuldig. Onafhankelijke tests naar rolweerstand toonden aan dat tubes simpelweg trager rolden dan clinchers (draadbanden) en tubeless banden. Niet gek dus dat de eerste overstap plaatsvond in het tijdrijden, waar iedere seconde telt. Tony Martin won in 2011 het wereldkampioenschap tijdrijden op clincherbanden van Continental en bleef die daarna zijn hele carrière gebruiken. Het echte kantelpunt kwam in 2019, toen Fabio Jakobsen een rit in de Tour of California won op tubeless banden van Specialized en Alexander Kristoff diezelfde tubeless-technologie gebruikte om Gent-Wevelgem te winnen. Datzelfde jaar reden ook renners van Specialized-gesponsorde ploegen enkele Tour de France-etappes op tubeless. Een jaar later, tijdens de Tour de France van 2020, waren het er nog meer.
Materiaalexpert Josh Poertner voorspelde destijds al dat tegen 2024 zo'n 95 procent van de WorldTour-ploegen op tubeless zou rijden. Wat toen nog gewaagd klonk, bleek achteraf griezelig nauwkeurig. Wil je zien hoe die verschuiving er in het huidige peloton uitziet? Bekijk het complete materiaaloverzicht van de WorldTour in 2026 en je ziet meteen hoeveel ploegen inmiddels zijn overgestapt.
De echte boosdoener: lijm, hysterese en rolweerstand
Waarom verdween een bandentechnologie die meer dan honderd jaar de dienst uitmaakte zo snel van het toneel? Het antwoord zit 'm vooral in het meest kenmerkende onderdeel van de tubular: de lijm. Poertner legt uit dat de hysterese in de lijmlaag verantwoordelijk is voor het snelheidsverlies. Een tube kan in theorie net zo snel zijn als de beste moderne band, mits hij extreem strak en rigide is vastgezet. Tijdens het uurrecord van Bradley Wiggins werkte zijn team met epoxy in plaats van gewone lijm. Dat leverde flinke snelheidswinst op, maar de wielen konden daarna alleen nog worden weggegooid, omdat de banden er niet meer af kwamen.
Volgens Poertner ging de tube vooral ten onder omdat de argumenten die hem ooit uniek maakten simpelweg niet meer opgingen. Rijcomfort, wegcontact, handling, rolweerstand: op al die vlakken bleek uit onafhankelijke data dat de tube niet langer voorop liep. En dat terwijl veel amateurs allang klaar waren met het gedoe van honderd euro kostende banden vastlijmen, terwijl je ze bij een lek gewoon weg moest gooien.
Waarom stopten renners én fabrikanten tegelijk met tubes?
Meerdere ontwikkelingen kwamen precies in dezelfde periode samen. Rolweerstandtests wezen uit dat clinchers en tubeless banden sneller waren. Consumenten waren allang afgestapt van het gepruts met bandenlijm. En ondertussen maakte opkomende tubeless-technologie voor de weg een sterke ontwikkeling door. Samen zorgden die factoren ervoor dat wiel- en bandenfabrikanten hun ontwikkelbudget verlegden van tubes naar tubeless en clinchers, wat die technologieën in een stroomversnelling bracht.
Sommigen wijzen naar de industrie zelf: fabrikanten zouden vooral garen spinnen bij het aanpraten van nieuwe wielsets. Dat commerciële belang is ongetwijfeld deels waar, winstgevende bedrijven moeten immers iets verkopen. Maar dat verandert niets aan de testresultaten die aantonen dat tubes langzamer zijn. En belangrijker nog: het verandert niets aan het feit dat de meeste renners allang gestopt waren met tubes kopen, lang voordat het profpeloton volgde.
Wat de profs rijden, en wat dat voor jou betekent
Benieuwd hoe die verschuiving zich vertaalt naar de fietsen die je dit jaar in de Tour de France voorbij ziet komen? In het overzicht van alle fietsen in de Tour de France 2026 zie je dat vrijwel elke ploeg inmiddels op tubeless of clincher rijdt. Voor de gemiddelde wielrenner betekent deze verschuiving vooral opluchting: geen gepruts meer met lijm, geen bandenset die je na een lek moet weggooien, en bandkeuzes die intussen ruimschoots zijn doorontwikkeld voor snelheid én comfort.
Twijfel je zelf nog tussen de opties? Deze test van elf tubeless racefietsbanden laat zien welke banden op dit moment het prettigst rijden en het snelst rollen. En als je zelf de overstap wilt maken, biedt dit stappenplan om je banden tubeless te maken een duidelijke handleiding om zonder gedoe te starten.
Tubeless is niet altijd zonder gedoe
Belangrijk om te weten: tubeless op de racefiets is niet per definitie probleemloos. Waar mountainbikers en gravelrijders inmiddels gewend zijn aan het systeem, blijft het op de racefiets soms nog puzzelen met bandenspanning, sealant en montage. Dit artikel over waarom tubeless op de racefiets soms tegenvalt legt precies uit waar het vaak misgaat en hoe je dat voorkomt. De proffen hebben monteurs, verse banden en perfecte velg-bandcombinaties tot hun beschikking. Als recreatieve renner moet je zelf wat vaker de handen uit de mouwen steken, maar met de juiste kennis is dat goed te overzien.
Einde van een tijdperk
De tube heeft een lange en glorieuze geschiedenis achter de rug. Wie ooit zelf uren heeft besteed aan het zorgvuldig aanbrengen van bandenlijm, zal die avonden misschien met enige weemoed herinneren. Maar de wetenschap van een lange, trage terugtocht na een lekke band tijdens een wedstrijd, die mist bijna niemand. Vijf jaar geleden kon niemand zich een peloton zonder tubes voorstellen. Over vijf jaar zullen de meeste renners zich waarschijnlijk maar moeilijk kunnen herinneren dat banden ooit met lijm aan een velg werden bevestigd.












