Waarom wielerprofs hun bibshort tot bijna aan de knie dragen

PRO SHOTS / George Deswijzen

PRO SHOTS / George Deswijzen

Wie een hedendaagse WorldTour-wedstrijd kijkt, ziet het meteen: de meeste renners dragen hun bibshort opvallend lang. Waar wielerbroeken vroeger ruim boven de knie eindigden, lopen ze tegenwoordig vaak tot net boven of zelfs bijna óver de knieschijf. Toeval is dat niet. Achter die langere pijpen schuilt een mix van aerodynamica, spierondersteuning, regels én mode.

>>> Wil je op de hoogte blijven van het belangrijkste fietsnieuws? Schrijf je dan hier in voor onze wekelijkse nieuwsbrief met maandagochtend om 09.00 de top 5 artikelen.

Van korte broek naar “lange” bibshort

Kijk je naar foto’s uit de jaren 90 of vroege jaren 2000, dan zie je dat bibshorts veel korter waren. Renners als bijvoorbeeld Lance Armstrong of Jan Ullrich reden met pijpen die soms halverwege het bovenbeen eindigden.

Dat veranderde rond het midden van de jaren 2010. Fabrikanten begonnen langere pijpen te ontwerpen die strakker rond het bovenbeen sluiten. Tegenwoordig zie je bij ploegen als Team Visma | Lease a Bike of UAE Team Emirates dat de broek bijna altijd tot vlak boven de knie komt.

Waarom? Daar zijn een paar duidelijke redenen voor.

1. Aerodynamica

De belangrijkste reden is simpel: luchtweerstand.

Langere pijpen zorgen voor een gladder oppervlak over het bovenbeen. Moderne bibshorts gebruiken vaak stoffen met een lichte structuur die de luchtstroming rond het been verbetert. Dat lijkt klein, maar bij snelheden van 40 tot 50 km per uur telt elke watt.

Onderzoeken van verschillende materiaaltests in de wielerindustrie laten zien dat kledingkeuzes meerdere watts kunnen schelen. Over een tijdrit of lange etappe kan dat het verschil maken tussen winnen en verliezen.

Daarom zie je dat fabrikanten bibshorts tegenwoordig bijna als een aero-onderdeel van de fiets behandelen, net zoals een helm of skinsuit.

2. Spiercompressie

Een tweede reden is spierondersteuning.

Langere pijpen geven meer compressie rond de quadriceps en hamstrings. Dat kan helpen om spiertrillingen te verminderen wanneer je hard rijdt of sprint. Minder trillingen betekent mogelijk iets minder energieverlies en soms ook een stabieler gevoel in het bovenbeen.

De wetenschappelijke bewijzen voor prestatievoordeel zijn niet altijd eenduidig, maar veel renners geven wel aan dat langere, strakke pijpen comfortabeler voelen tijdens lange wedstrijden.

3. Stabiliteit van de broek

Wie ooit met een kortere bibshort heeft gereden kent het probleem: de pijp kan omhoog kruipen.

Moderne langere pijpen blijven beter op hun plek zitten. Ze eindigen vaak met brede siliconen grippers die voorkomen dat de stof verschuift tijdens het trappen.

Voor profs die zes uur op de fiets zitten is dat simpelweg prettiger.

4. De UCI-regels

Er speelt ook een regeltechnische factor.

Volgens de regels van de Union Cycliste Internationale mogen bibshorts niet tot over de knie komen. De pijp moet boven de knieschijf eindigen.

Dat betekent dat teams de grens opzoeken. Ze ontwerpen broeken die zo lang mogelijk zijn zonder de regel te overtreden. Daardoor lijken ze soms bijna over de knie te vallen.

5. Mode in het peloton

Tot slot speelt ook gewoon stijl een rol.

Zoals met veel dingen in het peloton ontstaat er een trend die iedereen volgt. Lange sokken, aero-helmen, smallere brillen of juist enorme glazen. De bibshort volgde dezelfde evolutie.

Wanneer een paar topteams ermee beginnen en renners merken dat het goed zit en snel is, wordt het snel de nieuwe standaard.

Conclusie

Dat bibshorts tegenwoordig tot bijna aan de knie reiken is dus geen toeval. Het is een combinatie van aerodynamica, compressie, comfort en de UCI-regels die de maximale lengte bepalen.

Of je er als amateur ook echt sneller van wordt? Dat verschil zal meestal klein zijn. Maar één ding is zeker: als je vandaag een moderne wielerbroek koopt, eindigt die vrijwel altijd een stuk lager op het been dan tien jaar geleden.

Video

Waarom wielerprofs hun bibshort tot bijna aan de knie dragen