Waarom stoppen profrenners watjes in hun neus voor een tijdrit?
Getty Images

Wie de opwarming voor een tijdrit in de Tour de France goed bekijkt, ziet soms een opvallend detail. Verschillende renners zitten op de rollen met kleine watjes in hun neusgaten. Het ziet er vreemd uit en roept al snel de vraag op of dit een nieuwe prestatiehack is. Het antwoord is een stuk minder spectaculair, maar wel interessant.
>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.
>>> Lees alles over de Tour de France 2026
Waarom zitten er watjes in de neus?
De watjes zijn meestal bevochtigd met een paar druppels etherische olie, vaak een combinatie van menthol, eucalyptus of pepermunt. Wanneer een renner deze dampen inademt, ontstaat een fris gevoel in de neus. Dat geeft het idee dat de luchtwegen verder openstaan en dat ademhalen makkelijker gaat. Dat gevoel is grotendeels een optische illusie van het lichaam. Menthol stimuleert namelijk de zogenaamde kou-receptoren in het neusslijmvlies. De hersenen interpreteren dat als een koelere en vrijere luchtstroom, terwijl de doorgang van de lucht in werkelijkheid nauwelijks verandert.
Juist tijdens de laatste minuten van een warming-up kan dat prettig zijn. Renners voelen zich frisser, ervaren minder een verstopte neus en stappen met een comfortabel gevoel richting het startpodium.
Zorgt het ook voor betere prestaties?
Dat is de vraag waar veel wielrenners nieuwsgierig naar zijn. Het korte antwoord is: waarschijnlijk niet.
Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat menthol de beleving van de ademhaling kan verbeteren, maar dat dit niet automatisch betekent dat er ook meer zuurstof wordt opgenomen of dat de longfunctie verbetert. De luchtwegen worden door menthol niet daadwerkelijk wijder. Ook onderzoeken naar andere hulpmiddelen die de ademhaling zouden moeten verbeteren, zoals neusstrips en neusdilatatoren, laten weinig overtuigend bewijs zien voor een betere prestatie bij maximale inspanningen. Het vermogen, de VO2 max en de tijdritprestaties veranderen doorgaans niet significant.
Dat betekent niet dat het helemaal geen nut heeft. In topsport speelt de mentale beleving een belangrijke rol. Wanneer een renner het gevoel heeft vrijer te kunnen ademen, kan dat zorgen voor meer ontspanning en vertrouwen vlak voor de start. En juist bij een tijdrit, waarin elke seconde telt, willen renners zonder twijfel aan de start verschijnen.
Lees ook: Neuspleisters in het wielerpeloton: Hype of echte winst?
Waarom zie je dit vooral bij tijdritten?
Tijdens een tijdrit is de voorbereiding volledig gecontroleerd. Renners werken vaak 30 tot 45 minuten lang een nauwkeurig warming-upschema af op de rollers. In die periode proberen ze hun lichaam én hoofd optimaal klaar te maken voor een explosieve inspanning. Daar horen allerlei routines bij. Denk aan het drinken van een cafeïnedrank, het aantrekken van een koelvest, het controleren van de bandenspanning en soms dus ook het gebruik van menthol of eucalyptus via een watje in de neus. Bij een wegwedstrijd zie je deze truc veel minder vaak. De warming-up is daar meestal korter of vindt plaats tijdens het inrijden richting de start, waardoor er minder ruimte is voor zulke vaste rituelen.
Lees ook: Drie ultieme tijdrit-trainingen voor je snelste solorit ooit
Waarom gebruiken sommige renners dan toch deze methode?
Wielrennen draait al jaren om marginal gains. Teams zoeken voortdurend naar kleine verbeteringen die samen een verschil kunnen maken. Niet iedere routine hoeft daarbij direct meetbaar meer vermogen op te leveren.
Veel profrenners zijn gewoontedieren. Als een bepaalde voorbereiding jarenlang goed voelt, zullen ze die niet snel veranderen. Hetzelfde zie je bij vaste muziek voor de start, specifieke opwarmoefeningen of een vaste volgorde waarin materiaal wordt aangetrokken. De watjes in de neus passen precies in dat rijtje. Ze geven geen aantoonbare fysieke prestatieboost, maar kunnen wel bijdragen aan een prettiger gevoel tijdens de warming-up. En als een renner daardoor met meer vertrouwen aan zijn tijdrit begint, is dat voor velen al voldoende reden om ze te blijven gebruiken.












